Weer twijfel aan Hongarije in Europa

De Europese Commissie onderzoekt of Hongarije Europese regels voor de interne markt schendt en buitenlandse bedrijven discrimineert.

In oktober legde de Hongaarse regering onverwacht voor drie jaar een ‘crisisbelasting’ op aan bedrijven in de telecom-, energiesector en detailhandel.

De procedure is nog geen formeel juridisch onderzoek, zegt een woordvoerder van de Europese Commissie, maar ‘er zijn twijfels’. De belasting geldt met terugwerkende kracht voor 2010 en lijkt ontworpen om Hongaarse bedrijven te bevoordelen ten opzichte van buitenlandse multinationals.

De procedure zet Hongarije, dat deze week het EU voorzitterschap overneemt, opnieuw negatief in de schijnwerpers. De Hongaarse regering ligt binnen Europa al onder vuur vanwege een nieuwe mediawet, die het mogelijk maakt media te beboeten op basis van de inhoud van hun berichtgeving.

In de belastingwetgeving wordt onderscheid gemaakt tussen kleine en grote bedrijven, die zwaarder worden belast. De meeste succesvolle grote bedrijven en zo’n 90 procent van de financiële sector zijn in buitenlandse handen.

Premier Viktor Orbán laat zich in toespraken graag negatief uit over multinationals, die Hongarije volgens hem gebruiken als lagelonenland en wingewest. Kort na zijn aantreden in mei werd besloten om de winsten van banken en verzekeraars extra te belasten. Volgens de regering zijn de belastingen nodig om binnen de begroting te blijven, zoals Europa eist.

Vijftien multinationals, waaronder het Nederlandse ING, energiebedrijf RWE en Deutsche Telekom, hebben op 17 december een klacht ingediend bij de Europese Commissie. Die is in behandeling genomen en komt bovenop vragen van eurocommissaris Neelie Kroes, verantwoordelijk voor telecom. Kroes heeft de Hongaarse regering in oktober om een toelichting op de wet gevraagd, omdat Hongarije daarvoor niet – zoals verplicht – vooraf de Europese Commissie had geraadpleegd. De antwoorden hebben tot verdere vragen geleid.