Gemarteld om een wachtwoord

In Tunesië woedt een cyberoorlog tussen de overheid en activisten.

Europa zou zich moeten uitspreken tegen (digitale) onderdrukking van burgers.

Terwijl Europa Kerst en Nieuwjaar vierde braken in Tunesië onlusten uit nadat een werkloze jongeman zichzelf in brand had gestoken. Een jonge generatie Tunesiërs, die haar hele leven onder een repressieve overheid leefde, roept om politieke vrijheden en meer kansen op de arbeidsmarkt. Naar schatting duizenden jongeren namen de afgelopen twee weken deel aan de protesten. In de daaropvolgende gevechten met de oproerpolitie vonden minimaal twee demonstranten de dood. Een wereldwijd netwerk van betrokkenen is via internet ooggetuige, terwijl de traditionele westerse media vooralsnog nauwelijks verslag doen van deze Tunesische burgerbeweging.

De Tunesische situatie is wellicht een voorbode van meer confrontaties tussen jeugdige generaties en overheden die vrijheden beperken. Internet speelt voor beide partijen een cruciale rol. Repressieve regimes worden steeds bekwamer in het toepassen van digitale techniek om macht en controle te behouden en bevolkingen te onderdrukken. Zo gebruikt de Tunesische overheid filtersoftware om informatie op internet te censureren en toegang tot bepaalde websites te blokkeren. Ook worden e-mails en internetgebruik vanuit bijvoorbeeld internetcafés in de gaten gehouden, en moeten mensen op sommige plekken een identiteitsbewijs tonen voor toegang tot internet.

Via blogs, videosites en Twitter worden ooggetuigenverslagen uit Tunesië over de hele wereld gedeeld en verhalen gepubliceerd die zo anderen inspireren. Zo gingen afgelopen zondag Egyptenaren de straat op om de demonstranten in Tunesië te steunen, allemaal georganiseerd via internet.

Hackersnetwerk Anonymous sloeg onlangs toe door verschillende Tunesische overheidswebsites uit de lucht te halen. Leden van het internationale netwerk, dat bekend werd door de aanvallen op een aantal financiële instellingen die de banden met WikiLeaks verbraken, riepen op tot de aanvallen als vergelding voor het inperken van internetvrijheid. Door de aanvallen waren verschillende overheidswebsites urenlang onbereikbaar. Op zijn beurt doet Tunis verwoede pogingen de oppositiebeweging te stoppen. Websites als Google, YouTube en Facebook zijn afgesloten. Op zijn minst één blogger is opgepakt en maandag lieten Tunesiërs via Twitter weten dat hun Facebook- en e-mailaccounts waren overgenomen.

Zoals gisteren in deze krant stond is internet de laatste jaren een nieuw strijdtoneel geworden waar conflicten tussen activisten en overheden worden uitgevochten. De opstanden na de Iraanse presidentsverkiezingen in 2009 gelden als belangrijk voorbeeld. De wereld werd ooggetuige van op mobieltjes opgenomen mensenrechtenschendingen door het regime. Maar ook de Iraanse overheid gebruikte internettechnologie, onder andere om dissidenten af te luisteren en op te sporen.

Ook in talloze andere landen zien we dat regimes met repressie reageren op digitaal burgeractivisme. In Egypte, China, Birma en Azerbajdzjan worden bloggers opgepakt en gecriminaliseerd.

Mensen worden gemarteld om hun wachtwoorden zodat regimes netwerken van dissidenten via e-mailcontacten kunnen opsporen.

Tunesië is een ‘vriend van het Westen’, heeft weinig grondstoffen en geen strategische ligging. Wellicht verklaart de bescheiden rol die het land daardoor speelt op het wereldtoneel dat er tot nu toe vanuit de VS en de EU nauwelijks reacties op de onlusten kwamen. Toch mogen we de beelden van neergeslagen demonstraties niet negeren. Europa zou zich moeten uitspreken tegen de onderdrukking van burgers die hun stem willen laten horen, of dat nu op internet gebeurt of in de fysieke wereld.

En die oproep zou zich niet moeten beperken tot het Midden-Oosten. Begin 2010 gaf Hillary Clinton een vlammend betoog over Amerika als voorvechter voor internetvrijheid. De reactie van de Amerikaanse overheid op de publicaties van gelekte documenten op WikiLeaks dreigen echter de geloofwaardigheid van Amerika op dat gebied te ondermijnen.

Voorlopig lijken hackers en burgerbewegingen een redelijke kans te hebben machtsbolwerken met behulp van slim gebruik van technologie open te breken. Het risico bestaat echter dat er in reactie op deze acties steeds strengere regels komen om internetgebruik te reguleren en de stem van een jonge generatie die vrijheden nastreeft verstomt.

Het internetactivisme in Tunesië en de Amerikaanse reactie op de gelekte WikiLeaks-documenten onderstrepen het belang van Europees leiderschap. Het is de hoogste tijd dat de EU verantwoordelijkheid neemt en een leidende rol speelt in het verdedigen van internetvrijheid.

Marietje Schaake is Europarlementslid voor D66.