Bitterheid zonder inzicht in 'Homeland'

Homeland. Regie: George Sluizer. In: 14 bioscopen. *

Hoever moet je gaan om een stervende regisseur zijn laatste wens te laten vervullen? Het is een ongemakkelijke vraag die zich opdringt bij het kijken naar Homeland, een egodocument van George Sluizer (1932) over zijn betrokkenheid bij de Palestijnse zaak.

Sluizer is een van de weinige internationale filmmakers die de Nederlandse filmgeschiedenis kennen, met meer wapenfeiten op zijn naam dan zijn thriller Spoorloos (1988/1993), die hij zelf ook in Hollywoodversie mocht verfilmen. Minder bekend is de documentaireserie die hij tussen 1974 en 1983 over twee Palestijnse families maakte. En toch wilde hij juist die voltooien nadat hij in 2007 werd getroffen door een slagaderbreuk. Sindsdien leeft hij in geleende tijd.

Sluizer is duidelijk over zijn motieven. Hij is woedend op de Israëlische regering: „Ik geloofde het nieuws niet. Toen ging ik een beetje speuren en bleken bijna alle persagentschappen Joods te zijn.” Ondanks zijn wantrouwen tegen de gevestigde journalistiek hoeven we ook van hem geen betrouwbaar beeld te verwachten, want: „Toen heb ik partij gekozen voor de Palestijnse zaak.”

In Homeland presenteert Sluizer het verloren Palestina als zijn eigen thuisland: daar is hij de tiende zoon van de familie Hammad, daar wandelt hij als een ziener uit de Griekse tragedie met zijn stok door de puinhopen, daar voelt hij diepe verwantschap met mensen wier taal hij na al die jaren niet spreekt. Het brengt ons niet dichter bij de Palestijnse kwestie, niet dichter bij die mensen, zelfs niet dichter bij Sluizers engagement. Het brengt ons dichter bij zijn verbittering, culminerend in de trucage waarin hij een stervende Sharon toebijt dat de wereld beter af was geweest als hij in Auschwitz was gestorven.

Die omstreden scène is na de Nederlandse première van Homeland op het IDFA nu voor de bioscooprelease van de film ingekort. Maar je kijkt er nog steeds met plaatsvervangende schaamte naar. Misschien was het beter geweest dit goedbedoelde, maar gênante pamflet alleen als curiosum binnen een festivalcontext te vertonen. Dat zou pas van echt respect getuigen.