Dioxinevondst schaadt Duitse boeren

Door de vondst van dioxine in veevoer zijn in Duitsland honderden boerderijen stilgelegd. Een Nederlandse handelaar in ‘technisch vet’ is er mogelijk bij betrokken.

Een schok voor de consumenten en de grote landbouw- en voedingsmiddelenbranche in Duitsland: in veevoer is de giftige stof dioxine aangetroffen. Honderden boerderijen in de deelstaten Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen zijn uit voorzorg op last van de Duitse landbouwautoriteiten stilgelegd. De getroffen boeren mogen hun eieren, pluimvee of varkens voorlopig niet verkopen.

In de deelstaat Noordrijn-Westfalen zijn gisteren op een boerderij achtduizend leghennen gedood, die met dioxine verontreinigd voer hadden gegeten. Volgens het Duitse ministerie van Landbouw zouden ongeveer 120.000 eieren van het getroffen landbouwbedrijf in omloop zijn gebracht. Acuut gevaar voor de volksgezondheid bestaat er niet, aldus een woordvoerder.

De stilgelegde Duitse boerenbedrijven kunnen, blijkens klantenlijsten, veevoer hebben gebruikt waarin vet is verwerkt van een fabrikant van oliën en voedervetten, de firma Harles & Jentzsch uit Uetersen in de deelstaat Sleeswijk-Holstein. Deze onderneming staat bekend als specialist op het gebied van de verwerking van dierlijke en plantaardige oliën en vetten. Het bedrijf, opgericht in 1980, heeft een grote en moderne fabriek in Uetersen.

Wat er precies is misgegaan bij Harles & Jentzsch is vooralsnog onduidelijk. Volgens productieleider Siegfried Sievert is bij een routinecontrole vastgesteld dat plantaardig vet vermengd is geraakt met ‘technisch’ vet dat met dioxine was verontreinigd. „We hebben het meteen aan de autoriteiten gemeld. Een verklaring hebben we niet; zoiets is bij ons nog nooit gebeurd”, aldus Sievert.

In de lokale krant Westfalen-Blatt gaf Sievert eerder toe dat Harles & Jentzsch fouten heeft gemaakt: „We hebben lichtvaardig aangenomen dat mengvetzuur (Mischfettsäure) dat bij de productie van biodiesel uit palm-, soja- en koolzaadolie vrijkomt, geschikt is om in veevoer te worden gebruikt.” Kennelijk is het mengvet al veel langer in gebruik als grondstof voor veevoer. De Duitse landbouwautoriteiten hebben intussen tal van vetproeven genomen bij Harles & Jenzsch. De uitslagen daarvan worden over enkele dagen verwacht.

Zoals meestal bij zulke affaires, eindigt het spoor niet bij de vetmaker in Uetersen. Harles & Jentzsch heeft in dit geval zijn vet betrokken van een niet met name genoemd Nederlandse tussenhandelaar, die op zijn beurt de mengvetten heeft gekocht van de biodieselproducent Petrotec AG, met fabrieken in Emden en Borken.

Petrotec bevestigt vetten aan de Nederlandse onderneming te hebben geleverd. Maar, zo stelt het bedrijf met nadruk, „dat zijn vetten die bestemd zijn voor technisch gebruik en niet voor de levensmiddelen- of veevoerindustrie.” Dat blijkt volgens Petrotec ook eenduidig uit schriftelijk vastgelegde verkoopcontracten.

De nieuwe Voedsel en Waren Autoriteit (nVWA) is gisteravond een onderzoek gestart naar het Nederlandse bedrijf. „Het bedrijf wordt vooralsnog nergens van verdacht. Op geen enkele manier”, zegt een woordvoerder van de nVWA. „De fout is zeer waarschijnlijk in Duitsland gemaakt, maar puur voor de zekerheid gaan wij nu in kaart brengen wat er precies is gebeurd.” De nVWA zal onder andere onderzoeken welke vetten precies zijn verkocht en welke afspraken daarbij zijn gemaakt.”

Petrotec produceert naar eigen zeggen „op basis van rest- en afvalstoffen zoals braad- en frituurvet een milieuvriendelijke biodiesel”. Net als bij Harles & Jentzsch worden bij Petrotec diverse soorten oliën en vetten verwerkt, zowel plantaardige als dierlijke. Per jaar produceert Petrotec circa 185.000 ton biodiesel.

De getroffen boerenbedrijven mogen pas weer eieren, gevogelte en varkens verkopen als duidelijk is dat hier geen dioxinesporen inzitten. Bij eieren die afkomstig waren uit het legbedrijf in Noordrijn-Westfalen is gisteren een verhoogde dioxinewaarde vastgesteld.

Dioxine is een verzamelnaam voor een groep van chemische stoffen (organische verbindingen), waarvan enkele zeer giftig zijn. Dioxinen zijn bijproducten van de verbranding van organisch materiaal. Ze zijn oplosbaar in vet en kunnen zich daardoor ophopen in plantaardige en dierlijke vetten.

In Duitsland heeft het nieuws over de nieuwe dioxineaffaire verontwaardiging bij consumenten en boeren veroorzaakt. „We leggen nu eerst alles stil. Bescherming van de consument gaat voor alles”, zei een woordvoerder van het ministerie van Landbouw en consumentenbelangen gisteren. De grote Duitse pluimveesector vreest imagoschade.

De getroffen boerenbedrijven, die te goeder trouw hebben gehandeld, vrezen voor hun voortbestaan. De Duitse boerenbond eist dat „degenen die dit hebben veroorzaakt voor de schade moeten opdraaien”.