Dylaneske bubblegumpop

‘Baker Street’ was zijn grootste hit, en ‘Stuck in the middle with you’ werd per ongeluk een succes.

Als het aan Quentin Tarantino had gelegen, zou Gerry Rafferty de pophistorie in zijn gegaan als de zanger van „Dylaneske bubblegumpop”. Die omschrijving gaf radiopresentator K-Billy aan het nummer Stuck in the middle with you van Rafferty’s groep Stealers Wheel, voorafgaand aan de beruchte martelscène in Tarantino’s Reservoir Dogs. Het luchtige lied bood het perfecte contrast met de gruweldaden van Mr. Blonde.

Maar Gerry Rafferty, die gisteren op 63-jarige leeftijd overleed na een slopende ziekte, was meer dan een Dylan-imitator. Tot driemaal toe drukte hij zijn stempel op de internationale hitparades met zijn melodieuze, melancholieke popgeluid. Eerst met The Humblebums en de hit Shoeshine boy uit 1970. Toen met Stealers Wheel en de succesnummers Late again, Stuck in the middle with you en Star. En als solist scoorde Rafferty in 1978 met Baker Street, het nummer met het uit duizenden herkenbare saxofoonintro.

Geboren in het Schotse Paisley bij Glasgow, groeide Rafferty op als zoon van een Schotse moeder en een Ierse vader met folksongs en pophits. Zijn moeder nam hem vaak mee de straat op, om het huis te ontvluchten voor zijn gewelddadige vader. The Beatles en The Everly Brothers inspireerden hem om zelf een popcarrière na te streven, eerst als straatmuzikant en daarna met Billy Connolly in The Humblebums. Later bundelde Rafferty zijn krachten met Joe Egan. Hun Stealers Wheel werd een groot succes, maar ze raakten verstrengeld in conflicten met managers en platenmaatschappijen.

Rafferty werd om zijn aanstekelijke popgevoel vergeleken met zowel Paul McCartney als John Lennon. Zelf voelde hij meer voor Amerikaanse rock en country, terwijl hij ook de Keltische roots van zijn Ierse voorvaderen bleef benadrukken. Stuck in the middle with you was bedoeld als parodie op Bob Dylan en werd per ongeluk een hit. Zijn grote solohit Baker Street handelde over het nieuwe begin dat hij wilde maken, bevrijd van het slopende bestaan als toerende muzikant. De tijdloze saxofoonriff probeerde hij in eerste instantie tevergeefs als zang- en gitaarmelodie, totdat saxofonist Raphael Ravenscroft er de definitieve invulling aan gaf.

Het album City To City verkocht drie miljoen exemplaren. Latere albums haalden nooit meer zulke verkoopcijfers, mede omdat Rafferty zelden op tournee ging en hij de reputatie kreeg van een in zichzelf gekeerde kluizenaar. Het voornaamste thema in zijn muziek was vervreemding en de kloof tussen het drukke stadsleven en de rust van het platteland, zei hij in een interview met Rolling Stone.

In 1992 kreeg hij hernieuwde bekendheid dankzij Reservoir Dogs en keerde hij terug met het lied Don’t give up on me. Maar hij kwam ook steeds vaker in het nieuws wegens dronkenschap, vernielde hotelkamers en opnames in een ziekenhuis of afkickcentrum. Zijn laatste album uit 2009 droeg de veelzeggende titel Life Goes On, maar toen was Gerry Rafferty al ongeneeslijk ziek en gesloopt door een kapotte lever.

Hij stierf kort na de gedeeltelijke zonsverduistering gisteren die een regel uit Baker Street opriep: „The sun is shining, it’s a new morning. You’re going, you’re going home.”