Somaliland slaagt waar Somalië faalt

Twintig jaar geleden begon de oorlog in Somalië. Alleen de niet erkende autonome regio Somaliland wist de clanleiders te pacificeren. „Somaliërs hebben geen behoefte aan een staat.”

Dolken, pistolen en handgranaten verboden, staat er bij het parlementsgebouw in Hargeisa. De politici proberen de waanzin van het geweld buiten de deur van Somaliland te houden. De drukke straten van de twintig jaar geleden geheel vernietigde hoofdstad Hargeisa ogen nog als een koeienstal, met geiten en qat kauwende mannen.

Maar langs de stoffige wegen pronken nieuwe gebouwen met volgeladen winkels, internetcafés en hotels. Een driftig gebarende politieagent probeert het verkeer te regelen, een man duwt een kruiwagen met stapels bankbiljetten door een vriendelijke menigte voetgangers, een vrouw biedt juwelen aan en een student wandelt met zijn studieboeken onder de arm naar de universiteit.

Somaliland slaagde erin zich op eigen kracht te ontwikkelen en met traditionele middelen veiligheid te vestigen. In contrast met Somalië, waar Somaliland officieel nog steeds deel van uitmaakt. Daar is geprobeerd met miljarden dollars internationale hulp en militaire invasies een centrale regering op te zetten, maar na twintig jaar burgeroorlog controleert de overheid er niet meer dan enkele huizenblokken en neemt het geweld verder toe.

Het chaotische Somalië is een lidstaat van de Verenigde Naties maar Somaliland is een land dat niet bestaat; geen enkele regering erkent de autonome regio. Toch heeft Somaliland een regulier leger, er opereren geen piraten en moslimradicalen houden zich gedeisd. Er vinden regelmatig verkiezingen plaats en journalisten werken er in vrijheid.

De nieuwe regering van president Silanyo wil hervormingen doorvoeren, want ook in Somaliland bestaat corruptie en politici en clanleiders manipuleren soms de prille democratie. „We waren jarenlang een gegijzelde van onze vrede”, zegt minister van Onderwijs Zamzam Abdi Adan. „We raakten verlamd door de angst voor oorlog en durfden niet tegen machtsmisbruik op te treden. Daar komt nu verandering in.”

Somaliland en Somalië steken scherp bij elkaar af. Toch wonen in het voormalige Britse protectoraat en de Italiaanse ex-kolonie dezelfde etnische Somaliërs. Ze delen een taal en cultuur, ze zijn even zelfingenomen en koesteren hun vrijheid en informele omgangsvormen.

In beide gebieden vielen de bewoners ten prooi aan clangekte. Somaliland en Somalië vormden direct na de onafhankelijkheid in 1960 één staat in een poging alle Somaliërs, ook die in buurlanden Ethiopië, Kenia en Djibouti, onder één vlag te verenigen.

„Het streven naar één grote Somalische natie ontaardde in oorlog en vernietiging”, vertelt Abdirahman Abdilkadir, vicevoorzitter van de regeringspartij Kulmiye in Hargeisa. „Al onder de dictatuur van president Siad Barre (1969-1991) viel de staat uiteen, het centrale overheidsapparaat kwam geheel in handen van één clan, de Darod van Barre. Iedereen voelde zich benadeeld, rende een eigen richting uit en viel terug op zijn eigen clan. Zo raakten we ondergedompeld in absolute chaos.”

De Somaliërs zijn bezield door de geest van de nomade. Het schrale landschap weerspiegelt zich in de aard van zijn bewoners. Somaliërs zijn de meest opportunistische politici. Ze vormen het meest koppige volk van Afrika, ze zijn moedig en verachten de dood.

Ze voeren gretig oorlog en schieten uit wraak tegen andere clans ziekenhuizen en scholen tot gruis, soms hele steden. „De ware nihilisten”, noemde Gerald Hanley hen, de Ierse auteur en Britse soldaat die in de jaren vijftig in Somalië verbleef.

Het clansysteem hoort bij de Somaliër. Een Somaliër erkent alleen de autoriteit van zijn clanoudsten. Een clan of sub- of subsubclan is een grote familie. In tijd van nood valt hij terug op zijn familiegroep, die voor hem zorgen zal. Zonder clanbescherming is hij een verschoppeling. „Een clan is een sekte. Je bent een held als je iemand van een andere clan doodt, maar een moordenaar als het slachtoffer van je eigen clan is”, zegt het parlementslid Ibrahim.

Elke stad is opgedeeld is clanwoonwijken, de savanne verdeeld in clangebieden. In een natiestaat leidt het clansysteem gemakkelijk tot chauvinisme en nepotisme. Toch vielen de Somalilanders terug op hun tradities die hadden bijgedragen tot de oorlog, om een einde te maken aan de oorlog.

Vermoedelijk nergens in Afrika werd sinds het einde van het kolonialisme door een burgeroorlog zo veel schade aangericht als in Hargeisa. Met de regelmaat van tramlijn 1 stegen gevechtsvliegtuigen van Barre in 1988 van de luchthaven bij Hargeisa op om twee kilometer verderop hun bommen op de stad te werpen. Dat was de wraak van de Darod-clan voor acties van rebellen die steun kregen van de leiders van de Isaak-clan. Een geschatte vijftigduizend doden en een miljoen vluchtelingen waren het resultaat. Geen gebouw stond meer overeind.

Na de vlucht van Barre in januari 1991 walgden de Somalilanders zo van de clans en krijgsheren in het zuidelijke Somalië dat ze zich spontaan onafhankelijk verklaarden.Om hun nieuwe land op orde te brengen, keerden ze zich tot hun traditionele clanleiders.

„Wij clanouders hebben het nieuwe Somaliland opgebouwd”, zegt Abdillahi Habana, secretaris-generaal van de Guurti, de Eerste Kamer van traditionele clanoudsten. „Eerst zetten we de politici buitenspel. We moeten ze nu nog steeds corrigeren, want ze zijn nog niet volwassen.” Nadat ook in Somaliland nieuwe clanoorlogen waren uitgebroken, riepen de clanleiders de politici in 1993 naar het stadje Boroma. Ze sloten hen op in een school. Pas toen ze na maanden een akkoord hadden bereikt, deden de traditionele leiders de deur weer open. Met hulp van de clans werden de krijgsheren en milities ontwapend en gedemobiliseerd. Zo invloedrijk waren de clanleiders geworden in het vredesproces dat er werd gekozen voor een hybride systeem van een gekozen parlement en de door clans benoemde Guurti.

De clanouderen in de Guurti kunnen vrijwel elk wetsvoorstel van het parlement afwijzen of amenderen. Het laatste woord in Somaliland is aan de clans.

De afwezigheid van buitenlandse invloed, zeggen alle Somalilanders, garandeerde het succes van onderhandelingen in Boroma. „De vrede kwam in Somaliland van binnenuit”, legt minister Zamzam Abdi Adan uit. „In Mogadishu [de hoofdstad van Somalië, red.] zoeken de politici niet naar oplossingen, ze streven louter eigenbelang na. De buitenlandse vredesstichters arriveren er met buidels geld en daarmee verdwijnt iedere wil tot vrede bij de Somalische onderhandelaars.”

Somaliërs hebben een regering nodig die zo klein is dat ze op een kameel kan worden meegedragen. „Buitenlandse vredesstichters kunnen alleen denken in termen van een centrale regering en een formele staat”, kritiseert een buitenlandse gezant in Hargeisa de manier waarop de internationale gemeenschap met Somalië omgaat. „Maar er bestond nooit een staat in Somalië, het was een ballon, in de lucht gehouden door buitenlandse machten. Somaliërs hebben behoefte aan een systeem voor veiligheid en sociale bescherming, niet aan een staat. Laten ze tientallen clanrepubliekjes oprichten, ook al bestaan die uit niet meer dan een paar grote families.”

De traditionele leider als nucleus van een nieuw en op eigen, Afrikaanse waarden gestoeld bestuurssysteem. Misschien is dat de toekomst van Somalië. „Afrikanen zijn blind als ze streven naar een westers democratisch model. Elk Afrikaans land dat het probeerde, mislukte”, vindt Abdillahi Habana van de Guurti. „Het idee van een centrale overheid is achterhaald, alleen die leeghoofden uit de diaspora willen dat. Een federatie op basis van clanverwantschap is de enige oplossing.”

Parlementslid Ibrahim wordt door zijn collega’s wel ‘de Europeaan’ genoemd. Evenals vele ministers in de regering van president Silanyo komt hij uit de diaspora, gekneed door westerse invloeden. Hij ziet gevaren in de oplossing die Habana van de Guurti voorstaat. „Het is staat óf clan. Het is romantiek om te dromen dat gewoonterecht in een moderne rechtsstaat kan bestaan. De twee samen is onmogelijk”, betoogt hij. Hij noemt de Guurti corrupt en een obstakel voor democratie.

De Guurti is sinds de oprichting in 1993 in Boroma aan vernieuwing toe. „Met de nieuwe regering van technocraten van Silanyo is alles in beweging geraakt”, zegt Guurti-voorzitter Salesan Gaal. „Traditionele leiders worden per definitie nooit gekozen, als ze sterven mogen ze zelf hun opvolger aanwijzen. Er zitten nu mensen in de Guurti die de tradities niet meer kennen, er zit zelfs een vrouw in de Guurti.”

De Guurti weigerde een door het parlement aangenomen wet waaronder een kwart van de zetels in het parlement zou worden gereserveerd voor vrouwen. Een vrouw kan nooit een eindbeslissing nemen, dat gaat tegen Somalische tradities in. En ook jongeren hebben geen stem, want zoals de traditie gebiedt, lopen jongeren nooit voor de ouderen uit.

De tekortkomingen ten spijt hebben in een roerige regio de Somalilanders met hun mengeling van oud en nieuw in eigen ogen een klein wonder verricht. Fatima zit van repen boomschors een dak voor haar huis te vlechten. „Een goede bescherming en lekker warm. Doen jullie Nederlanders dat ook tegen de kou? Nee? Nou, dan hebben we jullie nog veel te leren”, grinnikt ze. Ze ontvluchtte vorige maand met haar negen kinderen Mogadishu. „Dat was de elfde keer dat ik moest rennen voor bommen. In Mogadishu ging de hoop ten onder. Hier ben ik veilig. Ik wil de nationaliteit van Somaliland aannemen.”