Klanken botsen tegen alles

Nederland klinkt als een harde radio, als dj’s die muziek draaien waar je iets mee kunt winnen, als je wel opschiet. Ik hoor juichende kindertelevisie en liedjes en dansjes die we zelf verzinnen voor de hele buurt. Ik baad me in het geluid van bewonderende ouders die vaak ‘goed zo’ roepen en waarvan ik me afvraag of ze het menen.

Ik luister naar de chansons van Wim Sonneveld en naar een plaat van een uitbundig Gabonees kerkkoor. Zondagochtend zing ik psalmen met een galmend orgel. De dreunende trommels zijn vervangen door een tikkende koordirigent, zoals thuis de typemachine geen Franse letters kent.

Op straat hoor ik een trotse dreun als ik neerkom op de stoep na een gelukte radslag. Ik hoor ruisende bladeren waar ik doorheen kan schoppen. Ik zoek de opera van een tropenbui met het geruststellende orkest van kwakende kikkers in het ochtendwater. Maar ik hoor de wekker en mijn botten roepen dat ik op tijd op moet staan, samen met de koerende duiven onder mijn dakkapel. Ik zoek een drumgeluid dat iedereen samenvoegt, maar hoor te veel om alles te verbinden.

Nederlandse klanken botsen tegen het gietijzer van de herenhuizen, tegen beton, tegen de stenen vloeren. Ik hoor overal korte harde zinnen, ze botsen tegen mij aan, of ze dempen door het oranje ribfluweel op de trap naar mijn zolderkamer. Ze worden onderbroken door een dringend rinkelende telefoon. Ik val in slaap door de malende Miele-wasmachine, die goedkoper doordraait na zeven uur ’s avonds.

De nacht roept me wakker als zij niet tot me door wil dringen, want zij is niet donker genoeg. Net als de dag niet wil beginnen, want zij is niet licht genoeg.

Monica de Ruiter (1971) groeide op in Indonesië en Gabon (West-Afrika). Werkt als journalist, schrijver en dichter ondermeer voor NRC Handelsblad, Trouw en nrc.next.