Zwart Soedan deelt haat en olie met Arabieren

President Omar al-Bashir lijkt het referendum waarin de Zuid-Soedanezen zich volgende week afscheiden niet te blokkeren. Toch dreigt geweld, met name over het grensgebied Abyei.

Zuid-Soedanezen moeten hun afkeer van het gearabiseerde noorden begraven. „We willen na onze onafhankelijkheid met het noorden handel drijven, onze nieuwe relatie mag niet in het teken staan van haat en conflict”, zegt vice-president Riëk Machar. „Laten we ophouden kwaad te spreken over Arabieren. En de noorderlingen moeten hun gevoel van superioriteit laten varen.”

De zwarte zuiderlingen weten tijden van historische proporties mee te maken: na de eerste rebellie in 1955 mogen ze op 9 januari eindelijk stemmen voor „afscheiding van de Arabieren”.

Riëk volgde zijn opleiding in Khartoum. „Als kleine jongen ervoer ik met mijn moeder in het openbaar vervoer de discriminatie door de Arabieren”, herinnert hij zich.

„Wij zwarten leven als ratten in het noorden”, zegt de student Clement Jok die zijn biezen pakte op de Universiteit van Khartoum „om er nooit meer terug te keren”. Clement voegde zich bij de honderdduizend zuiderlingen die de afgelopen weken wegtrokken uit het noorden. Ze zeggen te komen voor „het moment van de waarheid”. „Laat mijn volk stemmen”, schreeuwen de uithangboorden in de zuidelijke hoofdstad Juba.

In de euforie van de aanstaande bevrijding vallen opnieuw harde beschuldigingen. Er wordt met de wapens gekletterd en de zuiderlingen vrezen nog steeds een militaire aanval door het noorden om het referendum te voorkomen.

Maar de retoriek verbergt de noodzaak voor een nauwe samenwerking na de scheiding. „Het is de enige optie”, zegt Dirk-Jan Omtzigt, een Nederlandse economische adviseur van de Zuid-Soedanese regering.

De verdeling van de olie, het Nijlwater en de schuldenlast, het markeren van de grenzen en de status van het omstreden gebied Abyei vormen de belangrijkste onderwerpen waarover achter de schermen wordt onderhandeld. Driekwart van de olievelden ligt in het zuiden terwijl de oliepijpleidingen voor export door het noorden lopen. De Zuid-Soedanese regering is voor 98 procent van haar inkomsten afhankelijk van de olie, het noorden voor 40 procent. De fiftyfifty verdeling die is vastgelegd in het vredesverdrag van 2005 vervalt straks. Zuidelijke politici spreken over een toekomstig aandeel van ongeveer tien procent voor het noorden, zoals voor het gebruik van de pijpleiding. „Het noorden is straks failliet, dus moet het een deel van de olieopbrengsten kunnen houden”, zegt Omtzigt.

De verdeling van de schuldenlast van 36 miljard dollar is een andere netelige kwestie. „Om een regeling voor de schuldenlast te bereiken moet Noord-Soedan weer in de internationale gemeenschap worden opgenomen”, bepleit Omtzigt. Soedan staat bij Nederland voor 380 miljoen dollar in het krijt. Door de sancties tegen Soedan en de aanklacht door het Internationale Strafhof tegen president Omar al-Bashir is overleg over kwijtschelding daarvan met buitenlandse schuldeisers moeilijk geworden. „Over al deze gevoelige zaken heeft nu een stevige koehandel plaats”, zegt een Amerikaanse diplomaat in de regio. „Zelfs het opheffen van de aanklacht tegen Bashir ligt op tafel”.

De noordelijke regering heeft tot verbazing van de zuiderlingen de afgelopen weken geen laatste obstakels opgegooid voor het referendum. Bashir hield echter de poot stijf bij de onderhandelingen over het betwiste gebied Abyei op de onderlinge grens. Daar had eveneens op 9 januari een referendum moeten plaatshebben met de vraag of de 100.000 inwoners van Abyei bij het noorden of het zuiden willen horen.

Er dreigt een nieuw gewapend conflict in Abyei. „Als er weer een oorlog komt, begint de strijd in Abyei”, waarschuwt Choi Deng Alak van de lobbygroep het Abyei-forum. Hij is woedend op het noorden én het zuiden. „We zijn wisselgeld geworden bij het handjeklap tussen noord en zuid. Het is verraad.”

De noordelijke regering kwam gemaakte afspraken over Abyei niet na en in plaats van een referendum wenst Bashir nu een opdeling van het gebied tussen noord en zuid. De oorspronkelijke bevolking, de Ngok Dinka, is daar fel tegen. Maar de Misseriya, noordelijke nomaden die jaarlijks hun kuddes in Abyei laten grazen, hebben zich aan Bashirs zijde geschaard. Noord- en Zuid-Soedanese soldaten hebben hun posities in Abyei versterkt en Ngok Dinka waarschuwen de jaarlijkse migratie van de Misseriya te stoppen.

Abyei illustreert de pijn en de gevaren bij de verdeling van de inboedel. Want niet alleen in Abyei maar over de hele grens trekken al honderden jaren gearabiseerde nomaden zuidwaarts. En in het noorden werken en wonen nog een geschatte twee miljoen zuiderlingen.

De omgekomen zuidelijke rebellenleider John Garang streefde naar een verenigd Soedan waarin behalve de Arabieren alle zwart-Afrikaanse volkeren hun rechten zouden krijgen. Met de keuze voor een onafhankelijk zuiden komen niet alleen de Ngok Dinka in Abyei maar ook vele andere zwarte, niet islamitische volkeren in het noorden in het gedrang, zoals in de Nubabergen en de provincie Blauwe Nijl. „Worden wij allen overgeleverd aan de Arabieren?” vraagt Choi Deng Alak zich af.