'Coentje is het gezicht van een generatie'

De nieuwjaarsreceptie van Feyenoord stond gisteren grotendeels in het teken van de kort daarvoor overleden clublegende Coen Moulijn.

Hij had kunnen beginnen over de sportieve ellende. Of over de kapitaalinjectie (17 miljoen euro), die de club afgelopen najaar kreeg toegediend dankzij de Vrienden van Feyenoord. Of over de jeugdopleiding die springlevend is en ook anno 2011 de levensader vormt van de geplaagde voetbalclub uit Rotterdam-Zuid. Of over het zo vurig gewenste nieuwe stadion, dat de huidige nummer dertien uit de eredivisie broodnodige groeimogelijkheden biedt.

Maar Eric Gudde deed het gisteren niet. De algemeen directeur van Feyenoord hield het kort tijdens de traditionele nieuwjaarsreceptie in het Maasgebouw. De club van rood en wit verloor gisternacht „dat grote kleine mannetje” aan wie Feyenoord „een groot deel van zijn internationale faam dankt”: Coen Moulijn. Op zo’n moment past slechts stilte, en die nam de verzamelde Feyenoord-familie dan ook in acht. Eén minuut lang, gevolgd door applaus, terwijl op de tv-schermen zwart-witte beelden van de vermaarde dribbelkoning werden vertoond.

Gisterochtend meldden zich in alle vroegte al de eerste supporters bij het standbeeld van Mister Feyenoord op het plein voor stadion de Kuip. In de loop van de dag nam de belangstelling toe. Rondom het bronzen gedenkteken, ontworpen door de Rotterdamse kunstenaar Tom Waakop Reijers, verzamelden zich gisteravond circa duizend supporters voor een wake. Met bloemen, spandoeken, Bengaals vuurwerk en, dat vooral, een dosis trots. Coen was en is het troetelkind van het hondstrouwe legioen, dat de club door dik en dun blijft steunen.

De piepjonge selectie van trainer-coach Mario Been, ook een kind van de club, stond tegen het einde van de middag letterlijk stil bij het standbeeld van de, aldus de clubwebsite, ‘Beste Feyenoorder aller tijden’. Velen van hen kennen Moulijn slechts als die grote naam uit het verleden. Of als die alleraardigste man die nog trouw bij elke thuiswedstrijd aanschoof en de spelers na afloop bemoedigende woorden in het oor fluisterde. Zaterdag ontbreken zij bij de crematie van Moulijn. Feyenoord vertrekt overmorgen voor een achtdaagse trainingsstage naar Oman. „Het klinkt hard, maar de contracten zijn getekend. Het kan helaas niet anders”, verontschuldigde een woordvoerder zich gisteren tijdens de nieuwjaarsreceptie.

In het Maasgebouw wordt zaterdag eerst een herdenkingsdienst gehouden voor genodigden. Supporters kunnen de plechtigheid volgen via beeldschermen op het parkeerterrein of op de eerste ring in het stadion. Daarna wordt de Rotterdamse volksheld in besloten kring gecremeerd. Zowel Feyenoord als Sparta speelt vanavond met rouwbanden in de – in ere herstelde – stadsderby om de Zilveren Bal.

Opvallend is de adoratie die jonge(re) supporters aan de dag leggen voor Moulijn. Zij hebben de oud-international nooit met eigen ogen zien spelen. „Maar je hoeft geen tachtig te zijn om de grootsheid van Coen te begrijpen”, verklaarde een van hen, Dion de Bruin (29) uit Gouda, gistermorgen. „Wat Johan Cruijff is voor Amsterdam, is Coen Moulijn voor Rotterdam.”

De verering heeft ook een pijnlijke kant. Het onderstreept eens temeer dat de gloriejaren van het kwakkelende Feyenoord in het verre verleden liggen. Dat is de tragiek van de club, waar heden en verleden elkaar wel vaker in de weg zitten. Vizier op de toekomst, respect voor het verleden staat met grote letters te lezen op spandoeken die de club heeft opgehangen in het Maasgebouw.

Maar juist dat roemrijke verleden hangt als een molensteen om de nek van de huidige generatie, die én minder getalenteerd is én op moet boksen tegen het grote geld van de andere clubs. Moulijn speelde in een tijd (1954-1972) dat voetballers niet meer dan ‘een aardig zakcentje’ verdienden. Nog tijdens zijn loopbaan opende hij in Rotterdam een modezaak.

Maar Moulijn appelleert niet alleen aan de roem van weleer. Hij was volgens wethouder Dominic Schrijer (werk en sociale zaken, PvdA) voor velen ook de belichaming van de wederopstanding van Rotterdam. „Een stad die na het bombardement van mei 1940 letterlijk uit de as herrees, en Coen maakte het als volksjongen uit het Oude Noorden allemaal mee.” Met in 1953 eerst de Lijnbaan, de eerste autovrije winkelstraat van Nederland, vijf jaar later gevolgd door de tewaterlating van het grootste passagierschip ooit in Nederland gebouwd, de ss Rotterdam.

In de jaren zestig groeide Rotterdam uit tot ’s werelds grootste haven. Feyenoord, aangevoerd door publiekslieveling Moulijn, zette vervolgens de kroon op het werk door in 1970 als eerste Nederlandse club ooit de Europa Cup voor landskampioenen te winnen. Schrijer: „Coen is het gezicht van een generatie; een held omdat hij altijd mens is gebleven. Geen dikdoenerij, niet zijn zakken gevuld, maar gewoon Coentje. Iemand die bovendien zelf de nodige tegenslag in zijn leven heeft meegemaakt met een gehandicapte zoon aan wie hij ooit een nier afstond.”

Oud-stadiondirecteur Jos van der Vegt onderschrijft die woorden. „Coen is altijd Coentje gebleven: nooit te beroerd om ergens op te draven, en nooit mekkeren over geld. Als ik na afloop maar vervoer regelde, dan was het goed.”