De Verlichting is geen afgerond gebeuren

Is Bas Heijne nu zélf bezig af te rekenen met het verlichtingsdenken (Opinie & Debat, 31 december)? Hij grijpt immers terug op fundamentele uitspraken van vóór die tijd, verwoord in de Heidelberger Catechismus: de mens is onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. Met veel moeite heb ik mij bevrijd van dat dogmatische geloof. Nu wordt het mij voorgehouden als inzicht van „de ware humanist”.

In tegenstelling tot de opvatting van Heijne bood de Heidelberger Catechismus een uitweg: de mens was onbekwaam tot enig goed en geneigd tot alle kwaad, tenzij hij door de Geest Gods was wedergeboren, dat wil zeggen ‘bekeerd’.

Het opvallende is dat „de ware humanist” ook wordt opgevoerd als een soort „bekeerling”, maar dan blijkbaar bekeerd van eerder hoopvol inzicht, met naargeestig resultaat. Hem rest slechts het kiezen van een positie tussen twee smadelijke uitersten: de menselijke natuur ontkennen of erin zwelgen.

Het probleem lijkt mij te zijn dat Heijne ‘de Verlichting’ beschouwt als een afgerond gebeuren en ‘de menselijke natuur’ als een gegeven. In zijn boek Van nature goed heeft Frans de Waal laten zien dat ‘de mens’, afkomstig uit het dierenrijk en nog steeds op weg, niet alleen duistere eigenschappen heeft geërfd, maar ‘van nature’ is toegerust tot alle goeds. Mag ik dat hoopvolle inzicht beschouwen als resultaat van voortgaande ‘verlichting’ en daarmee voortgaande – ontegenzeggelijk problematische – ontwikkeling van ‘de menselijke natuur’?

Jaap Galjaard

Haarlem