Maar ik zou er geen profiel willen hebben

Ik zit niet op Facebook, en ik wil er ook zeker geen profiel hebben. Mijn ervaringen met een netwerksite heb ik opgedaan op Hyves. En ik vond het vreselijk. Sinds een jaar ben ik daar weg. En nu ben ik eindelijk vrij.

Het begint bij het aanmaken van een profiel: kies de juiste kleur, een achtergrondplaatje en schrijf wat teksten over jezelf. Maar dat gaat niet achteloos in een paar minuten. Je moet jezelf heel bewust op de juiste manier neerzetten. Je wilt dat mensen denken: wow, gaaf mens. En niet: wat een suffe saaie doos. Nee, je moet iemand zijn, dus: wie wil je zijn? En hoe breng je dat perfect over? Is een roze achtergrond te truttig? En is dat lettertype niet te kinderachtig? Zal ik zeggen dat ‘mijn merken’ Philips en Volkswagen zijn, of is dat duf?

Je profiel wordt gevuld met foto’s. Foto’s van jezelf en van jezelf met je vrienden. En dan niet op de bank, maar in een hippe club, met bubbels. En je uploadt plaatjes: van je meubels, je nieuwe leasewagen, je nieuwe iPhone, je hond, je ongeboren kind, je vakantiehuisje – als het maar past bij je Hyves-imago.

Ook belangrijk: je moet veel vrienden hebben. Niemand wil dat mensen denken dat je een eenzame nerd bent. Die vrienden onderhoud je: ‘Hej meissie, alles goed? Love ya.’ En je laat berichten achter over waar je mee bezig bent, want je bent immers iemand. ‘Net naar de garage geweest’ of ‘Lekker naar Thailand’. En dus niet ‘ik voel me klote’. Op een netwerksite doet iedereen leuk en iedereen showt: kijk mij, kijk mijn leven.

Het is een grote façade. Van niemand is het leven elke dag geweldig. Zo hoorde ik een keer over een Hyves-vriend – die net een foto online had gezet van zichzelf met zijn vriendin, al proostend op een bergtop – dat hij net was ontslagen, zijn hond dood was en zijn vriendin vreemdging. Maar bij zijn foto stond: ‘Het leven is allemachtig prachtig’.

Die façade levert druk op. Druk om geweldig gevonden te worden. En die druk wordt groter als je beseft dat je mee moet blijven doen met berichtjes over waar je bent en met wie. En je moet niet vergeten om dat met foto’s te illustreren. Je teller met het aantal bezoekers laat elke dag zien of je nog meetelt, of niet.

Dat intensieve gebruik zorgt er ook voor dat je op veel profielen van anderen terechtkomt. Mensen zetten hun hele leven online, het is een soap die je wilt blijven volgen. Je blijft maar neuzen. En al dat neuzen levert vervolgens ook weer stress op. Want je ziet dat een vriendin van jou wel bij iemand anders een bericht heeft achtergelaten, maar niet bij jou. Je piekert. Vervolgens zie je dat een groepje mensen kaarten over heeft voor Lowlands. Waarom vragen ze jou niet? Je piekert weer. Vervolgens zie je dat een vriend van een vriendin van een vriend op de pagina van je geliefde is geweest. Haar vriendin heeft weer een vriendin die een foto heeft uit een kroeg waar je vriend op staat. Waarom? Je gaat deze vrouw ook dagelijks volgen. En even googlen. Je wordt een detective.

Het resultaat is dat je elk uur van de dag inlogt. Je raakt het vermogen kwijt om onderscheid te maken tussen belangrijke en onbelangrijke zaken.

Enige remedie: weg van de netwerksites. En dan blijkt: wat niet weet dat niet deert.

Juliette Vasterman,

redacteur nrc.next