Duitsland blijft een beetje verliefd op nerts en vossenbont

Tot diep in maart 2010 lag er sneeuw op de Kurfürstendamm in Berlijn. En op 30 november was het er weer wit. De Midden-Europese zomer is verdampt alsof hij niet heeft bestaan. Verdwenen als – tja, als sneeuw voor nog meer sneeuw.

Winter in Berlijn is bont in Berlijn. Duitsland, met zijn Groenen die politiek steeds belangrijker worden, met z’n liefde voor dieren en z’n correcte houding jegens plant en dier, Duitsland blijft ondanks het slechte imago van bont toch een beetje verliefd op de echte bontmantel. Hij maakt deel uit van de Duitse paradox: milieubewustzijn tonen en tegelijk nerts dragen.

In steden als Berlijn, Hamburg en München is de bontjas in het winterse straatbeeld niet weg te denken. Waarbij het er natuurlijk vanaf hangt in welke wijk je bent. In Berlijn-Charlottenburg, waar vanouds veel Russen wonen, zie je meer bontjassen dan in het alternatieve Kreuzberg, met z’n jonge en minder welgestelde bevolking. In de oostelijker gelegen wijken is bont heel gewoon. Daar leeft de DDR nog een beetje voort. Echte Oost-Duitse communisten hadden maling aan bontboycots. Hoe hariger de jas, hoe beter.

Bij Berlijnse bont- en leerwinkels als Lösche, Vermon en Christ – alledrie gevestigd op de Kurfürstendamm – meldt winkelpersoneel dat de vroeg ingevallen en strenge winter de verkoop van bontjassen goed heeft gedaan. Een verkoopster kijkt misprijzend naar m’n sleetse wollen jas van Britse makelij en zegt dan enthousiast: „Mag ik u attenderen op onze lange herenmantel van coyotebont, afgezet met brede kraag? Hij is nog in de aanbieding ook – 1.599 euro.”

Dat is een koopje als je de andere prijzen ziet. Een parelgrijze nertsjas voor dames, knielang en met capuchon, kost 11.999 euro. Een kortharige chinchilla is afgeprijsd van 14.000 naar 8.000 euro. Bij Vermon hangt een zilvervos in de etalage van 8.900 euro; elegant en zelfs een beetje hip. Een korte nerts wordt verkocht voor 6.900 euro, inclusief een bijpassend bonten jockeypetje voor vrouwen die eens wat anders willen.

Bontmantels zijn ook in Berlijn aan leeftijd gebonden. Meestal worden ze gedragen door dames van boven de vijftig. Ik ken een moeder en dochter, de een diep in de tachtig, de ander begin zestig, die beiden een oude maar geenszins versleten kuitlange nertsmantel hebben en er daarin uitzien als het beroemde standbeeld van koningin Wilhelmina, gemaakt door Charlotte van Pallandt. Smal van boven en naar beneden breed uitlopend. Alleen te dragen op zon- en feestdagen bij hevige kou.

Maar ook Berlijnse jongeren geven zich schoorvoetend over aan bont, hoewel niet massaal en zeker niet voor duizenden euro’s. Op de rommelmarkt aan de Strasse des 17. Juni, waar sneeuwhopen liggen met een doorsnee van intussen enkele meters, zijn verschillende stands met tweedehands bontjassen te vinden. Het ruikt er een beetje dierlijk. Alsof de nertsen, vossen, lammeren en konijnen, nu ze geen eigenaar meer hebben, tot leven zijn gekomen.

Een standhouder maakt een redelijk tevreden indruk. „Dit is goed bontjassenweer”, zegt hij handenwrijvend. Zijn prijzen lopen uiteen van een paar tientjes tot een paar honderd euro. „Meer kun je niet vragen. Als het duurder wordt, kopen de mensen liever nieuw.” Zijn handel komt van nalatenschappen, pandhouders „en mensen die hun spullen wegdoen, inclusief de bontjas van oma.”

Het duurt een kwartier, maar dan is er een koopster voor een mooie rode vos; een halflang jasje dat glanst in het licht van de lage zon. „De mouwen zijn te lang”, zegt ze, „maar die maak ik zelf wel korter. Ik hou van bont, ook van nepbont. Maar met die kou is echt natuurlijk beter. Je blijft er warm in.” Ze komt uit Hoyerswerda en studeert in Berlijn. Met bont heeft ze geen moeite. Als het maar tweedehands is. Dat scheelt veel geld „en dan heb ik zelf tenminste geen beest op m’n geweten”.

Dit is het zevende deel van een serie van correspondenten over hun winter