Zin in de toekomst

We gaan in het komende jaar zonnepanelen nemen juist omdat ze niet meer worden vergoed, zegt Wubbo Ockels.

Wubbo Ockels is een leuke man. Positief. Slim. Hij gelooft in nieuwe energie. Hij gelooft dat wij geen kilo-kip willen eten maar vrolijke beesten en nog liever willen we windmolens horen suizen in de polder en heel sexy rondrijden in elektrische auto’s die Fisker heten en die Maserati’s lachend achter zich laten. Ik voel me begrepen door Wubbo Ockels.

Ik wil ook dure zonnepanelen en de elektriciteitsmeter draait achteruit. En dan neem ik – denk ik – ook een kas die tomaten plus energie levert en dan ga ik elektrisch autorijden en race er muisstil vandoor in mijn Fisker. Ja, ik heb er zin in, in de toekomst. In 2050 zijn we van alle energieproblemen af en dan heeft Mark Rutte ook een elektrische auto waar hij lachend uitstapt op zijn dan zeer oude beentjes.

Niets is heerlijker dan inventieve wetenschappers over de toekomst te horen praten. Ze praten zo ontzaglijk veel leuker dan politici die almaar praten van de broekriem aan en bezuinig de kunst de gracht in en werken tot je zeventigste: wen daar maar aan.

Dan wen je liever aan zonnepanelen. Als we er meteen wat zon bij krijgen en dan bedoel ik geen verkeerde zon die de aarde opwarmt tegen haar zin nee, goede zon die de beloning is voor onze energieke omgang met snelle stille auto’s.

We gaan ook steeds meer biologisch eten. We zijn al op de goede weg. De tijd van zwaar eten is ook voorbij. Januari. Dan gaan we allemaal in ons vet knijpen en cholesterol opmeten en weegschalen overbelasten en dus doen we de aardappelen met jus in de ban – nu ja, één keer in de week – en we halen de olijfolie weer tevoorschijn en gaan er plantaardig tegenaan.

Ook zonder zulke voornemens kan dat trouwens. Ik heb de laatste tijd in tien dagen wel vier keer dezelfde salade gemaakt omdat ik hem zó heerlijk vond dat alles een goed excuus was om hem weer te maken. Je kunt er worst bij eten als je geen last hebt van goede voornemens en niks als je daar wel last van hebt. Of eerst soep en dan die sla met een stukje brood op een doordeweekse dag.

Handig daarbij is een mandoline, zo’n vlijmscherpe rasp met verschillende opzetstukken. Gebruik het rechte mes voor dunne plakjes, of snijd ze met een gewoon mes van de venkelknol waar eerst het groen van af is gehaald en de harde bodem van af gesneden.

Maak een grilpan heel heet op het gas en leg de plakjes venkel daar naast elkaar op. Gril ze tot ze iets bruin en een beetje slap zijn geworden. Leg ze in een schaal, bestrooi ze met peper en zout, knijp de citroen erboven uit en doe er een scheutje olie bij.

Laat even staan om de smaken in te laten trekken.

Hak dille fijn, scheur de slablaadjes, knip de waterkers. Doe dat alles bij de venkel, voeg een klein scheutje rode wijnazijn toe en nog een lepel olijfolie en hussel het geheel goed.

Rooster de hazelnoten. Verkruimel de geitenkaas. Strooi de kaas en de nootjes over de sla en dien op.