Vandaag al voor de rechter

Elf arrestanten van afgelopen jaarwisseling staan al voor de Haagse rechtbank vandaag.

Het OM eist hogere straffen dan normaal: soms ligt de eis wel dubbel zo hoog.

De 18-jarige Lorenzo B. uit Rijswijk is één van de 122 mensen die politie Haaglanden arresteerde tijdens de afgelopen jaarwisseling. Hoe dat ging, staat in het proces-verbaal.

Eerst de versie van de politie. Een agent op een mountainbike ziet dat vanuit een groepje jongens met vuurwerk naar politieagenten wordt gegooid. Rijswijk, Oud en Nieuw, even voor één uur ’s nachts. De agent besluit op de jongens af te fietsen om ze op hun gedrag aan te spreken. De agent herkent beroepshalve een van de jongens, de 18-jarige Lorenzo B. uit Rijswijk. Die onthaalt de agent met „knalvuurwerk”, dat hij op „enkele centimeters” van zijn voeten gooit. Voor de agent aanleiding de 18-jarige jongen aan te houden. B. loopt daarop naar achteren, balt zijn vuisten en begint met zijn armen te zwaaien. Ondanks „hevig” verzet slaagt de agent er met hulp van twee collega’s in de jongen in te rekenen. B. scheldt de agenten uit voor „kankerlijers” en „kankerjood”.

Dat erkent B. „Logisch toch? Ik was boos. Als iemand je rechterpols wil breken doe je toch iets? Dan begin je toch te flippen? Ik in ieder geval wel”, verklaart hij tijdens zijn verhoor. Veder staat het verhaal van de jongen haaks op dat van de politieagenten. Hij vindt zijn aanhouding „onterecht” en stelt dat hij het vuurwerk gewoon op de stoep heeft gegooid en niet naar de voeten van de agent. „Misschien is hij een beetje naar hem toegerold.” En het was volgens de jongen geen knalvuurwerk, maar een ‘blossomflower’. „Een gekleurd tolletje. Als een kind van zeven het had aangestoken, was er niets aan de hand geweest.”

De agent had gewoon moeten zeggen dat hij het vuurwerk verder weg moest gooien, vindt B. Nu pakte de agent de jongen „meteen” beet, terwijl hij „niets verkeerds had gedaan”. Hij zegt met zijn armen te hebben gezwaaid om los te komen. „Ik werd boos en wilde niet aangehouden worden. Het was nog zo vroeg.”

B. wordt verdacht van poging tot zware mishandeling en belediging van ambtenaren in functie. Het is één van de tien zaken (elf verdachten) die de Haagse rechtbank vanmiddag behandelt via het supersnelrecht. Met dat aantal zaken is Den Haag koploper: in totaal staan er 27 supersnelrechtszaken op de rol van de rechtbanken van Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Arnhem en Zutphen.

Voor geweld tijdens Oud en Nieuw eist het Openbaar Ministerie (OM) hogere straffen dan gebruikelijk. In alle zaken die tijdens de jaarwisseling speelden, ligt de strafeis van het OM 75 procent hoger. Voor personen die geweld hebben gebruikt tegen mensen met een publieke taak is dat zelfs 200 procent. Daarnaast vraagt de officier van justitie aan de rechtbank om de verdachten huisarrest op te leggen voor de volgende jaarwisseling. Verdachten die vanmiddag door de rechter worden veroordeeld, moeten direct hun opgelegde gevangenisstraf uitzitten. Ook moeten de verdachten eventuele opgelegde taakstraffen meteen uitvoeren.

Lang niet alle van de 122 verdachten in de Haagse regio komen in aanmerking voor berechting via het supersnelrecht. Autobranden en andere zaken zijn vaak te complex om in een kort tijdsbestek rond te krijgen. Want snelheid is wel geboden. Verdachten moeten bij het supersnelrecht binnen drie dagen na hun aanhouding voor de rechter worden gebracht. De 18-jarige Rijswijke Lorenzo B. werd bijvoorbeeld om vijf voor één ’s nachts aangehouden. Krap anderhalf uur later werd hij al voorgeleid aan de hulpofficier van justitie. Het verhoor van B. vond op nieuwjaarsdag kort na één uur ’s middags plaats.

Bij supersnelrechtzittingen, nu voor het derde jaar op rij in Den Haag, gaat het vaak om geweld tegen mensen met een publieke taak, omdat die relatief eenvoudig rond zijn te krijgen. Alle elf verdachten (onder wie drie minderjarigen) die vanmiddag voor de Haagse rechtbank staan, worden verdacht van geweld tegen politie of brandweer. In zulke zaken staat de verklaring van de ambtenaar in functie tegenover die van de verdachte. Of zoals in het geval van B. de verklaring van drie agenten tegenover de zijne.

Dat slechts een klein deel van de aanhoudingen tijdens Oud en Nieuw tot een supersnelrechtzitting leidt heeft vooral met zorgvuldigheid te maken, legt officier van justitie Alexander van Dam uit. „Zorgvuldigheid is belangrijker dan snelheid. Het gaat bij het supersnelrecht om zaken waar geen of nauwelijks onderzoek in zit, die heel duidelijk zijn.” En Justitie wil natuurlijk liever niet blunders begaan. Vorig jaar leidden de meeste supersnelrechtszaken tot een veroordeling. Eén zaak met drie minderjarige verdachten werd toen aangehouden, omdat er mogelijk camerabeelden zouden zijn. Verdachten die al eerder in aanraking zijn geweest met politie en justitie maken ook een grotere kans om via het supersnelrecht berecht te worden, zegt Van Dam.

Ook Lorenzo B. heeft al meerdere misdrijven op zijn naam, bleek uit het justitieel antecedentenonderzoek. Of de rechter ook vindt dat politie en justitie in het geval van de Rijswijkse jongen zorgvuldig genoeg zijn geweest, zal vanmiddag moeten blijken.