Torn niet aan de privacy van advocaten

Niemand mag weten wat zich afspeelt tussen een advocaat en zijn cliënt, vinden Ferdinand Grapperhaus en Hendrik Jan Biemond.

Het kabinet overweegt om het verschoningsrecht van advocaten open te breken, door het Bureau Financieel Toezicht (BFT) het recht te geven dossiers van advocaten in te zien. Dat is nodig, zeggen voorstanders, ter bestrijding van terrorisme en witwaspraktijken.

Dat klinkt als een mooi plan, maar het is helaas kortzichtig. Het plan bedreigt het recht van iedereen om zonder vrees een advocaat te vragen om advies of bijstand. Het verschoningsrecht van de advocaat is wezenlijk voor de rechtsstaat. In Europese en Nederlandse wetgeving en jurisprudentie wordt het verschoningsrecht zo belangrijk geacht dat het belang van de waarheidsvinding daarvoor moet wijken. Waarom is dat?

Het verschoningsrecht voor advocaten bewaakt het recht van iedere burger op vertrouwelijke rechtsbijstand: je moet je advocaat alles kunnen vertellen om te weten waar je juridisch staat in een situatie. Het is een fundamentele gedachte van de rechtsstaat dat er in ieder geval één ter zake kundige is op wie je een beroep kunt doen in volledige vertrouwelijkheid. Ook privacy speelt daarbij een belangrijke rol. In het vertrouwelijk contact met de advocaat zullen veel zaken op tafel komen. Die zaken zijn niet allemaal even relevant voor de juridische positie, maar in ieder geval volstrekt privé.

Ook de rechtsstaat zelf is gebaat bij het verschoningsrecht van advocaten. De maatschappij heeft er belang bij dat burgers zich vrijelijk en in vertrouwen kunnen wenden tot hun advocaat, om zich te laten vertellen wat de regels zijn, hoe ze zich daaraan kunnen houden, hoe ze conflicten kunnen mijden en hoe ze op een rechtens juiste manier uit die conflicten kunnen komen.

Deze functie van het verschoningsrecht is om twee redenen van groot maatschappelijk belang. Het verbetert allereerst het functioneren van het rechtsysteem. Zo worden burgers en bedrijven door adviezen van advocaten in de juiste richting geleid, rekening houdend met regels en met de rechtmatige belangen van anderen. Zo kunnen partijen een juiste juridische vertaling vinden van de afspraken die zij willen maken en kunnen advocaten het optreden van de burger of het bedrijf, en de verantwoording daarvan, op een juiste manier vertalen naar de instanties – of dat nu de plaatselijke overheid of de onafhankelijke rechter is.

Nog veel fundamenteler is dat de maatschappij er belang bij heeft dat een burger of bedrijf zich in een juridische kwestie niet opsluit in zijn eigen gelijk en eigen gedachtewereld, maar reflectie vraagt aan een onafhankelijke buitenstaander.

Wanneer advocaten het risico lopen om hun dossiers aan andere instanties ter inzage te moeten geven, halen we het fundament van de vertrouwensbasis onderuit. Ook de onafhankelijkheid van de advocaat komt in het gedrang. Dit zal ertoe leiden dat burgers en bedrijven die een juridische kwestie hebben zich niet langer wenden tot een advocaat.

Als iemand zijn zaak wint met behulp van een advocaat, terwijl die uitkomst maatschappelijk onbevredigend is, wordt vaak gemord over advocaten en rechters. Juist in dat soort situaties heeft het systeem kennelijk goed gewerkt. Iemand is, ondanks de opinie van de goegemeente, op een juiste manier aan zijn recht gekomen – of dat nu een bonus bij een bank of een vrijspraak in een strafzaak betreft. Als de maatschappij daarmee geen vrede heeft, moet de maatschappij de inhoudelijke regels aanpassen, maar niet uit onvrede de rechtshelper beknotten.

Het verschoningsrecht is overigens niet absoluut. In zeer uitzonderlijke gevallen – bijvoorbeeld als de advocaat zelf verdachte is van een ernstig strafbaar feit – kan het worden doorbroken. Bovendien geldt op grond van de Wet ter voorkoming van witwassen en financiering van terrorisme (Wwft) al een meldplicht voor ongebruikelijke transacties voor advocaten. Een advocaat kan zich tegenover een deken die de naleving van de Wwft onderzoekt niet beroepen op het verschoningsrecht.

Kortom, het verschoningsrecht staat onnodig op het spel. Het toezicht op de Wwft wordt vooral belemmerd doordat het versnipperd is opgezet. De kwaliteit van het toezicht van de BFT zal sterk verbeteren als meer informatie wordt uitgewisseld met andere toezichthouders en opsporingsdiensten. Ook de orde van advocaten kan meer bijdragen aan het toezicht op de naleving van de Wwft.

Wil de advocatuur het verschoningsrecht behouden, dan zal de advocaat zich steeds onafhankelijk en kritisch moeten opstellen ten opzichte van zijn cliënt. De deken zal zijn toezicht pro-actiever kunnen uitoefenen hard moeten optreden als advocaten de regels overtreden. De Wwft zou ook een prominentere plaats kunnen innemen in de permanente opleiding voor advocaten.

Het plan het BFT inzage te verlenen in cliëntendossiers van advocaten is heilloos. Het heeft een averechts effect op het functioneren van de rechtsstaat. En het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zal er korte metten mee maken.

Ferdinand Grapperhaus is advocaat te Amsterdam en lid van de Sociaal-Economische Raad. Hendrik Jan Biemond is advocaat te Amsterdam en oud-officier van justitie.