Patat met mayo, pindasaus en ui heet oorlog. Waarom?

Willeke Colenbrander uit Utrecht vraagt zich af waarom friet met mayonaise en pindasaus een patatje oorlog heet. En waar die naam vandaan komt. „Was dit soms een reactie op de koloniale oorlog in Nederlands-Indië?”

Een rondgang langs diverse snackbars in Utrecht en Amsterdam levert de volgende reacties op: „Ik zou het echt niet weten”, „al sla je me dood” en „die naam gebruiken wij niet meer, te negatief”. Een enkeling suggereert voorzichtig dat de benaming verwijst naar de puinhoop op het bord.

En dat klopt, zegt tv-kok, smaakambassadeur, kookdocent en mede-auteur van het boek Patatje oorlog (2008) Pierre Wind. „Alles wordt bij elkaar gepleurd en zodoende is er sprake van oorlog op je bord.”

Wie de term verzonnen heeft, is volgens Wind niet meer te achterhalen. „De naam is straattaal, ontstaan in het westen van Nederland en uiteindelijk door iedereen overgenomen.” In de jaren zeventig en tachtig was het patatje een grote hit, vertelt hij. „Oorlog zonder uitjes was een zeer gangbare uitspraak.”

Begin jaren negentig, tijdens de Balkanoorlog raakte dit patatje echter in opspraak. Sommige snackbars veranderden de naam in patatje vrede; een term die nooit is aangeslagen. In 1998 werd het patatje feest geïntroduceerd. Ook deze benaming stierf een stille dood. Als reactie op de pacifistische frietjes ontstond het patatje Tsjernobyl, een combinatie van curry, pindasaus, ketchup, uitjes en mayonaise.

Tegenwoordig komt Wind het patatje oorlog steeds minder tegen. „Er is enorme verscheidenheid aan sauzen en combinaties. Mensen zeggen nu liever precies wat ze willen. Daarbij zijn de snacktermen meer streekgebonden.” Zo kent Groningen het patatje rotzooi, ook wel ‘ziekenhuis’ genoemd, met pindasaus, mayonaise, curry en uitjes. In Overijssel heeft patatje ziekenhuis knoflooksaus, sambal, mayonaise, ketchup, pindasaus en uitjes.

Voor Wind is het perfecte patatje oorlog gewoon klassiek, de helft pindasaus, de helft mayonaise, met gesneden uitjes eroverheen. Handgesneden uitjes welteverstaan, want de gesneden fabrieksuitjes zijn volgens hem een terroristische aanslag op de smaakpupillen. „Door machinaal snijden, verkracht je de ui. De cellen scheiden een bittere geur en smaak af. Heel vies.”

De link met Nederlands-Indië is begrijpelijk volgens Wind, maar onjuist. „De pindasaus deed pas veel later zijn intrede, rond de jaren zestig. Wellicht verwees de naam destijds naar andere oorlogen, maar niet naar de koloniale periode.”

Emmelien Stavast