BP hoopt op halvering noodfonds

De beurskoers van de Britse oliemaatschappij BP is gisteren flink gestegen na berichten dat de schade van de olieramp in de Golf van Mexico veel lager zal uitvallen dan verwacht. BP hoeft naar verwachting slechts de helft van zijn noodfonds van 20 miljard dollar (15 miljard euro) te gebruiken.

Dat heeft de Amerikaanse advocaat Kenneth Feinberg eerder deze week gezegd tegen mediabedrijf Bloomberg Television. Feinberg is de door de Amerikaanse regering aangestelde beheerder van het noodfonds, dat vorig jaar juni door BP is opgezet voor de betaling van schadeclaims in verband met de olieramp. „We moeten afwachten, maar ik hoop dat de helft van het bedrag meer dan genoeg is om alle slachtoffers te betalen”, zei Feinberg. Inmiddels heeft hij bijna drie miljard dollar uit het BP-fonds betaald aan meer dan 170.000 slachtoffers.

Door de uitspraken van Feinberg steeg de koers van BP op de Londense beurs gisteren met 5,5 procent naar 493 pence. Vanochtend is de koers verder gestegen naar 497 pence. Daarmee is de beurswaarde van BP in anderhalve dag toegenomen met 6 miljard Britse pond (7 miljard euro), en bedraagt zij nu weer bijna 94 miljard Britse pond.

Verder dook gisteren het gerucht weer op dat het Brits-Nederlandse Shell vorig jaar zomer heeft overwogen om BP over te nemen. De Britse krant Daily Mail berichtte dat nu op basis van bronnen dicht bij Shell. Het concern heeft uiteindelijk geen bod uitgebracht, omdat aan de overname grote onzekerheden zaten. Zo was er geen duidelijkheid over de kosten van de ramp, en de juridische nasleep.

Of het bericht in Daily Mail ook de koers van BP heeft beïnvloed, is moeilijk te zeggen. Volgens analist Tom Muller van zakenbank Theodoor Gilissen heeft het weinig effect gehad. „Het gerucht is afgelopen jaar vaker opgedoken, en zal dat de komende jaren wel blijven doen. Maar ik zie het niet snel waarheid worden”, zegt Muller.

Shell is volgens hem sinds het schandaal over oliereserves in 2004 bezig met een duidelijk programma om de olie- en gasproductie op te voeren, waarin tientallen miljarden euro zijn geïnvesteerd. Dat begint zijn vruchten af te werpen. „Shell heeft in principe voldoende nieuwe eigen bronnen om de olie- en gasproductie de komende jaren te laten groeien.”

Ook is een eventuele overname van BP veel duurder geworden door het herstel van beurskoers.

Bij het begin van de olieramp kostte een aandeel BP nog 655 pence. In de daaropvolgende maanden zakte de koers weg. Op 29 juni bereikte zij het dieptepunt van 298 pence. Daarna herstelde BP vertrouwen bij de beleggers met berichten over het succesvol dichten van het lek, het aftreden van toenmalig topman Tony Hayward, en met de aankondiging van de verkoop van onderdelen voor in totaal 30 miljard dollar.

Gisteren werd ook bekend dat Andy Inglis, die bij BP de divisie leidde voor de winning van nieuwe olie- en gasvelden, aan de slag gaat bij het Britse olieconcern Petrofac. Inglis moest in september vertrekken bij BP, toen de nieuwe topman, Bob Dudley, aantrad.