Uitgekauwde kauwgom

Nederland in vijf zintuigen: hoe ruikt het hier?

Deze week beschouwen vijf schrijvers die elders zijn opgegroeid Nederland aan de hand van hun vijf zintuigen. Vandaag typeren zij ons land met behulp van hun neus

Vochtigheid ruikt naar doorweekte aarde, naar met regen, tranen van grassen, gierende wind en dromen van mensen volgezogen aarde. Die reuk overviel me zonder mededogen, in het donker, zodra we het luchthavengebouw uitkwamen. Ik wist niet dat dit de manier is waarop aarde huilt. Wel wist ik dat de donkere weg vóór mij, in de taxi, mij onomkeerbaar tussen de haarwortels van deze bodem trok.

Voor de voorruit bungelde een flauwgroen kerstboompje, het stonk naar fabrieksmatige luchtverfrisser, net zo’n armoedig luchtje als het parfum van de besnorde, donkerhuidige chauffeur. Door de regen kon ik niet zien waar we uitstapten. De bezoedelde nacht serveerde me de lucht van schapenvet – even vraatzuchtig als degenen die zich daarmee volproppen – in golven van een vreemde, scherpe rook, die schroomde ons aan te vallen, alsof hij vluchtte, alsof hij van ons verlangde hem te volgen. Pas later kwam ik erachter dat dat de brandgeur was van zinnelijke planten, bedwelmende tederheid.

We gingen een bar in, waar ik niet vrolijk werd van de sterke kruiden, die van de wijs waren gebracht door het botte, weerzinwekkende chemische middel waarmee iemand zojuist de vloer had gereinigd en waarvan de verschaalde wasem van uitgekauwde kauwgom met onechte aardbeiensmaak in mijn neusslijmvlies wroette. Ik zei tegen mijn vader dat ik misselijk was. Hij kocht een broodje en nam me mee door de vochtige straten. Ik kon niet zien waar we naartoe gingen, we maakten haast.

De route is me bijgebleven door een plein, waar het was alsof er de hele dag vissen spartelden (misschien waren ze wel stervende), waarbij hun slijm en bloed niet te onderscheiden waren van de plasjes waarin ze verdronken; en door de straathoeken, waar de wind, die van de grachten kwam, een soort groet bracht van de zee, de koude, woeste zee, die deze doorweekte aarde eveneens bewatert en uit de ontmoeting waarmee niets voortkomt dan de geur van een al bijna vergane, eeuwenoude hunkering, samengebald tot angst.

We stapten weer in een taxi, ik viel in slaap.

Borislav Cicovacki (Sombor, Servië (Joegoslavië), 1966) studeerde hobo in Novi Sad en bij Han de Vries in Amsterdam, waar hij sinds 1991 woont. Behalve musicus, musicoloog en componist is hij schrijver. Hij publiceerde vijf boeken, waaronder Sleutelkruid (2009) en Afscheid in vier taferelen (2010, Uitgeverij Contact).

Vertaling Reina Dokter