Een schot hagel

Ik ben verzot op jaaroverzichten. Als in een kajak op de woeste stroom word ik meegesleurd door orgastische beelden die ik in de loop van het jaar toch al niet had gemist. Zondagmiddag keek ik op de VRT naar, overigens een herhaling, van het wielerjaaroverzicht. Bleek tot mijn verbijstering dat ik mijn favoriete wielerfragment totaal was vergeten. Zoals een goede grap de tweede keer nog even leuk is, zo klapte ik weer dubbel van genot.

Het gaat om de sprint op de Champs-Élysées. De motor met de cameraman jaagt over de loze strook tussen de twee ‘rijbanen’. Ik zie de door een ploegmaat uitzinnig gegangmaakte Thor Hushovd, alsmede de aan het stuur rukkende Alessandro Petacchi en profil. Opeens is daar de neus van Mark Cavendish. Dan de rest van Cavendish. Hushovd en Petacchi worden gepasseerd door een schot hagel.

Ware het niet dat de fietsen in de Tour dagelijks door de veiligheidsscan werden gehaald, (sinds het gerucht dat Fabian Cancellara in het voorjaar met verborgen hulpmotor zijn onmenselijke demarrages had geplaatst), zou je zweren dat het niet echt is wat je ziet.

In het jaaroverzicht ook de tranen van Cavendish na zijn ritzege in de vijfde etappe. Een curieus mengsel van mea culpa, mea maxima culpa, en revanche.

Eindelijk weer eens winst voor de snelste fietser op de planeet. Maar wat had hij het dit voorjaar verkloot voor zichzelf, en voor de ploegmakkertjes, het ploegmanagement, de sponsors, de dierbaren op het Isle of Man, de flora en fauna op het Isle of Man, de sport in het algemeen en de wielersport het bijzonder. „Ik was van de wolk gevallen”, zei hij. En ja, de aarde was hard, maar Cav was terug.

Voor mij had het niet gehoeven, dat openbare zijgen in het stof. Mark Cavendish zit allang als een rots in mijn hart – rotsvast bedoel ik. Hoewel ik als gewezen minnaar van de ijle lucht me niet makkelijk identificeer met een sprinter.

Onhandig was zijn optreden in Holland Sport in oktober vorig jaar. De achterdochtige Cavendish liet zich niet zomaar de luiken ophalen. Toch verblijdde hij de mensen met een oprechte beschrijving van de psychologische toestand van een topsprinter in de laatste kilometers van de koers: „There is no joy, no sadness, no fear, no want.”

In de kookpot van de topsport is er niets behalve de afronding van het glorieuze niets.

De wolk waar Cavendish af was gevallen was meer een amoureuze. Zijn jeugdliefde ruilde hij in voor een Paraguayaans fotomodel. Intussen heeft hij die weer ingeruild voor de Engelse glamourgirl Peta Todd. Afgaande op de naaktfoto’s van dit meisje kan ik begrijpen dat Mark Cavendish zichzelf het boude doel heeft gesteld ooit een gerespecteerd klimmer te worden.