Onwerkelijk vogelkoor

Ik wist niet waarvan ik eigenlijk wakker werd. Het was nog niet goed licht, alleen de lucht onder het raam werd in klinkende beroering gebracht. Ik opende het raam en een lied kwam de kamer binnen. Nooit tevoren had ik zulke muziek gehoord. In mijn land zingen de vogels niet, ze roddelen en mopperen alleen maar.

Dat onwerkelijke koor, waarin ik geen afzonderlijke melodie wist te onderscheiden, vormde een verwelkoming. Die bracht me weer in slaap, en ik weet het nog goed, dat was het eerste gelukkige ogenblik van mijn leven in Nederland.

Maar mijn tweede, echte ontwaken in de werkelijkheid werd veroorzaakt door doffe metalen klappen, alsof in een steengroeve met reusachtige mokers rotsen werden afgehouwen. Ik moest het raam weer opendoen om te leren wat ik hoorde. Ik staarde naar een vrachtwagen die met een kraan een grote metalen kubus uit het trottoir lichtte, de inhoud daarvan in zijn binnenste loste en luidruchtig opslokte. Zelfs toen ik dat geluid veel later wist te ontcijferen, toen ikzelf ook die ondergrondse vuilniscontainers vulde, kon ik geen vrede hebben met dat kabaal, dat me beroofde van mijn slaap, dat zelfs de gedachten uit mijn hersenen wilde afbreken en vermorzelen.

Ik ben ook nooit gewend aan de fluitende fietsers, hun melodieën kwamen altijd geforceerd op me over, alsof de wind hen geselde om te maken dat ze floten, alsof ze waren gedwongen zich van een soort pijn te bevrijden met schrille frequenties, die ze aan de straten en de parken overdroegen.

Maar die vogels, daar smacht ik altijd naar. Ik heb nog niets begrepen van wat ze me willen zeggen, maar ik weet dat ze me troosten.

Borislav Cicovacki (Sombor, Servië (Joegoslavië, 1966) studeerde hobo in Novi Sad en bij Han de Vries in Amsterdam, waar hij sinds 1991 woont. Behalve musicoloog en componist is hij schrijver.