Een fijn spel,waarna de Duitsers winnen

Het leven wordt er voor de Europese Centrale Bank niet makkelijker op nu de inflatie in de eurozone over december is uitgekomen op 2,2 procent. Dat is boven wat de bank beschouwt als prijsstabiliteit. Hoe hou je het monetaire beleid soepel genoeg om de banken te steunen, de euro te redden en het economische herstel te bevorderen als de inflatie begint op te lopen?

Die moeilijke opdracht wordt extra gecompliceerd in het jaar waarin zich een tweede uitdaging voordoet: de zoektocht naar een nieuwe president. De Fransman Jean-Claude Trichet, rondt in oktober zijn termijn van acht jaar af. En dat zal leiden tot een stoelendans rond wat onbetwist de belangrijkste post in de Europese Unie is. De ECB-president staat aan de top van een van de machtigste instituten van Europa, is politiek onafhankelijk, zit er acht jaar, en zijn beslissingen raken de Unie tot in haar vezels.

Spannend? Mwah. Het spel om de nieuwe ECB-topman zal sterk lijken op de definitie van voetbal die de legendarische Britse topscorer Gary Lineker lang geleden gaf: „Het is een simpel spel en uiteindelijk winnen de Duitsers”. Nadat een moeizaam compromis de Nederlander Duisenberg opleverde als eerste ECB-president, en de Fransman Trichet zijn acht jaar afrondt, is het volgens de Duitsers tijd voor een Duitser.

Duitsland is de grootste economie van de eurozone, heeft zijn eigen traditie overgedragen op de ECB en draagt de zwaarste financiële lasten van de eurocrisis. Bovendien is de huidige vicepresident van de ECB, Vitor Constancio, een Portugees en moet de balans tussen noord en zuid intact blijven. De Italiaanse centrale bankier Mario Draghi, een goede kandidaat, valt daarom af. En misschien ook wel omdat zijn verleden als topbankier bij Goldman Sachs in grote delen van Europa tegenwoordig niet al te best meer valt. Er zijn outsiders uit de kleine noordelijke landen, maar reken daar niet te veel op.

Een Duitser dus, maar welke? De gedoodverfde opvolger was Bundesbank-topman Axel Weber, die uit hoofde van zijn functie al lid is van het ECB-bestuur. Nu kwam Weber het afgelopen jaar vooral in het nieuws omdat hij zich verzette tegen het plan van de ECB om obligaties van zwakke eurolanden op te kopen. Daarmee verbrak hij de kostbare consensus binnen het bestuur.

Dat zou nu ten nadele zijn van zijn kandidatuur, maar dat valt nog te bezien. Binnenlands is Weber er juist sterker op geworden, omdat hij de gevoelens van veel Duitsers vertolkte. Het invloedrijke Duitse weekblad Der Spiegel vergeleek de tegenstelling tussen Trichet en Weber eind vorig jaar met het religieuze dispuut tussen de Paus (onwrikbaar in de leer) en Luther (volgt zijn geweten). Drie keer raden wie in Duitsland de sympathie krijgt.

Alternatieven zijn er nauwelijks. Jürgen Stark, is al lid van het ECB-bestuur, maar de termijnen bij de ECB zijn beperkt tot één. Het is onduidelijk of een tweede termijn wel mag als dit het presidentschap betreft. Klaus Regling, nu hoofd van het Europese noodfonds voor de bestrijding van de eurocrisis, heeft geen centralebankervaring.

En dus kan nog steeds het best worden ingezet op Weber. Maar speelt zijn dwarse houding van dit jaar hem dan echt geen parten? Draai het eens om: wellicht kon hij zich zijn afwijkende positie binnen de ECB wel permitteren in het vertrouwen dat hij straks toch op de stoel van Trichet zit.

Maarten Schinkel