De steenmarter rukt op, de Wegenwacht rukt uit

In Enschede moet de Wegenwacht er een paar keer per week op uit. Dan heeft er weer een steenmarter aan een kabel of slang onder de motorkap van een auto zitten knagen. De roodbruin met blonde roofdiertjes, ongeveer zo groot als een poes maar slanker, komen op de vislucht van een bepaald soort rubberen slangen en leidingen af, zegt ANWB-Wegenwachtman Martin Lucas. „Vooral Japanse auto’s zijn in trek.” De automobilisten begrijpen er in eerste instantie niets van: waarom gaan ineens al die lampjes branden en doet hun auto het niet meer?

Zelf heeft Lucas een plastic zakje met hondenhaar onder zijn motorkap – marters zijn bang voor honden, dus dat schrikt ze af, zegt hij. „Maar je moet het niet in de buurt van bewegende onderdelen hangen.”

Het is één van de vele methoden waarmee autobezitters in het oosten des lands de steenmarters proberen te weren. Ook autofabrikanten werpen zich nu op het marterprobleem. Intussen rukt de steenmarter steeds verder naar het westen op. Vlak na de Tweede Wereldoorlog was hij bijna uitgeroeid; in 1988 stak hij de IJssel over en nu staat de steenmarter al voor Rotterdam.

De steenmarter is een beschermde diersoort, zoals in principe alle Nederlandse planten en dieren (op een handjevol diersoorten na die de pech hebben dat mensen ze bijzonder graag lusten, zoals haas, konijn en fazant). Vangen en doden mag dus niet. Bovendien lijkt de steenmarter sprekend op zijn achterneef, de boommarter – en daarvan zijn er nog maar een paar honderd in ons land. Het weghouden van steenmarters bij de kwetsbare onderdelen van auto’s is dus de enig mogelijke oplossing.

Steenmarters knagen steeds westelijker aan auto’s: pagina 10