Het Obama-drama

Historici beschrijven hoe de geschiedenis zich voltrok. Als historische feiten zich voordoen, zien ze die vaak niet. Simon Schama, de ook in Nederland bekende Britse historicus, noemt Barack Obama in de Financial Times van 24 december een can-do president en schildert Republikeinen af als verbitterde nay-sayers, opgejut door de opperpriesters van de rightwing media. Het feit dat Obama bij de recente Congresverkiezingen een historische aframmeling kreeg, blijft onvermeld.

Schama doet denken aan Pauline Kael, voormalig filmcriticus van The New Yorker, die volgens The New York Times van 28 december 1972 zei dat ze in een nogal bijzondere wereld leefde. Ze kende slechts één persoon die op Nixon had gestemd en wist niet waar de Nixon-stemmers waren – in elk geval niet in haar vriendenkring. Alleen in het theater ‘voelde’ Kael soms dat er ook Republikeinen bestonden.

Kennelijk was haar vriendenkring beperkt, want Nixon bracht zijn Democratische opponent, George McGovern, een verpletterende nederlaag toe. Nixon won in alle staten (inclusief New York), behalve in Massachusetts. Schama, die doceert aan de Columbia-universiteit in New York, formuleert het treffend: in New York zijn mensen openly gay and secretly Republican.

Voor mensen als Schama valt de Republikeinse overwinning rauw op het dak. Van de Amerikaanse kiezers noemt grofweg 20 procent zich progressief en 40 procent conservatief. De resterende 40 procent positioneert zich ergens in het politieke midden. Bij de Congresverkiezingen bleek dat die tussengroep, die bij de presidentsverkiezingen van 2008 in meerderheid op Obama stemde, zich massaal van hem had afgekeerd. Progressief Amerika heeft de omvang van de exodus onderschat en reageert gefrustreerd. Republikeinen zijn ‘Tea Party-simplisten’, ‘nativisten’ en racisten.

Waarom verloor Obama die middengroep? Het antwoord is simpel. Een president die aankijkt tegen een werkloosheid van bijna 10 procent, krijgt een electorale opdoffer. Obama begon in een economische crisis met een werkloosheid van 7,7 procent. In zijn eerste twee jaar, waarin Obama miljarden dollars uitgaf aan het stimuleren van de economie, liep die op naar bijna 10 procent. Het resultaat is een schuldenberg van Belgische omvang en een begrotingstekort van Griekse proporties.

Democraten koesteren president Franklin Delano Roosevelt (FDR) als voorbeeld, wegens diens New Deal-beleid in de jaren dertig. New Deal was in werkelijkheid een mislukking. Op 9 mei 1939 bekende de toenmalige minister Morgenthau (Financiën): „We geven meer geld uit dan ooit, maar het werkt niet. Ik wil voorspoed in dit land. Ik wil dat mensen een baan hebben. Ik wil dat mensen genoeg te eten hebben. Maar we hebben onze beloften nooit ingelost. Na acht jaar regeren hebben we net zoveel werkloosheid als toen we begonnen. En een enorme schuldenberg er bovenop.”

Obama gebruikt het FDR-recept en oogst hetzelfde resultaat. De middengroep, die wordt geconfronteerd met werkloosheid, ziet wat Obama niet ziet en gaf een signaal. Werkloosheid is geen lolletje, zeker niet in de Verenigde Staten, waar burgers leven op consumptief krediet.

Conservatieve Amerikanen zullen nooit op Obama stemmen. Niet omdat ze racisten zouden zijn. De recente verkiezingen brachten veel niet-blanke politici in publieke functies: twee zwarte Congresleden, de Latino-gouverneurs van New Mexico en Nevada en de Indian American gouverneur van South Carolina, Nikki Haley. Dat zijn allemaal Republikeinen uit het zuiden! Conservatieven hekelen, net als de middengroep, Obama’s economische politiek, die zij omschrijven als ‘socialistisch’, maar er is een extra reden. Obama doet schamper over American exceptionalism. Hij ziet Amerika niet als uniek verschijnsel, als ‘de schitterende stad op de heuvel’.

Conservatieven huldigen dus een ander wereldbeeld. Voor hen is Amerika: baken van vrijheid, voorspoed door persoonlijk initiatief en sociale mobiliteit. Amerika kan wat elders onmogelijk is. Zet God als kers op de taart en de missie is compleet. Ik zag vorig jaar hoe de rijzende ster uit Florida, Marco Rubio, het ‘exceptionele’ van Amerika uitlegde tijdens de Conservative Political Action Conference (CPAC) in Washington. Rubio, van Cubaanse afkomst, beschreef met tranen in zijn ogen hoe hij, in tegenstelling tot zijn ouders in Cuba, een kans kreeg in Amerika. Voor Rubio was die tranen trekkende rede over zijn armoedige jeugd een geloofsbelijdenis. Een Britse conservatief die naast me zat, merkte op: „My God, that would never work in Britain!” Rubio werd gekozen tot senator. Let op hem: hij is uit presidentieel hout gesneden.

Obama daarentegen vindt de VS „niet specialer dan Griekenland”. Hij relativeert de positie van de VS in de wereld, spreekt met respect over de Islamic Republic of Iran en gaf de NASA opdracht om samen te werken met islamitische staten om moslims een gevoel van eigenwaarde te geven. Spoedig moet de NASA moslims de ruimte insturen. „Verval is Obama’s keus”, schamperde de conservatieve commentator Charles Krauthammer.

Schama denkt dat Obama zijn presidentschap in 2012 veiligstelt. Dat is mogelijk. Het is moeilijk een zittende president te wippen, maar met het verzet van een gemotiveerd conservatief kiezersvolk, gecombineerd met onvrede van zwevende kiezers over werkloosheid en schuldenlast, is de herverkiezing van Obama geen uitgemaakte zaak.