Supersnelrecht gaat wel heel erg snel

Bij het supersnelrecht staat een verdachte binnen drie dagen voor de rechter. Lik- op-stuk werkt, vindt de een. Goed onderzoek is er niet meer bij, vindt de ander.

„Het populisme dreigt het juridische apparaat te infecteren.” Advocaat Eric Deen toonde zich gisteren in de Haagse rechtszaal geen voorstander van het supersnelrecht. Hij vroeg zich af in hoeverre bij supersnelrecht, waarbij een verdachte binnen drie dagen na zijn aanhouding voor de rechter wordt gebracht, nog sprake is van recht. „Er worden zware straffen geëist, maar fatsoenlijk onderzoek is er niet bij.”

Dat verwijt klonk gisteren in de Haagse rechtbank vaker uit de hoek van de verdediging. Al sinds de start van het supersnelrecht in 2008 is er kritiek. Drie dagen zou te kort zijn voor een volledige voorbereiding en dossieropbouw. Officier van justitie Alexander van Dam, die de Haagse supersnelrechtszaken coördineert, bestrijdt dat. Volgens hem worden alleen „eenvoudige” zaken via het supersnelrecht behandeld, doorgaans met verklaringen van meerdere agenten en/of hulpverleners. „We willen laten zien dat met Oud en Nieuw niet gesold wordt met politieagenten, brandweerlieden en ambulancepersoneel.” De strafeis bij geweld tegen mensen met een publieke taak ligt daarom 200 procent hoger.

Alle tien supersnelrechtszaken (elf verdachten) die gisteren dienden voor de Haagse rechtbank betroffen geweld tegen politie of brandweer. Op een aangehouden zaak na, waarvan de rechter vindt dat grondiger onderzoek nodig is, veroordeelde de rechtbank verdachten in alle zaken. De opgelegde straffen zijn wel lager dan de eis van het Openbaar Ministerie (OM). In Rotterdam leidde gisteren geen van de drie supersnelrechtzittingen tot een veroordeling.

Ondanks de lagere straffen is officier van justitie Van Dam tevreden over het verloop van de zittingsdag. Over de aangehouden zaak zegt Van Dam: „Dat er nog te veel onduidelijkheden zijn, kan een keer gebeuren. Als we dat van tevoren hadden geweten, hadden we de zaak niet aangebracht.”

De hoogste straf werd gisteren opgelegd aan een Haagse man (43). Hij krijgt drie maanden cel, waarvan een voorwaardelijk, omdat hij een agent met een plastic stoel heeft geslagen. Daarbij liep de agent een hoofdwond op. Justitie had zes maanden cel, waarvan twee voorwaardelijk, geëist. Daarnaast moet de 43-jarige Hagenaar de agent een schadevergoeding betalen en de komende twee jaar met Oud en Nieuw binnen blijven. De Haagse rechtbank legde gisteren in alle gevallen huisarrest voor de komende twee jaarwisselingen op.

In dezelfde zaak staat een 30-jarige Hagenaar terecht, omdat hij een agent in het gezicht zou hebben geslagen, met een gebroken kunsttand tot gevolg. De Hagenaar, die ontkent te hebben geslagen, komt er vanaf met een taakstraf van honderd uur, waar het OM zes maanden cel (drie voorwaardelijk) had geëist.

De rechter legt 18-jarige Lorenzo B. uit Rijswijk een gevangenisstraf van vier weken op, waarvan twee voorwaardelijk, voor „hevig” verzet bij zijn arrestatie en het uitschelden van de politie. De officier van justitie had zes weken gevangenisstraf, waarvan drie voorwaardelijk, geëist. Daarnaast moet ook B. de komende twee jaar met Oud en Nieuw binnen blijven.

De Lorenzo vindt het logisch dat hij zich verzette bij zijn arrestatie, net in het nieuwe jaar. Hij deed niets verkeerd. Hij zegt alleen ‘blossomflower’, een stukje siervuurwerk, recht voor zich uit te hebben gegooid. Kon hij weten dat vlak naast hem opeens een agent stond die het vuurwerk voor de voeten kreeg? Daarop werd B. „meteen” tegen de grond geduwd.

De rechter vindt het helemaal niet zo logisch dat B. zich „hevig” verzette bij zijn aanhouding en dat hij de politie uitschold. Het vuurwerk ging weliswaar niet af, maar de agent was wel bang. Een gegronde reden om iemand aan te houden, meent de rechter. „Het lijkt zo gewoon geworden dat we ons verzetten en een beetje schelden tegen de politie”, zegt hij. „Maar dat is ernstig, het klimaat is vol bij de politie.”