Gewoon elke dag van 8 tot 6 op de ijsbaan

Jeroen Otter (46) is een half jaar bondscoach van de Nederlandse shorttrackers.

Hij eist een professionele houding. „Dit is extremer dan de schaatsers gewend waren.”

Zijn pupillen keken wel even vreemd op tijdens zijn eerste werkdagen. Jeroen Otter, sinds juli bondscoach van de Nederlandse shorttrackers, koos voor een radicale koerswijziging na zijn aanstelling. „Dit is extremer dan mijn schaatsers gewend waren”, zegt Otter in ijsstadion Thialf te Heerenveen.

Otter (46) eist een professionele houding van de shorttrackers. Ze moeten elke werkdag van acht tot zes in Heerenveen zijn, waar ze rond hun trainingen worden ondersteund door een diëtist, fysiotherapeut en een arts. Otter wijkt geen moment van zijn koers af. „Ik heb mijn schaatsers in het begin voorgehouden: jullie hebben de afgelopen jaren een bepaald plan gevolgd waaruit bleek dat jullie de laatste stap net niet konden maken. Ik heb een plan waarmee we die stap wél kunnen maken. Dus vertrouw me een jaar en ik beloof jullie dat het resultaat oplevert.”

De bondscoach, hiervoor werkzaam bij zijn eigen internationale team in Calgary (Canada), zag zijn aanpak al vroeg uitmonden in succes. Bij de wereldbekerwedstrijden in Azië, half december, werden drie medailles veroverd; één zilveren en twee bronzen. Maar verrast? „Ik wist dat dit erin zat”, zegt Otter kalm. „De Nederlandse schaatsers laten op de training veel meer zien dan in de wedstrijd, dus ik zat eigenlijk te wachten tot dit een keer zou gebeuren.”

Nederland is de laatste vier jaar aan een inhaalslag bezig. De schaatsbond wenst het gat naar de wereldtop (Canada, Korea, Verenigde Staten, China) nog voor de Olympische Spelen van Sotsji, 2014, te dichten. Otter, die internationaal een goede naam heeft, is aangetrokken om dat project te bespoedigen. „Het gat is te overbruggen”, zegt Otter stellig. „Ik zal er meteen bijzeggen dat ik een positief ingesteld persoon ben, maar ik zie er een mooie uitdaging in om ons land terug te brengen naar de top.”

Otter concentreert zich daarbij met name op het mentale aspect bij de shorttrackers. Op dat vlak valt nog veel winst te behalen volgens hem. „Je kunt onze positie het beste vergelijken met Bettine Vriesekoop en het tafeltennis in de jaren tachtig. De perceptie was: omdat zij blank was, zou ze niet goed kunnen tafeltennissen. Onzin, maar zo beleven mensen het wel.”

Otter bedacht een foefje. Hij haalde de Let Haralds Silovs, Europees kampioen in 2008, naar Nederland, zodat de shorttrackers dagelijks kunnen zien hoe hij traint en leeft. „Hij is de ideale sparringpartner om mee te trainen”, motiveert Otter. „Onze schaatsers zien dat hij ook maar een man van vlees en bloed is. Ze zien dat ze hem bij kunnen houden, zelfs kunnen winnen. Ze beseffen dat niemand onverslaanbaar is. Die beleving vertaalt zich in de wedstrijden.”

De bondscoach bespeurt nu al een andere wedstrijdbenadering bij zijn pupillen. Ze voelen zich niet langer kansloos tegen een Aziaat of Amerikaan. Dat heeft alles te maken met de mindset. „Ik heb voor een wedstrijd weleens aan de schaatsers gevraagd: hebben we hard getraind? Ja, zeiden ze dan. Vervolgens vroeg ik: zouden we nog harder kunnen trainen? Nee, luidde het antwoord. Dat betekent dus dat we maximaal bezig zijn. Als je die denkwijze meeneemt op het ijs, wordt het ineens een heel andere wedstrijd. De meesten hebben dat al redelijk opgepikt.”

Bij de Europese kampioenschappen in Heerenveen (van 14 tot 16 januari) hoopt Otter verdere progressie te zien bij zijn pupillen. Sjinkie Knegt en Niels Kerstholt zijn belangrijke troeven bij de mannen, Jorien ter Mors en Annita van Doorn worden kansrijk geacht bij de vrouwen. Bij de perspresentatie aan het begin van het seizoen sprak Otter al ambitieus over de EK: hij wenste bij alle vier de categorieën iemand op het podium. „En daar wijk ik niet vanaf. Als dat gebeurt, hebben we een goed EK gereden.”

Nederland zou dan weer ouderwets meedoen om de prijzen. In de jaren tachtig behoorde Nederland nog tot de wereldtop. Otter, die vier wereldtitels met de Nederlandse mannenploeg won, kan daarover meepraten. Nederland verloor in de jaren negentig aanzienlijk terrein. „De rest van de wereld heeft in die periode een stap gemaakt, wij niet. De schaatsbond heeft te laat ingezien dat er iets moest veranderen, omdat het toch wel goed ging. De opgelopen achterstand zijn we nu aan het inhalen.”

Otter krijgt daarbij ondersteuning van Arie Koops, directeur sport bij schaatsbond KNSB. Samen proberen ze de faciliteiten te regelen voor de shorttrackers. Van onderwijs tot huisvesting, van een voedingsdeskundige tot gespecialiseerd arts.

De bondscoach vraagt het maximale van zijn pupillen. „It’s not how good you are, it’s how good you want to be”, zegt hij. „Die filosofie heb ik vanaf dag één proberen over te brengen op mijn schaatsers. Je moet werken tot je erbij neervalt.”