Plantaardige vochtigheid

Nederland in vijf zintuigen: hoe ruikt het hier?

Deze week beschouwen vijf schrijvers die elders zijn opgegroeid Nederland aan de hand van hun vijf zintuigen. Vandaag typeren zij ons land met behulp van hun neus

Hoe ruikt Nederland? Als ik maar één woord naar voor mag schuiven: drop. Dat is, denk ik, de grootste gemene deler van de Nederlandse geuren. Het aanwaaien van de zee heeft vrij spel boven de polders en brengt iets zouts in de lucht.

Natuurlijk ken ik de spruitjeslucht of de geur van erwtensoep. Koollucht. De baklucht van poffertjes. Vislucht. De geïmporteerde lucht van loempiakramen, roerbaklucht, de geur van versgedraaide joints. Maar het is eerder een atmosfeer dan een echte geur.

Het meest opvallende aan Nederland is de algemene geurloosheid. Niet de sterke, verleidelijke geur van lavendel, niet de beroezende geur van een lelie, maar de haast onruikbare geur van een tulp. Niet de penetrante dodengeur van Brusselse stinkkaas, maar de nauwelijks geurende Gouda, keurige kaas. Niet de borrelende stank van rottend water, maar de onopmerkelijke grachtengeur van plantaardige, roerloze vochtigheid.

Nederland uit zich niet in stank of wierook of scherpe feromonen. Nederland omzwachtelt de neus. De billen toegeknepen opdat ook geen stank ontsnapt. Degelijkheid, keurigheid, niemand ruikt hier bloed.

Elvis Peeters schrijft samen met Nicole Van Bael (beiden Vlamingen). Hun roman De ontelbaren stond op de shortlist van de Libris Literatuurprijs 2006. In 2009 verscheen Wij over jongeren, moraal en de vrije markt (Uitg. Podium). Ze ontvingen in 2009 een Zilveren Griffel voor het kinderboek Meneer Papier en zijn meisje.