Terug naar de roots

Het zijn de paria’s van januari. De eerste verstotelingen van het nieuwe jaar staan eenzaam op een straathoek en wachten. Hoe anders was de wereld een week geleden, toen ze nog het stralende middelpunt vormden en werden toegezongen, versierd, gekroond. Het ene moment ben je behangen met geglazuurde chocoladekransjes, het volgende sta je naast een

Het zijn de paria’s van januari. De eerste verstotelingen van het nieuwe jaar staan eenzaam op een straathoek en wachten.

Hoe anders was de wereld een week geleden, toen ze nog het stralende middelpunt vormden en werden toegezongen, versierd, gekroond. Het ene moment ben je behangen met geglazuurde chocoladekransjes, het volgende sta je naast een ondergepiste stoel en een kapotte magnetron op straat: voor een kerstboom is het leven bikkelhard.

Niets is zo symbolisch voor de gure, bedrukte januarimaand als de rits zieltogende boompjes aan de stoep. Maar het is ook verdomde lastig om een overgebleven kerstboom een waardig einde te geven.

Bij mijn ouders hadden we altijd een boom met een kluit. Eentje waarvan de stam op zo’n houten kruis was gespijkerd wilden we niet, een al overleden boom gul decoreren met glimmende kerstballen en veelkleurige slingers had iets ongezelligs. Daarbij was het idee van de boom-met-de-kluit: dan kan hij daarna de tuin in en volgend jaar opnieuw onze kerstboom zijn.

Aan ons lag het niet. Wij waren van goede wil. Die kerstbomen daarentegen, die werkten niet bepaald mee. Eenmaal achter in de tuin geplant, lieten ze al snel de takjes hangen en stierven een rasse dood. Hoe voorzichtig we ook waren, met perioden van acclimatiseren en goed bemeste grond, ze legden allemaal het loodje. Eén kerstboom haalde het wel: de seizoenen volgden elkaar op en hij was er nog. Wel zag hij eruit alsof hij in dat ene jaar seniel was geworden: zijn takken waren krom, zijn onderkant was bruin uitgeslagen en de naalden waren dun gezaaid. We waagden een voorzichtige poging om hem uit te graven, maar toen bleek dat hij bij elke beweging aan een soort hevige naaldenincontinentie leed, hebben we hem laten staan.

Dit jaar vraagt mijn moeder zich af of ze de kerstboom ook mag vrijlaten in het bos. Terug naar zijn roots. Ze wil hem eigenlijk zelf in een bos gaan planten, maar is toch wat te bang voor een plotselinge boswachter die iets zal zeggen als: „Mevrouwtje, dit onverantwoordelijke planten zorgt voor een totale obstructie van de zorgvuldig overwogen infrastructuur van deze milieustrook. EIGEN BOMEN EERST, OKÉ.”

Dus zijn de kerstbomen verloren. Er wacht ze een wegkwijnen achter in een tuin, de malende bek van een vuilniswagen die in de vroege ochtendstilte onverschillig hun bestaan zal uitwissen, of wellicht een openbare crematie. Is er niet een actiegroep hiervoor? Een kerstbomenbevrijdingsfront? Die met een zwart gespoten Volkswagenbusje langs de straten gaan om asielzoekende bomen op te halen en ze te herbergen in een rustig, lommerrijk stukje bos, waar vogels zich tevreden in hun takken zullen nestelen? Ik hoop het. Ook kerstbomen mogen februari zien.