De steenmarter staat al voor Rotterdam

In Enschede rukt de Wegenwacht een paar keer per week uit omdat steenmarters autokabels hebben doorgeknaagd. Sommige automerken leveren marterveilige motorruimtes tegen meerprijs.

Bobbelig kippengaas over je parkeerplek spannen. Toiletblokjes onder de motorkap, of doekjes met ammoniak. Antimarterspray. Schrikdraadjes. Ultrasoon geluid. Automobilisten worden steeds creatiever in hun strijd tegen de steenmarter. Want vooral in Oost- en Zuid-Nederland vertoont dit slanke, slimme roofdiertje een opmerkelijke voorliefde voor het knagen aan rubber slangen en kabels onder de motorkap. Eenmaal op dreef pakken speelse steenmarters soms ook V-snaren en stofhoezen mee.

Volgens het nieuwe boek De Steenmarter was deze opportunistische alleseter door intensieve vervolging na 1945 zo goed als uitgeroeid. Bij een wijziging van de Jachtwet uit 1948 werd de steenmarter daarom niet meer als ‘schadelijk wild’, maar alleen nog als ‘pelswild’ aangemerkt. Sindsdien beleeft hij een come back. In de jaren zeventig werd de steenmarter – zo groot als een poes, maar een stuk slanker – in Twente weer wat vaker gezien. Begin jaren tachtig bereikte hij Zuid-Oost Groningen en Drenthe. In 1988 stak hij de IJssel over en nu staat hij voor Rotterdam.

ANWB-Wegenwachter Martin Lucas uit Enschede ziet gemiddeld twee- tot driemaal per week een ‘automarter’ toeslaan onder de motorkap, mét of zonder antimarterapparaatjes. „Ze komen op de vislucht van een bepaald soort rubberen slangen en leidingen af. Vooral als het koud is, met veel sneeuw, of in mei, als ze jongen hebben. Dan zijn ze op zoek naar voedsel. Ze kruipen graag lekker beschut onder een nog warme motorkap. Het zijn trouwens heel lieve diertjes, en nog beschermd ook.” Automobilisten hebben meestal geen idee waarom ineens de lampjes op het dashboard gaan branden. Lucas: „Als je een viercilinder hebt en er valt er eentje uit, kan dat het knaagwerk van de steenmarter zijn. Dan doe ik een noodreparatie met een reservekabel. Vooral Japanse auto’s zijn in trek, maar diezelfde rubberen kabels vind je ook in diverse Europese merken.” Sommige fabrikanten hebben maatregelen getroffen. Zo gebruikt Ford nu een rubbersoort zonder visolie erin. Mercedes heeft de motorruimte hermetisch afgesloten, terwijl Audi en BMW een marterbeveiligde motorruimte kunnen leveren tegen meerprijs. Leidingen en kabels in kokers of hoezen van harde kunststof opsluiten is ook effectief.

Waarom leeft de steenmarter zich zo uit onder de motorkap? En wat verklaart zijn spectaculaire opmars van de laatste decennia? Daarover kunnen de Wageningse biologen Sim Broekhuizen en Gerard Müskens slechts speculeren. Samen met natuurfotograaf Dick Klees hebben ze tientallen jaren steenmarteronderzoek gebundeld in een informatief, oogstrelend boek. Vast staat dat het eerste geval van agressie tegen auto’s in 1978 bij Winterthur in Zwitserland is gesignaleerd. In korte tijd nam het aantal schadegevallen snel toe. Het fenomeen verspreidde zich via München en Stuttgart in 15 jaar tijd over heel Duitsland. In 1998 leden 160.000 Duitse auto’s (0,3 procent van het wagenpark) schade. In datzelfde jaar verscheen de eerste automarter in Budapest. In 1993 werd in het Zuid-Limburgse Vaals voor het eerst een autokabel stukgebeten. Twee jaar later volgden meldingen uit Heerlen en Maastricht.

Volgens Broekhuizen, Klees en Müskens verklaart een eventuele toevoeging van nieuwe, visolieachtige componenten aan rubberen kabels dit patroon van geleidelijke verbreiding over Europa niet afdoende. Ze zien ook geen direct verband tussen het opzoeken van de warme motorkap en de schade. Al in de jaren tachtig zagen ze dat gezenderde steenmarters in Nijmegen soms warme motorkappen opzochten, maar zonder te knagen. Mogelijk is het bijten in kunststof aangeleerd gedrag dat zich geleidelijk verspreidt.

Waarschijnlijk speelt het sterke territoriumgedrag van de steenmarter ook een rol. Juist in de paartijd, als steenmarters op hun actiefst zijn en veel ’s avonds op straat rondlopen, markeren ze auto’s met hun urine. Parkeert de autobezitter zijn wagen dan pardoes in het territorium van een rivaal, dan zou dat agressie kunnen opwekken. Vrouwtjes verdedigen hun eigen territorium tegen rivaliserende vrouwtjes. Mannetjes hebben een groter territorium dat het leefgebied van verschillende vrouwtjes overlapt; zij verdedigen hun grenzen tegen andere mannetjes. Er is altijd een hele ‘wachtrij’ van dieren die nog geen eigen plek hebben veroverd. Zodra een volwassen steenmarter sterft, wordt zijn leefgebied snel bezet door een soortgenoot die zich dan eindelijk kan gaan voortplanten. Daarom blijft het wegvangen of doden van steenmarters een kwestie van dweilen met de kraan open.

Doden is trouwens verboden. De steenmarter is (zoals in principe alle Nederlandse planten en diersoorten, behalve haas, konijn, fazant, wilde eend en houtduif) beschermd volgens de Nederlandse Flora- en Faunawet. Ook het vangen en verplaatsen van steenmarters en het verstoren van hun nesten is bij wet verboden. Een extra reden om de steenmarter te blijven beschermen is het feit dat hij zeer veel op de superzeldzame boommarter (waarvan nog maar 400 exemplaren in Nederland leven) lijkt. De enige echte oplossing is zorgen dat steenmarters geen schade kunnen aanrichten. Zo heeft wegenwachter Martin Lucas een plastic zakje met hondenhaar onder zijn motorkap. „Dat werkt probaat. Die geur schrikt ze af, want de hond is hun natuurlijke vijand. Je prikt er gaatjes in en vervangt de inhoud nu en dan. Als je het maar niet in de buurt van bewegende delen hangt!”

Sim Broekhuizen, Dick Klees en Gerard Müskens, De Steenmarter. KNNV Uitgeverij i.s.m. de Zoogdiervereniging, 112 blz., € 19,95