Twintig ton vuurwerkafval, alleen al van de Dam

Jan Dirksen is opzichter bij de straatvegers in Amsterdam-Centrum. In de Nieuwjaarsnacht was hij met zijn mannen om twee uur op de Dam. „Kennissen zeiden: waarom jij, waarom niet een ander? Ik zei: iemand moet het doen.”

02.10 uur Jan Dirksen, in zijn dikke blauwe winterjas, stapt uit zijn witte dienstauto en laat zijn ogen over het plaveisel van de Dam gaan, van noord naar zuid, van oost naar west. ,,Daar”, zegt hij. ,,Daar beginnen we.”

De Dam voor het Koninklijk Paleis. Zes vegers vegen met hun wilgentakkenbezems kapotgeslagen champagneflessen en lege vuurwerkdozen onder de banken vandaan. Vier vegers in witte veegwagens rijden eroverheen en zuigen ze op. KRTSJJ, KRTSSJJJ. KRTSSSJJJJ.

Er is geen vierkante meter, geen hálve vierkante meter, waar niets ligt.

Kennissen zeiden tegen hem: waarom jij, waarom niet een ander? Hij zei: iemand moet het doen en waarom niet ik? Dus is Jan Dirksen even na twaalven in zijn eigen Opel gestapt en naar Amsterdam gereden. Hij woont in Harderwijk. Zijn collega’s noemen hem boer.

,,Hé! Boer!”

02.20 uur De chef van Jan Dirksen: ,,Ik kom net van het Rembrandtplein vandaan. Wat een chaos daar. Ze rijden je gewoon dood. Helemaal debiel.”

Jan Dirksen: ,,Wij kwamen er ook bijna niet doorheen.”

De chef van Dirksen: ,,Nou, je redt het verder wel hè. Hier heb je het 06-nummer van de politie. Ze belden me net, of we het redden.”

Jan Dirksen: ,,We redden het.”

Een jonge Engelsman springt voor een van de veegkarren, buigt voorover en trekt zijn broek naar beneden. De veger rijdt om hem heen. Jan Dirksen ziet het, maar neemt niet de moeite om zijn schouders op te halen.

Verkering met een meisje dat hij had leren kennen op de camping. Zo kwam hij in Amsterdam terecht, in 1981. Een jaar Bijlmer, toen toch maar weer terug. Hij is blij dat zijn dochter in Harderwijk is opgegroeid. Hij is wel altijd in Amsterdam blijven werken.

02.40 uur ,,Morgen komen de telefoontjes. ‘Er legt hier nog vuurwerk.’ Ja, dat begrijp ik ook wel.”

Nee, hij zegt nooit: als u nou eens zelf een bezem pakte. ,,Dat concept is de Amsterdammer onbekend.”

Hij rent achter een veegwagen aan die het Damrak op wil rijden. ,,Het Damrak doen we morgen, Ruud.”

Ruud: ,,Maar het Damrak ligt helemaal vol.”

,,Ja, dat zie ik ook wel.”

Veger, voorman, opzichter. Dat is zijn carrière. Een opzichter heet nu teamleider, een voorman ploegcoördinator. Maar een veger is nog steeds een veger. Hij veegt de straat.

Nu rent Jan Dirksen achter een veger die aan het Monument wil beginnen. ,,Niet alleen, Arnold. Wacht op de anderen.”

Engelsen, Fransen, Italianen, Polen, Russen, Roemenen, Duitsers, Nederlanders, Marokkaanse Nederlanders. Alleen maar mannen, hordes jonge mannen, allemaal dronken of stoned.

Jan Dirksen: ,,Ze zitten graag op het Monument. Pissen, kotsen, schijten.”

03.00 uur De Oudekennissteeg, tussen de Oudezijdsvoorburgwal en de Zeedijk. Jan Dirksen wilde snel doorsteken naar de Nieuwmarkt, maar hij kan niet meer vooruit of achteruit. Achter de ramen, aan weerszijden van de steeg, zitten halfnaakte prostituees op hun krukken te draaien. Voor de ramen staan de kijkers schouder aan schouder te joelen.

,,Als het op basis van vrijwilligheid is, heb ik er niks op tegen.”

Hij kijkt strak voor zich uit.

,,Vroeger woonde Haring Arie hier. Ik weet dat, omdat dit jarenlang mijn wijk was.”

Oude penoze.

03.15 uur Een oude blauwe Golf met vier mannen erin scheurt langs de Waag op de Nieuwmarkt, ramen open, muziek aan, dwars over de stoep. KEDOENK, KEDOENK, KEDOENK. Jan Dirksen doet een stap opzij en stelt vast dat het hier leeg genoeg is om te gaan schoonmaken. ,,Voorheen zei de politie dat we maar moesten beginnen, dan zou het publiek weggaan. Wij hebben ervaren dat het publiek zich dan tegen ons keert.”

Morgenmiddag, zegt Jan Dirksen, is alles hier onder controle. Overmorgen vieren de Chinezen Nieuwjaar en ligt de Nieuwmarkt weer vol. ,,Geen probleem, hoor. Zo houden wij werk.”

Stilte.

,,Velen denken te licht over wat wij doen. Men mist ons pas als we er niet zijn.”

Op 3 januari beginnen de voorbereidingen voor Koninginnedag. Vergunningen aanvragen voor afvalschuiten in de grachten. Draaiboeken maken.

03.45 uur Jan Dirksen tegen de bewaker: ,,Rustig hier.”

De bewaker tegen Jan Dirksen: ,,Nou hè.”

Jan Dirksen tegen de bewaker: ,,In de stad is het drukker.”

De bewaker tegen Jan Dirksen: ,,Dat zal wel.”

Het VVOS op de Jacob Bontiusplaats, in Amsterdam-Oost. Veeg Vuil Overslag Station. Jan Dirksen manoeuvreert met de afstandsbediening een lege container in het stortgat. Daar kunnen de vegers straks hun wagentjes in legen. Twintig ton kan er in. Jan Dirksen verwacht dat hij aan het eind van de nacht vol zal zijn.

Huisvuil, straatreiniging. Vroeger waren ze gescheiden, nu zijn ze samengevoegd. ,,Voor huisvuil was het lastiger, want daar voelden ze zich in principe beter dan straatreiniging.”

Stilte.

,,In principe voelen ze zich nog steeds beter. Hun auto’s zijn groter.”

Stilte.

,,Maar ik zeg: we zijn allemaal met hetzelfde bezig.”

Zijn hart heeft altijd bij de straatreiniging gelegen. Maar waarom, dat kan hij niet goed uitleggen.

04.30 uur In de dienstauto over het Rembrandtplein en het Leidseplein. Hier lopen ook meisjes. Ze zwalken op hoge hakken over de trambaan, in minirokjes of tot aan de billen afgeknipte broekjes. ,,Nou, kort is zeker in de mode.” Hij wacht rustig tot ze vanzelf aan de kant gaan.

Op de Nieuwmarkt staat een van de vegers naast een klikobak vol lege flessen. ,,Kopen? Kopen?” De veger kijkt naar zijn baas en lacht.

05.00 uur Het ANP-nieuws meldt dat er in Amsterdam tweehonderd papiercontainers in de brand zijn gegaan. Vijftig arrestaties. Jan Dirksen luistert zonder commentaar.

Vindt hij er iets van?

,,Ach”, zegt hij.

Een jongen loopt vlak voor zijn bumper op de trambaan en kijkt verstoord achterom. Jan Dirksen kijkt terug. Hij toetert niet, hij geeft geen gas – ook niet heel zachtjes.