Wij vinden zeezeilen vooral duur

Er zijn twee grote zeilraces rond de wereld in volle gang, eind oktober start een nieuwe Volvo Ocean Race.

Het aantal Nederlandse deelnemers: één.

Metershoge golven, onzichtbare ijsschotsen, slapende walvissen. Niet alleen avontuur, maar vooral ook keiharde, adembenemend mooie topsport. Meer dan een jaar liep Wouter Verbraak sponsors in West-Europa af om uit te leggen wat er zo spectaculair is aan de oceaanrace waaraan hij mee wilde doen: de Barcelona World Race, non-stop de aarde rond over ’s werelds ruigste zeeën. „Geen interesse”, hoorde de profzeiler die tal van grote wedstrijden – inclusief de Volvo Ocean Race – zeilde.

Op dit moment zijn twee grote races rond de wereld in volle gang, de Barcelona World Race en de Velux 5 Oceans. Eind oktober start een nieuwe Volvo Ocean Race. Het aantal Nederlandse zeilers beperkt zich tot één: navigator Verbraak (35), wonend in Oslo. Maar hij ging op Oudejaarsdag alleen van start in Barcelona omdat zijn Britse kompaan Alex Thomson was geveld door een blindedarmontsteking.

„Het blijft dramatisch moeilijk, zeezeilen in Nederland”, verzucht Tom Touber, directeur van de Volvo Ocean Race-campagnes van ABN Amro (2005-2006) en Delta Lloyd (2008-2009). Hij worstelt al jaren met de vraag waarom Nederland er maar niet in slaagt permanent een plaats te veroveren in de eredivisie van het offshorezeilen. Zeven of acht Nederlanders bedwongen Mount Everest, nog nooit deed een Nederlander mee aan een non-stop solorace rond de wereld.

„De Vendée Globe is het hoogst haalbare”, zegt Lucas Schröder, drie jaar geleden zevende in de Mini Transat, van Frankrijk naar Brazilië in een bootje van 6,50 meter. Dat was bedoeld als opmaat naar de Vendée Globe – solo en non-stop de wereld rond. Geschatte kosten: vier tot zes miljoen euro. Maar een geldschieter kan hij niet vinden. „Dat zijn grote bedragen als je geen voetbalclub bent. Nederland heeft een rijke historie, maar voor zeezeilen als sport ben ik in het verkeerde land geboren.”

De feiten geven hem geen ongelijk. De Nederlandse top zeilt massaal voor buitenlandse syndicaten als BMW Oracle en Alinghi, onder wie Dirk de Ridder, Simeon Tienpont, Piet van Nieuwenhuyzen, Peter van Niekerk en veteraan Bouwe Bekking. Die uittocht zal alleen maar groeien nu er geen Nederlandse boot zal starten in de Volvo Ocean Race, ondanks eerdere plannen van Delta Lloyd. De verzekeraar haakte kort na de laatste editie af. Touber: „Alles voorbereid: we waren op tijd, we hadden Bekking en Verbraak gehaald, de gemeenten Rotterdam en Den Haag stonden klaar met hun portemonnee. Toch kwam er een telefoontje van Delta Lloyd: we doen het niet. Dat heeft te maken met één ding: publieke opinie. Doe maar gewoon. Het beeld bestaat dat zeilen verschrikkelijk duur is, dat je 80 miljoen euro moet betalen voor een Volvo Ocean Race. Maar ik had met Bouwe Bekking een budget gemaakt van 2,9 miljoen per jaar.”

Schröder beaamt dat sponsors huiverig zijn voor zeilavonturen. „Nederlandse bedrijven sponsoren eerder traditionele sporten zoals schaatsen, voetbal en wielrennen. Ze weten precies wat ze daarvoor terugkrijgen, er bestaan sponsormodellen voor.”

Oceaanzeilen lijkt onzekerder, al begrijpt Touber niet waarom. „We hebben in Duitsland onafhankelijk onderzoek laten doen naar de rendementen. Rationeel is er geen enkele reden om het niet te doen. De return on investment is 350 procent. Alleen al het tv-programma Stoere Mannen, Hoge Golven dat tijdens de laatste Volvo Ocean Race werd uitgezonden, vertegenwoordigde een mediawaarde van 2,5 miljoen euro.”

Volgens Touber had de afzegging van Delta Lloyd ook te maken met de tijdgeest – meer specifiek: het failliet van bankier en sponsor Dirk Scheringa. „In de opinie was dat een man die geld verkwistte met sponsoring. Delta Lloyd was bang dat ze eenzelfde discussie zouden krijgen.”

Schröder kijkt weleens jaloers naar zijn collega’s in Frankrijk, die jaarlijks met tientallen tegelijk uitvaren over de wereldzeeën. „Daar houden ze nog van helden. Zeezeilers zijn in Frankrijk zoals voetbalsterren. Die heroïek past meer bij de Fransen, denk ik.”

In Nederland wordt het oceaanzeilen gezien als avontuur, niet als sport, stelt hij. „Ik werd na de Mini Transat geïnterviewd door AT5. Wat wilden ze? Sterke verhalen – en ik moest een schipperspet opzetten. Zo kijkt Nederland ertegenaan: woeste baren, avontuur. Het is ook weinig in beeld, waardoor het sportelement moeilijk te begrijpen is. Dat is ook de schuld van de Nederlandse zeilwereld, die te veel naar binnen gekeerd is, nooit probeert het grote publiek te bereiken.”

Hij vermoedt dat zijn sport te ver van het bed staat: het krankzinnige leven op de oceaan, dodelijk vermoeide zeilers in de ijzingwekkende kou van de Zuidelijke Oceaan, been- of mastbreuken, duizend zeemijlen uit de kust. „Discovery Channel zond eens een programma uit over een roeier die de Atlantische Oceaan overstak, met een cameraman. Fantastische televisie, maar slecht bekeken in Nederland. Volgens Discovery hadden gewone mensen er geen binding mee. Daar neigt het zeezeilen ook naar.”

Maar de Nederlandse zeilwereld moet de hand in eigen boezem steken, want ook het olympische zeilen wordt maar niet populair, waarschuwt Touber. „Het Watersportverbond heeft te maken met een enorme hoeveelheid welgemeend amateurisme en gepruts, waardoor in een jaar tijd vier coaches weg zijn. Dat helpt ook niet mee de sport als professioneel neer te zetten.”

Desondanks heeft Schröder goede hoop een sponsor te vinden voor de Mini Transat, komende zomer. „De tijdgeest zit weer mee. De maatschappij zoekt weer naar iconen in de sport. Ook in Nederland.”