'Als er te veel streepjes op tv waren, werd iedereen boos'

Sesamstraat viert zijn 35-jarig jubileum. Clown Hakim speelt mee sinds 1984. Onlangs werd hij valselijk beschuldigd van banden met terroristen. „Ik ben een beetje boos.”

„Ik kom uit een dorp in Algerije, we groeiden op met sprookjes. We hadden thuis geen televisie”, zegt mimespeler Hakim Traïdia van Sesamstraat. „Dus we moesten altijd heel aardig doen tegen de buurjongens, in de hoop dat we bij hun mochten kijken. Het eerste wat ik op tv zag, was de WK finale in 1970, op een tv op het dorpsplein. Slechte ontvangst. Streepjes. Als er te veel streepjes waren, werd iedereen boos. Boos op de televisie, boos op de regering. In het koffiehuis stond ook een tv, op een hoge plank. Als er niet werd gedronken, drukte de baas met een stok op de uitknop. De tv mocht pas weer aan als er besteld werd.”

Gisteravond bestond Sesamstraat 35 jaar; een jubileum dat het kinderprogramma geruisloos liet passeren. Hakim Traïdia doet al zesentwintig jaar mee. Onlangs kwam de kinderheld in het nieuws omdat Het Parool hem valselijk beschuldigde van banden met de extreem-islamistische groep Shariah4Holland.

Wat voor kranten leest u?

„Ik wil niet slijmen, maar NRC Handelsblad en Trouw. Het Parool vroeger ook, maar nu niet meer.”

Waarom?

„Ik ben een beetje boos. Theodor Holman heeft in zijn column geschreven dat ik terroristen ‘een warm hart toedraag’. Terwijl ik nota bene vroeger nog actie heb gevoerd tegen moslimfundamentalisten in Algerije.”

Hoe kwam Theodor Holman daar dan bij?

„Ik heb op Facebook 1.153 vrienden en die ken ik lang niet allemaal. Misschien zat die groep daar tussen. Ik heb het nog nagekeken en ze zitten niet in mijn vriendenlijst, maar misschien via via.”

Wat kijkt u op televisie?

„Sinds een jaar of twee bijna niets meer. Wel films, ik heb een kastje van Canal+, maar geen amusement en nieuws. De publieke zenders willen de commerciële zenders imiteren en dat lukt niet. Ze kijken alleen naar de kijkcijfers. Als je onder de miljoen zit, mag je nauwelijks bestaan. Een film over het seksleven van de rode mier voor tienduizend kijkers heeft toch ook bestaansrecht? Iedereen doet elkaar na. Soms zie je wel iets verrassend nieuws dat dan ineens aanslaat. Zoals New Kids. Dat anarchistische doet me een beetje denken aan het Britse Bottom.”

Had u als kind thuis wel een radio?

„Ja, zo’n Oostblokradio uit de DDR. Algerije was toen socialistisch. Ik dacht dat er werkelijk een mannetje in zat, die voor mij naar Londen en Parijs reisde. Dat mysterieuze geruis en gefluit tussen de zenders in was voer voor mijn verbeelding. Ik ben achteraf wel blij dat eerst mijn eigen fantasie kwam, en toen pas de televisie. Anders was ik nu misschien een passieve man geweest”

Hoe kwam u bij Sesamstraat terecht?

„Ik ben van de straat gehaald. Altijd al een straatjongen geweest, dus als ze me vragen, zeg ik altijd ja. Ik deed straattheater op het Leidseplein en toen werd ik gespot door mensen van de omroep. Aart Staartjes belde mij op. ‘Meneer Hakim’, zei hij tegen mij. Het Amsterdamse straatleven was geweldig toen. Je had iedere week een demonstratie tegen Pinochet of tegen apartheid. En je had het Festival of Fools, straattheater van Jango Edwards.”

Wordt u bij Sesamstraat verteld wat u moet spelen?

„Nee, ik doe altijd mijn eigen act. In het begin deed ik dingen die ik ook op straat deed. Ik ben trouwens opgeleid als sprekend acteur, mime was op de toneelschool slechts een bijvak. Maar ik ben in 1979 uit Algerije naar Amsterdam gekomen, ik sprak geen Nederlands, dus ik moest wel. Nu ben ik de bekendste mimespeler van Nederland. Als ik tapdansen had gekozen, ook een bijvak, was ik nu de bekendste tapdanser van Nederland.”

Is Sesamstraat veranderd in al die jaren?

„Opa Lex Goudsmit ging dood, er zit iemand anders in Pino, en toen was ik de jongste, nu een van de oudste. Maar Sesamstraat is als een oude boom. Blaadjes vallen eraf, er komen nieuwe blaadjes en takken bij. Maar als je honderd jaar in de schaduw van de boom leeft, zie je dat niet. Dan is het steeds dezelfde boom. Zolang er kinderen bestaan, zal er altijd een Sesamstraat zijn.”