KLPD breidt onderzoek ontucht uit

Het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) stelt een onderzoek in naar een eventueel internationaal netwerk achter Robert M., hoofdverdachte in de Amsterdamse zedenzaak.

Aanleiding is het materiaal dat tot nu toe op zijn computer is gevonden. Het grootste deel van dat materiaal is volgens het Openbaar Ministerie (OM) nu toegankelijk. Hoeveel data nog ontbreken, versleuteld of niet, wordt momenteel onderzocht, aldus het OM in een persbericht.

Het onderzoek naar het mogelijke internationale netwerk wordt uitgevoerd door twintig rechercheurs, analisten, digitaal specialisten en zedenspecialisten. Een team van deze omvang is uitzonderlijk. Normaliter houden negen KLPD-rechercheurs zich bezig met kinderporno. Zij behandelen hulpverzoeken uit het buitenland en beoordelen materiaal dat binnenkomt bij het meldpunt kinderporno. Slechts zelden wordt een slachtoffer opgespoord of een producent gearresteerd.

De Amsterdamse zedenzaak heeft vanaf het begin een internationale component. De politie kon Robert M., die had gewerkt op drie Amsterdamse kinderdagverblijven, half december aanhouden nadat een foto van een tweejarig misbruikt jongetje was getoond op televisie. Deze foto kwam van een video die de douanerecherche in Boston had aangetroffen op een in beslaggenomen computer. De computer behoorde toe aan een 46-jarige man uit Massachusetts.

De vondst wijst erop dat M. zelfgemaakte beelden van kindermisbruik uitwisselde met ‘consumenten’ in andere delen van de wereld, al dan niet tegen betaling. Zulke netwerken bestaan sinds de jaren negentig. Justitie heeft grote moeite er vat op te krijgen. Het nu gevormde politieteam zal samenwerken met de internationale diensten Interpol en Europol.

Tot nu toe zijn er volgens het KLPD geen aanwijzingen dat Nederlanders kinderpornografisch materiaal maken voor commerciële criminele netwerken. De niet-commerciële productie in Nederland, verspreid via de besloten ‘pedofielennetwerken’, is volgens het KLPD nog „een witte vlek”.