Wodka, het smeermiddel dat er voor Russen altijd is

Edwin Trommelen: Davaj! De Russen en hun wodka. Jan Mets, 284 blz., €22,90 ****

Wodka is het smeermiddel van de Russische samenleving. In de Sovjet-Unie kon je er wegens gebrek aan goederen zelfs mee betalen. Wodka wordt nog steeds in grote hoeveelheden gedronken. De lage gemiddelde leeftijd van de Russische man, die niet ouder wordt dan zo’n zestig jaar, is behalve aan mateloos roken dan ook te danken aan veel te veel wodka drinken. Geen opgewekt boek dus, zou je denken. Toch is Davaj! dat wel degelijk geworden.

Aanvankelijk vrees je bij het lezen van Davaj! op een grote hoeveelheid aaneengeregen anekdotes getrakteerd te worden, maar Trommelen verweeft die met eigen onderzoek, dat in alle opzichten hulde verdient. Wodka als richtlijn voor het leven, de rituelen die ermee gepaard gaan, wodka drinken door de machthebbers, de geschiedenis van het staatsmonopolie op de drank, wodka in het leger, wat erbij te eten - zo ongeveer alles wat je aan die drank kunt koppelen komt aan bod.

Als het om drinken gaat, zijn natuurlijk de roman Moskou op sterk water van Venedikt Jerofejev en de verhalen van Sergej Dovlatov niet weg te denken. Iedereen in die boeken, die zich in de met alcohol doordrenkte Sovjet-Unie afspelen, drinkt zich bij gebrek aan enig perspectief kapot. Maar Trommelen komt daarnaast met talloze fragmenten van Tsjechov, Gogol, Tolstoj aanzetten, waarin mateloos gezopen wordt en de personages ook op zoek zijn naar vergetelheid. Op die manier laat hij zien dat het zoeken naar een aanleiding om te drinken iets is van alle tijden uit de Russische geschiedenis. En daarmee raakt Trommelen iets endemisch destructiefs aan in de Russische volksaard, ook al drinkt een groot deel van de moderne generatie goed opgeleide Russen praktisch niet en is er dus wel enige vooruitgang te bespeuren.

In het hoofdstuk ‘Wodka en de macht’ staan prachtige anekdotes over Peter de Grote die de grootste innemer van alle tsaren was en dertig tot veertig glazen per dag dronk. Zelf werd hij nooit dronken, maar al zijn dienaren, die verplicht mee moesten drinken, wel. Toen een van hen, de Fransman Villebois, in een dronken bui per ongeluk de tsarina verkrachtte, werd hij weliswaar opgesloten en tot dwangarbeid veroordeeld, maar na zes maanden liet de begripvolle Peter hem vrij en ging hij even vertrouwelijk met hem om als daarvoor.

Alleen als Trommelen de ondergang van de Sovjeteconomie wijt aan Gorbatsjovs drooglegging, waardoor de staatseconomie volgens hem de doodslag zou hebben gekregen, gaat hij volgens mij iets te ver. Want die economie was al op sterven na dood. Dat de Russen na invoer van Gorbatsjovs wodka-verbod vervolgens eau de cologne, verfverdunner en antivries gingen drinken om hun alcoholbehoefte te stillen, is niet zijn schuld. Ondanks dat is Davaj! een amusante en erg leerzame inleiding in de Russische geschiedenis.

Michel Krielaars