De val van de slangenkoning

Hoeveel geld er precies gemoeid is met  de illegale smokkel van dieren, dood of levend, blijft een schatting. Tien miljard dollar. Twintig miljard? Het is in ieder geval een gigantisch bedrag. Volgens Bryan Christy, schrijver van het boek The Lizard King, gaat alleen in de drugssmokkel en illegale wapenhandel meer geld om.

In een artikel in Foreign Policy beschrijft Christy hoe die smokkel werkt, aan de hand van het verhaal van Anson Wong Keng Liang, de beruchtste dierensmokkelaar ter wereld. Met als dekmantel een particuliere dierentuin op een klein eiland in Maleisië  handelde hij over heel de wereld in van alles en nog wat, van de neuzen van neushoorns en de huid van panda’s tot tijgers, olifanten en gorilla’s. Hij verkocht zijn waar  als delicatesse, grondstof voor traditionele geneesmiddelen, versiering, of simpelweg exotisch huisdier. En omdat de publieke opinie zich er meestal nauwelijks druk om maakt, is de illegale dierenhandel ,,misschien wel de meest winstgevende vorm van transnationale misdaad”.

De smokkelaars kunnen hun gang gaan omdat er altijd wel corrupte overheidsfunctionarissen te vinden zijn, stelt Christy. Daarom is ook Wong nauwelijks aangepakt, op een relatief korte celstraf in de VS na. Tot de Maleise autoriteiten begin vorig jaar onder druk kwamen te staan na een artikel in de National Geographic, ook van Christy. Een paar weken geleden werd Wong in Maleisië veroordeeld tot vijf jaar cel. Op het vliegveld van Kuala Lumpur was een slot op zijn koffer kapot gegaan: daarin zaten bijna honderd jonge boa constrictors, twee adders en een Zuid-Amerikaanse schildpad.