Die shop is straks een kroeg

Coffeeshops op minder dan 350 meter afstand van een school moeten straks dicht.

In Amsterdam, Leiden en Leeuwarden zijn de gevolgen van dat plan het grootst.

Mark Jacobsen, eigenaar van de Amsterdamse coffeeshop The Rookies vlakbij het Leidseplein, vreest al jaren voor gedwongen sluiting van zijn zaak. „Maar nu wordt de situatie wel heel schrijnend.” In het regeerakkoord neemt het kabinet-Rutte zich voor om een afstand van 350 meter te creëren tussen scholen en verkooppunten van softdrugs. Funest voor de zaak van Jacobsen: „Dan maak ik er wel een kroeg van. Kan ik mooi harddrugs verkopen. Alcohol dus.”

Jacobsen is niet de enige coffeeshophouder die vreest kopje-onder te gaan. Bijna 60 procent van de Nederlandse coffeeshops dreigt te moeten sluiten bij toepassing van het afstandscriterium. Dat blijkt uit een inventarisatie bij de veertien Nederlandse gemeenten met tien of meer coffeeshops. In de gemeenten – die binnen hun grenzen 442 van de ruim 660 Nederlandse coffeeshops herbergen – zou opgeteld 57,9 procent van de shops verdwijnen.

Grote vraag voor veel gemeenten is hoe het beleid precies ingevuld gaat worden. Praat het kabinet over een loopafstand van 350 meter of moet er hemelsbreed gemeten worden? Vallen straks alleen middelbare scholen onder het criterium, of tellen basisscholen, instellingen voor speciaal onderwijs en de peuterspeelzaal ook mee?

Binnenkort geeft het kabinet in een brief aan de Tweede Kamer een toelichting op het plan. In het regeerakkoord staat wel al duidelijk vermeld dat „de minister erop toeziet dat gemeenten het afstandscriterium handhaven”.

Ondanks de vele vragen die er nog bestaan, hebben de meeste gemeenten reeds geïnventariseerd hoeveel shops binnen de grens van 350 meter zouden vallen. Ze gaan dan uit van een loopafstand van 350 meter tot middelbare scholen. Sommige gemeentes rekenen ook de afstand tot basisscholen mee.

Vooral in Amsterdam zijn de cijfers opvallend. Liefst 187 van de 223 shops in de hoofdstad zouden moeten sluiten. In Eindhoven liggen zeven van de vijftien coffeeshops in de gevarenzone. Negen van de twaalf shops moeten in Leiden voor sluiting vrezen, in Leeuwarden zelfs elf van de dertien. Nijmegen en Maastricht ondervinden nauwelijks gevolgen: respectievelijk één en nul sluitingen.

De gemeente Amsterdam wil onder het beleid uitkomen. In een brief aan de minister van Veiligheid en Justitie, Ivo Opstelten, schrijft burgemeester Eberhard van der Laan dat de invoering van het afstandscriterium zal leiden tot een toename van straathandel, overlast en gezondheidsrisico’s. Amsterdam wil liever eigen maatregelen doorvoeren, zoals extra voorlichting aan jongeren.

Mark Jacobsen, naast coffeeshophouder ook bestuurslid van de Bond van Cannabisdetaillisten, voorspelt dat Amsterdam er „tweehonderd kroegen bij krijgt” omdat de shops een normale horecavergunning aan zullen vragen als ze geen drugs meer mogen verhandelen. Bij de 36 coffeeshops die overblijven, zal er volgens hem wegens de grote drukte enorme overlast ontstaan. „En dan moeten die shops ook sluiten, omdat ze niet meer aan de veiligheidsvoorwaarden kunnen voldoen. Sluiting van 187 shops zou het begin van het einde betekenen voor de Amsterdamse coffeeshopcultuur.”

Alleen Haarlem en Groningen berekenden nog niet hoeveel coffeeshops moeten sluiten bij invoering van het afstandscriterium. Arnhem, Rotterdam en Den Haag zijn een geval apart, omdat ze al eerder met een afstandscriterium werkten. Daarom staan deze vijf gemeenten niet vermeld in de grafiek op de linkerpagina. Arnhem hanteert een loopafstand van 250 meter tot basis- en middelbare scholen. Het aantal shops daalde daardoor al van zestien naar tien.

Den Haag verloor 47 van de 87 coffeeshops nadat in 1997 was besloten tot een minimum van 500 meter tussen coffeeshops en middelbare scholen. Vorig jaar werd deze regeling echter versoepeld: 250 is er nu het minimum. Als 350 meter het nieuwe minimum wordt, zoals de regering wil, zouden vier Haagse shops de dupe worden. Het bestuur van de Vereniging van Haagse Cannabis Shops is woedend: „Pure schijnpolitiek. Eerst versoepelen ze het beleid en nu moeten ineens toch weer shops sluiten. Zo zorg je er dus voor dat de handel op straat belandt.”

Rotterdam werkt sinds de zomer van 2009 met een verplichte afstand van 200 meter (straal) of 250 meter (loopafstand) tot middelbare en basisscholen. Dit leidde tot sluiting van 16 van de 62 shops. Tien van deze verkooppunten gingen verder als andersoortige (horeca)-onderneming. Zes sloten definitief de deuren.

In opdracht van de gemeente Rotterdam deed researchbureau Intraval onderzoek naar de effecten van het afstandscriterium in de stad. Uit een vorige maand gepubliceerd rapport blijkt dat overlast is afgenomen in de buurt van de gesloten shops. Na sluiting van de zestien shops zegt 42 procent van de ruim elfduizend respondenten, onder wie jongeren, omwonenden en passanten, dat aan drugs gerelateerde overlast voorkomt. Vóór de sluitingen lag dat percentage op 58 procent. Of het gebruik van softdrugs afneemt door massale sluiting van coffeeshops, blijft de vraag. De onderzoekers in Rotterdam concluderen namelijk ook dat „het gebruik van softdrugs onder jongeren nauwelijks verandert”.