Pas op plaats in zorg

Iedereen die denkt dat de financiële problemen in de gezondheidszorg simpel kunnen worden opgelost, vergist zich. Het systeem in Nederland staat structureel onder druk en kan dus barsten. De vergrijzing leidt tot meer patiënten maar minder artsen en andere handen aan hun bed. Het voortschrijden van de technologie nodigt uit tot meer ingrepen. En dan zijn er nog specifiek Nederlandse tradities in het zogeheten ‘middenveld’.

De kosten van de zorg groeien dus harder dan de economie. Die trend laat zich niet eenvoudig ombuigen door louter marktwerking of, omgekeerd, door collectivisatie. Door het eerste gaan de kosten juist verder stijgen of wordt het basispakket tot een maatschappelijk onaanvaardbaar minimum uitgekleed. Het laatste brengt de wachtlijsten terug. Het zorgsysteem zit klem, stelde het vorige kabinet al vast. Het zocht naar een geleidelijke uitbreiding van marktwerking en onderhandelingsvrijheid voor ziekenhuizen en verzekeraars: de ‘prestatiebekostiging’.

Het kabinet-Rutte wil nu pas op de plaats maken. Weliswaar „zet het vol in op invoering van prestatiebekostiging”, zoals het heet in een recente nota van het ministerie van Volksgezondheid. Maar tot 2015 even niet. De risico’s zijn te groot. Een „tijdelijke stap terug in termen van concurrentie” is onvermijdelijk. Om het zorgsysteem financieel beheersbaar te houden is het noodzakelijk de „vrijheidsgraden van alle betrokken partijen tijdelijk te beknotten”, schrijft het departement van minister Schippers (VVD) die anders wil maar erkent dat de tijd „krap” is.

Deze ingreep lijkt onverenigbaar met de politieke kleur van Schippers. Bestuurlijk neemt het ministerie ook een risico. De particuliere zelfstandige behandelcentra (zbc) tasten nog jaren in het duister. Dat ondergraaft de ondernemingszin. Het kan olie op het vuur zijn van het steeds oplaaiende conflict met medisch specialisten, die zich verzetten tegen kortingen op hun naar internationale maatstaven ongekend hoge inkomensposities. Maar een time- out kan alle partijen wel wat lucht geven voor een nieuw begin.

Minister Schippers neemt daarmee echter een grote last op zich. Ook omdat liberalen sinds jaar en dag relatief veel greep op de zorg hebben. VVD’er Hoogervorst tekende tussen 2003 en 2007 voor het stelsel dat nu renovatie behoeft. Ex-partijleider Wiegel is al decennia voorzitter van de koepel Zorgverzekeraars Nederland. Partijgenoot De Boer (kortstondig minister voor de LPF maar lid van de VVD) leidt de Vereniging van Ziekenhuizen. En oud-minister De Grave, eerder voorzitter van het College Tarieven Gezondheidszorg en de Nederlandse Zorgautoriteit, leidt sinds eind november de Orde van Medisch Specialisten.

Deze VVD’ers moeten samen in staat zijn de vernieuwing van de zorg tot een einde te brengen. Maar het is riskant. Want wie centraal aanstuurt, neemt ook centraal verantwoordelijkheid.