Wateroverlast in Australië is niet heel ongewoon

De beelden van de overstromingen in Australië doen bijna bijbels aan. Is het land door een ongekende ramp getroffen?

Uitzonderlijk is het, maar niet heel uitzonderlijk, zegt KNMI-onderzoeker Geert Jan van Oldenborgh. Eens in de dertig tot vijftig jaar wordt Australië door zware overstromingen getroffen. Nu is het kennelijk weer zover. Het dichtbevolkte Nederland zou zo’n overstromingsrisico niet accepteren, maar Australië heeft ermee leren leven.

Een regengebied dat normaal gesproken in dit jaargetij (de lokale zomer) veel regen brengt boven zee en eilanden ten noorden van Australië ligt nu wat zuidelijker. Dat brengt de wateroverlast. Puur toeval, zoals veel aan ‘het weer’ puur toeval is.

Een directe invloed van het El Niño/La Niña-verschijnsel is niet aan te wijzen. De Grote Oceaan is sinds vorig jaar in een La Niña-fase, maar de invloed van het meteorologisch fenomeen (samenhangend met de verplaatsing van massa’s warm water over de oceaan) is in Australië nooit sterk. Het sterkst is ze in november, en de wateroverlast ontstond in december.

Toeval, is het. En om aan alle speculaties direct een einde te maken: klimaatmodellen voorspellen voor het nu getroffen gebied in Australië geen bijzondere veranderingen door het broeikaseffect. De statistiek van de afgelopen eeuw laat zelfs een trend naar iets minder neerslag zien. Niets wijst op toenemende risico’s.

De website van het Australische Bureau of Meteorology (www.bom.gov.au) toont zich in al langer bestaande achtergrond-informatie over wateroverlast bijna laconiek over de kans op overstromingen. Droogte is het grote probleem van Australië, niet regen. Maar overstromingen brengen de meeste financiële schade toe. In het tropische Noord-Australië komt de wateroverlast meestal van de zware moessonregens die er in de lokale zomer vallen (zoals nu). Dan kan er 1000 mm water binnen een paar dagen vallen. In het zuidelijker deel van Australië komt wateroverlast vooral in de lokale winter voor. Ook de site van het BoM noteert dat de kans op wateroverlast, die vaak heel lokaal is, moeilijk aan het El Niño/La Niña-verschijnsel is te koppelen. De statistiek op de site laat zien dat er de afgelopen eeuw een stuk of tien zware overstromingen voorkwamen. Sommige kreeg een naam: de Big Wet van 1989 en de Katherine floods van 1998.