Goede voornemens na twee uur lopen

Kort feuilleton: Judith zoekt haar toevlucht in een hotel op de Veluwe nu thuis een nieuwe vloer wordt gelegd.

Nadat Judith haar kamer had geïnspecteerd (schoon en – zoals gewoonlijk in een hotel – iets te warm) was het tijd om te gaan eten. In het restaurant bestelde ze de carpaccio en een witte wijn en bekeek ze de andere gasten. Een stel van middelbare leeftijd in vrijetijdskleding, dat morgen, als het weer het toeliet, ongetwijfeld een flinke fietstocht zou maken. Een paar gezinnen met kleine kinderen. Ze had spijt dat ze geen boek of krant mee had genomen. Ze had voor het laatst alleen gegeten in een openbare gelegenheid toen ze 25 was en een tocht maakte door Oxford en Cambridge. Een sentimental journey naar de plekken waar ze als puber, zwaar onder invloed van de televisieserie Brideshead Revisited, romantische fantasieën over koesterde. Helaas was ze de in ribfluweel gestoken professor van haar dromen er niet tegengekomen. Het was hartje zomer en alle deans waren in Spanje of Frankrijk met hun witte vrouwen en kinderen. In de universiteitssteden hingen alleen verveelde pubers rond, door hun ouders op een dure taalcursus gestuurd.

De nog halfbevroren plakken rauw vlees vielen slecht, bovenop de witte wijn. Ze vond de wc’s in de catacomben van het hotel. In de spiegel zag ze een vrouw met bruin, lang haar en lichtblauwe ogen. Haar wangen waren misschien iets te bol, maar het was een aardig gezicht. Met een mooie huid en prima tanden. Misschien moest ze een SOS-bericht achterlaten op de handdoekrol. Help. Red mij. Door een paar keer te trekken aan de stof zou haar boodschap verdwijnen in het apparaat. Zou iemand in de Hokatex-fabriek haar noodkreet later vinden? Troffen ze wellicht dagelijks dergelijke berichten aan? Halve romans? Of belandden de rollen zonder enige menselijke tussenkomst in een gigantische wasmachine? De volgende ochtend trok ze haar wandelschoenen aan en liep ze het bos in. Op aanraden van de hotelreceptioniste volgde ze de gele route. Een flinke tocht van zeventien kilometer. Het was in de nacht gaan vriezen en nu was het helder en koud. Haar hotelkater, meer een gevolg van de te warme kamer dan van de vier miezerige glaasjes wijn, was al snel verdwenen. Na twee uur lopen had ze een lijstje met voornemens voor het nieuwe jaar:

Verhuizen. Bij voorkeur naar een recent gerenoveerd (‘vernieuwbouwd’ heette dat tegenwoordig, hoorde ze laatst) appartement, zonder spleten of kieren. Met verantwoordelijke buren en een tuin.

Nog een keer afspreken met de man die ze via een datingsite had ontmoet. Ze had saai met hem gegeten en hem op geen enkele wijze begeerd, maar misschien moest ze op haar achtendertigste onder ogen zien dat begeerte ook niet alles is. Ze zou samen met hem terug kunnen gaan naar dit hotel. Croissants met hem eten. Gehuld in vrijetijdskleding heel hard met hem over de hei fietsen. Misschien wel met een geadopteerd kind achterop. Uit Haïti of een ander, door rampgebied.

Een carrièreswitch. Toch iets met ontwikkelingswerk, misschien? En ze had altijd graag detective willen worden. Ze zag zichzelf wel als rechercheur. Zo’n Helen Mirren-achtig, streng type, met een drankprobleem en een overschot aan mensenkennis. Een vrouw die het te druk heeft met het oplossen van moordzaken, om zich bezig te houden met haar eigen, plotloze bestaan.

Wordt morgen vervolgd