2011 kan duur oliejaar worden door grote vraag

De prijs van een vat ruwe olie bereikte gisteren zijn hoogste piek in ruim twee jaar. Sinds oktober 2008, het begin van de economische crisis, is olie niet meer zo duur geweest. Voor een vat ruwe Brent werd maandag bij afsluiten op de Londense termijnmarkt 94,84 dollar (71 euro) neergeteld. Niet alleen de winterkou speelt een rol. Analisten verwachten dat betere productiecijfers in Europa en de VS en een versterkt optimisme over de mondiale groei de prijs nog verder omhoog zullen stuwen.

Met een verwachte gemiddelde jaarprijs van 87 dollar per vat zou 2011 weleens, op 2008 na, het duurste oliejaar ooit kunnen worden, zo blijkt uit een peiling die het persbureau Bloomberg hield onder deskundigen. Dat prijsniveau is ruim 10 procent lager dan het gemiddelde niveau van 2008. Toen piekte de dagprijs van Amerikaanse olie naar 147 dollar per vat, vooral door te lage reserves.

Een herhaling van de prijzenspiraal van 2008 wordt echter voor dit jaar niet waarschijnlijk geacht. Zodra ruwe olie de psychologische drempel van 100 dollar opnieuw bereikt, gaan analisten ervan uit dat de club van olie-exporterende landen, de OPEC, zal ingrijpen. Vooral van petroleumstaten als Saudi-Arabië wordt verwacht dat die de productiecapaciteit dan zullen opkrikken om te vermijden dat een verdere prijsstijging uit de hand loopt.

De duurdere petroleum is minder goed nieuws voor de consument. Die betaalt meer bij de benzinepomp. De prijs voor benzine stijgt al enkele maanden. „We zitten nog maar 7 cent af van het prijsrecord uit de zomer van 2008”, meldde UnitedConsumers eind vorig jaar. De grote vraag naar ruwe olie door het prille herstel van de economie en als gevolg daarvan de hogere wereldmarktprijzen, spelen wel degelijk een rol, zei Paul van Selms van het Nederlandse inkoopcollectief.

De handel op de olietermijnmarkt wordt door beleidsmakers en toezichthouders met argusogen gevolgd. Een deel van die termijnhandel gebeurt door financiële beleggers die zich op die manier proberen te beschermen tegen inflatie en de zwakke dollar. In tegenstelling tot olieconcerns, energie- en luchtvaartbedrijven – die olieproducten kopen en zich met termijnorders indekken tegen al te heftige prijsschommelingen – worden zij speculanten genoemd omdat ze niet geïnteresseerd zijn in de fysieke levering van de grondstof.

Maar volgens analisten van Goldman Sachs is de duurdere olie vooral het gevolg van een grotere vraag: sinds mei 2010 is de mondiale vraag hoger dan het aanbod.