Zelf een test doen naar je gezondheid

Vanaf vandaag is op internet te testen of iemand een verhoogd gezondheidsrisico heeft. Een soortgelijk initiatief werd vorig jaar verboden.

Wie dat wil kan vanaf vandaag op internet zijn kans op 28 veelvoorkomende ziekten vaststellen met een gezondheidsrisicotest. De test kost 19,95 euro en is ontwikkeld door Novo Health, een onderneming van specialisten van het Haagse Bronovo-ziekenhuis.

De site gezondheidsrisicotest.nl geeft aan voor welke ziekte iemand een verhoogd risico heeft. Wie zich daar zorgen over maakt, of wie er meer over wil weten, moet vervolgens naar de huisarts voor advies. Daar valt het besluit of er vervolgonderzoek nodig is. Op de website van de test staat veel informatie over de aandoeningen.

De test om gezondheidsrisico’s te bepalen, komt volgens de initiatiefnemers tegemoet aan wat de burger wil. „In toenemende mate vragen burgers om screenend onderzoek”, schrijven de initiatiefnemers in een toelichting. „Op individueel niveau willen burgers weten of ze gezond genoeg leven en wat ze kunnen doen om hun gezondheid zo goed mogelijk te houden.”

Hoe betrouwbaar deze test is, is vooralsnog echter onduidelijk. Woordvoerder A.H.P. Niggebrugge, chirurg in het Bronovo-ziekenhuis, was vanmorgen niet bereikbaar voor commentaar. In de wetenschappelijke literatuur zijn geen publicaties te vinden.

Anderhalf jaar geleden weigerde het ministerie van Volksgezondheid een vergunning aan Novo Health voor een onderzoek om de gezondheidsrisicotest in 16 Haagse huisartspraktijken tegen het licht te houden. De minister schreef destijds dat het onderzoeksvoorstel niet voldeed aan de eis van „wetenschappelijke deugdelijkheid”. De weigering kwam na een negatief advies van de Gezondheidsraad.

„Maar zoals de test nu wordt aangeboden mag het”, zei een woordvoerder van het ministerie van Volksgezondheid vanmorgen, in reactie op de berichten over de lancering van de test. „In eerste instantie wilde het Bronovo de test actief aanbieden aan mensen. Dan valt hij onder de Wet op het Bevolkingsonderzoek. Nu moeten mensen zelf het initiatief nemen om de test in te vullen. Zolang je niet actief een medisch onderzoek of een medische behandeling aanbiedt mag het. Een test, met aanvullende informatie over de ziekte, dat doet de Kankerbestrijding ook.”

Het ministerie oordeelde in 2009 dat de testontwerpers weliswaar de richtlijnen van specialisten en huisartsen als uitgangspunt namen, maar dat die richtlijnen zijn bedoeld voor behandeling en niet voor screenen bruikbaar zijn.

Oud-minister Klink had vorig jaar ook kritiek op de opzet en op de keuze van de aandoeningen. Hij schreef dat bij de selectie van de ziekten waarop werd getest niet gemotiveerd was of „screening aantoonbare voordelen heeft die opwegen tegen de nadelen die screening altijd kan hebben”.

Onderzoek naar het voorkomen van ziekten waar geen behandeling voor is, mag niet breed worden aangeboden, volgens de criteria in de Wet op het Bevolkingsonderzoek. Bevolkingsonderzoeken naar dementie zijn er daarom in Nederland nog niet. En over bevolkingsonderzoeken voor darmkanker, prostaatkanker en longkanker wordt al jaren getwijfeld. De nieuwe test wijst wel een verhoogd risico op die ziekten aan. Er is geselecteerd, schrijven de testontwikkelaars, op de vraag of de ziekten ‘in een vroeg stadium goed herkenbaar zijn.’

Het grootste probleem van screenen op wel behandelbare ziekten is dat er altijd mensen voor vervolgonderzoek worden opgeroepen waarbij dan toch niets aan de hand blijkt te zijn. Die krijgen wel de psychische belasting van een aanvankelijk verontrustende uitslag. En ze lopen soms gezondheidsschade op door het onderzoek, doordat er bijvoorbeeld chirurgisch onderzoek nodig was, of radioactieve straling.

De testontwikkelaars stellen daar in hun documentatie tegenover: „de assertieve, vaak goed geïnformeerde patiënt van tegenwoordig neemt het lot in eigen hand en laat zich maar moeilijk overtuigen door epidemiologische argumenten”.