Na Estland geen champagne meer

De lidstaten van de eurozone hebben vele redenen om Estland in hun midden te verwelkomen. Het Baltische land heeft al het mogelijke gedaan om te voldoen aan de toetredingseisen van de gezamenlijke munt. En het uitbreiden van de familie op het moment dat de eurozone voor een grote existentiële crisis staat, geeft de Europese leiders een reden voor een klein feestje, temeer omdat het onwaarschijnlijk is dat het voorbeeld van Estland de komende jaren door anderen zal worden gevolgd.

Het bruto binnenlands product (bbp) van Estland mag dan klein zijn, met 0,2 procent van het totaal van de eurozone, de vastberadenheid van het land om toe te treden tot de euro helpt sceptici eraan herinneren dat een gezamenlijke munt ook voordelen heeft. De economie van Estland is zeer afhankelijk van de export, en 80 procent van zijn handel vindt plaats met de eurozone. Het omarmen van de euro moet de export bevorderen en zal de economie beschermen tegen de woeste schommelingen die in 2009 14 procent van het bbp hebben gekost.

Nu de Estse overheidsfinanciën onder controle zijn en de staatsschuld op het lage peil van 8 procent van het bbp staat - ongeveer een tiende van het gemiddelde van de eurozone - zal Estland de stabiliteit van de euro zeker niet in gevaar brengen. De Europese Centrale Bank heeft enige zorgen geuit over de inflatie. Maar het bbp zal in 2011 met een gezonde 4,4 procent groeien, aldus voorspellingen van de Europese Unie, waardoor Estland een van de Europese economieën is die zich het snelst van de crisis herstelt.

Het enthousiasme van het land om zich aan te sluiten heeft enige moed gevergd van de regering: Estland zal deelnemen aan de Europese Financiële Stabiliteitsfaciliteit (EFSF), bedoeld voor in nood verkerende eurolanden. De verplichtingen die Estland daarmee aangaat, komen ruwweg overeen met de huidige staatsschuld van minder dan een miljard euro.

Maar nu Estland het zeventiende euroland is geworden - en de eerste voormalige Sovjetrepubliek die zich aansluit - zal ECB-president Jean-Claude Trichet de champagne jarenlang in het vriesvak moeten laten staan. Andere potentiële eurokandidaten zijn nog steeds veel te ver verwijderd van de vereisten voor toetreding, zoals Roemenië en Hongarije. Andere landen zijn niet erg enthousiast, zoals Polen, of domweg vijandig, zoals de Tsjechische Republiek. Het is waarschijnlijk maar goed ook dat Trichet geen zin heeft om de missionaris uit te hangen. Op dit moment is het versterken van de euro een dringender noodzaak dan het nog verder uitbreiden van de eurozone.

Pierre Briançon

Vertaling Menno Grootveld