Rood voor toeristen, blauw voor locals, bij twijfel geel

Wordt een stad vaker gefotografeerd door toeristen of door zijn inwoners?

Om daar achter te komen, combineerde Eric Fischer data van Google, Flickr en Picasa.

Noem hem een data-analist en je hebt gelijk. Noem hem een cartograaf en je slaat de spijker op z’n kop. Noem hem een planoloog en je hebt het bij het rechte eind. Noem hem een kunstenaar en velen zullen dat onderschrijven. Eric Fischers werk omvat meerdere disciplines. En dat maakt het zo interessant.

De Amerikaan Fischer is computerprogrammeur en werkt bij een technologiebedrijf in Mountain View (Californië). Daarnaast heeft hij net zoveel hobby’s en interesses als zijn leeftijd in jaren: 37. Van steden tot kaarten, en van wandelen tot ‘systematisch wandelen’. Een beetje nerdy is het wel – andere hobby’s zijn bijvoorbeeld sciencefiction en oude computers – maar hij weet zijn verzamelde informatie om te buigen naar inzichten in het handelen van mensen in de openbare ruimte.

Neem zijn laatste grote project: Locals vs Tourists. Eerst combineerde hij plattegronden van Google Maps met foto’s van websites als Flickr en Picasa. Hij gebruikte alle met plaats aangeduide beelden. Maakte iemand meerdere foto’s van de desbetreffende stad, dan verbond hij de locaties met een lijn. Zo ontstonden kaarten waarop per stad goed te zien is welke plekken vaak worden gefotografeerd.

Sommigen dachten automatisch de geijkte paden van toeristen erin te zien. Maar was dat wel zo? Daarom ging Fischer nog een stap verder en deed een onderzoek naar de makers van deze foto’s. Zat er meer dan een maand tussen twee foto’s van een stad van dezelfde maker, dan moest het om een local gaan. Die kleurde hij blauw op de kaart. Rode vlakken op de kaart zijn foto’s genomen door toeristen en als hij twijfelde gaf hij de plek een gele kleur.

Venetië en Las Vegas worden bijna alleen door toeristen gefotografeerd, is een conclusie die je kunt trekken. Of dat inwoners van Londen en San Francisco zo veel meer locaties in hun stad het fotograferen waard vinden dan toeristen dat doen.

Fischer bracht op deze manier 72 steden in kaart, waaronder Amsterdam, Rotterdam en Utrecht. Door statistische gegevens in beelden om te zetten, onthult hij de patronen van een stad. Waar verblijven mensen in hun vrije tijd? Welke plekken zijn zowel onder toeristen als locals populair? En waarom zie je in andere plaatsen juist zoveel verschil tussen de gefotografeerde plekken? Hoe staat het met de betrokkenheid bij de stad?

Zo deed hij hetzelfde met inwonergegevens uit het jaar 2000 van het nationale statistiekbureau Census. Hoe ziet de verdeling van een Amerikaanse stad op ras en etniciteit er eigenlijk uit, wilde hij weten. Hij kleurde de blanke bevolking rood, zwarten werden blauw, Aziaten groen, Spaanstaligen oranje en grijs is overig. In veel wijken overheerst één kleur, waardoor het opeens erg duidelijk werd dat van integratie lang niet altijd sprake is. Detroit bleek het meest gesegregeerd, New York en San Francisco het minst.

Zijn kaarten werden landelijk bekend door publicaties in de krant The Boston Globe en tijdschrift Time. En straks, als de inwonergegevens voor 2010 vrijkomen en Fischer die ook weer naar overzichtelijke kaarten transformeert, zal de aandacht er zeker niet minder om zijn. Fischer: „Het andere ras is in de Amerikaanse maatschappij een grote bron van angst. Het begrijpen van de geografie van steden is denk ik erg nuttig in het begrijpen waar die angsten vandaan komen en hoe ermee om te gaan.”

Zijn fascinatie voor kaarten en statistiek begon met een bezoek aan de bibliotheek van de University of Chicago, valt te lezen in het artikel The World According to Fischer op de site Mission Local. Hij was er om de oorsprong van het moderne toetsenbord te achterhalen. Dat was niet voor zijn werk of een studie, nee, dat wilde hij gewoon weten. Hij stuitte in de bibliotheek bij toeval op boeken over openbaar vervoer. Fischer werd meteen gegrepen door oude kaarten en foto’s van de metro van Chicago. Inmiddels weet hij het nodige van de historie van menig metrolijn. Onlangs nog zette hij alle vervoersstromen van het openbaar vervoernetwerk Muni in San Francisco van de maand juni in één kaart. Al die bus- en cable car-lijnen achter elkaar geplaatst werd een 1 minuut durend filmpje.

Deze – wellicht op het eerste oog niet heel nuttige, maar vaak mooie – kaarten hebben een doel. Fischer wil weten hoe de stad werkt, en óf hij werkt. San Francisco, zegt hij, works. „Het is een van de weinige plaatsen waar het makkelijker is om jezelf wandelend voort te bewegen dan in andere steden. Des Moines (Iowa) werkt niet. Daar zijn zo veel loopbruggen tussen gebouwen dat niemand meer naar buiten gaat.”

En hij kan het weten. Fischer heeft tot doel, dwangmatig als hij is, door alle straten van San Francisco te lopen. Hij heeft er ruim tweehonderd mijl opzitten (320 kilometer). Op Google Maps houdt hij zijn voortgang bij. Nog 691,1 mijl te gaan, vermeldt één van zijn vele statistieken.

„Ik ga de wereld nooit op een kwantummechanisch niveau begrijpen, maar wat betreft mensen in de stad en hoe zij zich verplaatsen wil ik wel een poging wagen.”

Bekijk meer werk van Eric Fischer via nrcnext.nl