De terugkeer van de bijbelse strijd tegen duistere krachten

Wie gisteren om tien uur zapte van Nederland 2 naar Nederland 3, kon getuige zijn van een merkwaardige double bill. Ogenschijnlijk hebben de documentaire Het Urker Mannenkoor Hallelujah – Tussen storm en stilte (VPRO) en het tweede deel van de televisieserie naar Stieg Larssons bestsellertrilogie Millennium (KRO) weinig met elkaar te maken, maar in beide speelt de Bijbel een hoofdrol.

De feministische hacker Lisbeth Salander (Noome Rapace) is een wreker van oudtestamentische proporties, die het gebod van oog om oog, tand om tand letterlijk neemt door haar verkrachters te tatoeëren of in brand te steken. Zelf draagt ze het teken van het beest levensgroot op haar rug. De zaak waar het om draait in het eerste deel van de trilogie, Mannen die vrouwen haten, is een reeks antisemitische lustmoorden op vrouwen met joodse namen, met de in het bijbelboek Leviticus beschreven wrede rituelen als leidraad.

In een seculiere wereld voldoen bestsellers als die van Larsson en Dan Brown, vervuld van bloed, vuur en religie, kennelijk aan een intense behoefte.

Ook de mooie documentaire van Kees Brouwer, zelf afkomstig uit een Urker familie, confronteert ons steeds met de reële aanwezigheid van het Kwaad, ook en juist onder diepgelovige zondaars. Cameraman Jackó van ’t Hof vangt de gezichten van de koorleden, als ze bezwerend zingen over het Licht in de Duisternis, in intense close-ups en schetst zo een sfeerportret van vergeten bevindelijkheid. De gemeenschap van mannen, die in orthodoxe kringen altijd streng wordt gescheiden van die van de vrouwen, vormt bijna een spiegelbeeld van het feministische universum van Millennium.

Ook op Urk werd een gruwelijke moord gepleegd, met als vermoedelijk motief dat de dader zijn occulte spelletjes geheim wilde houden. De zaak-Dirk Post is maar een zijlijn in de documentaire en desondanks lijkt daarin het bewijs te vinden van de vitaliteit van de strijd tussen heidendom en monotheïsme.

Voor moderniteit leken we gisteren aangewezen op Het uur van de wolf (NTR), dat een portret presenteerde van kunstverzamelaar Helene Kröller-Müller (1869-1939). Leo de Boer, regisseur van Helene – een vrouw tussen liefde en kunst, laat vooral haar biograaf Eva Rovers aan het woord.

Die roemt de gedreven inzet van „ooit de rijkste vrouw van Nederland” om Van Gogh, Renoir en andere impressionisten en modernisten onder de aandacht te brengen, maar ook hier schuilt toch weer een religieus addertje onder het gras.

Volgens Rovers verkeerde de redersvrouw al vanaf haar jeugd in een diepe geloofscrisis, die ze trachtte op te lossen door zich geobsedeerd bezig te houden met kunst die zij als spiritueel ervoer.

Het is een vorm van sublimatie, ook van een onmogelijke liefde voor een vriend van haar dochter, die uiteindelijk meer oplevert dan zingen of wreken, namelijk een monumentaal museum.