Moeder voor mishandelde dienstmeisjes

Duizenden van de 6,5 miljoen Indonesische arbeidsmigranten worden elk jaar opgelicht of mishandeld in het buitenland.

Normawati staat hen bij.

Normawati heeft weer een nieuw probleemgeval in huis. De 24-jarige Wahyu Ningsi uit Lampung, een stad op het Indonesische eiland Sumatra, heeft vier jaar als dienstmeisje in Maleisië gewerkt, maar is nooit betaald. Pech gehad, het gebeurt ook bij anderen, en wat kun je eraan doen? Maar de chauffeur die haar thuisbracht, trok aan de bel bij Normawati, die er een zaak van heeft gemaakt.

„Haar bazin werkte bij de bank HSBC. Waarom betáált zo iemand dan niet”, vraagt Normawati zich af op de veranda van haar eenvoudige huurhuis in Jakarta. Ningsi zou 600 ringgit (zo’n 150 euro) per maand verdienen. Gelukkig wist ze het adres van haar bazen nog, dus Normawati ging verhaal halen bij de Maleisische ambassade, waar de grote vrouw met elegante hoofddoek een bekende is. Haar tactiek: eerst de vertrekbonus binnenhalen, dan vier jaar achterstallig salaris, dan zorgen dat de baas en het uitzendbureau worden gestraft. Het lukt bijna altijd.

Dit is wat Normawati (50), die net als veel Indonesiërs maar één naam heeft, al ruim tien jaar doet. Met haar stichting LPPTKI helpt ze Indonesische arbeidsmigranten die thuiskomen met problemen. En dat zijn er veel. Elk jaar reizen 6,5 miljoen Indonesiërs naar Maleisië, het Midden-Oosten, Singapore, Hongkong of Taiwan om te werken. Duizenden van hen worden niet uitbetaald, worden door hun baas mishandeld of komen zwanger terug omdat ze zijn verkracht. Normawati laat ze in haar huis logeren, staat ze bij in het ziekenhuis, is aanwezig bij hun bevallingen en zorgt bovenal dat ze hun recht halen.

Normawati begon hier eind jaren negentig mee, toen ze voor haar baan bij een telecombedrijf vaak op het vliegveld kwam. „Daar zag ik veel teruggekeerde migranten. Stonden ze te huilen, met hun spulletjes. Er was niemand die ze hielp.” Ze werd vrijwilliger bij een hulporganisatie en merkte dat die vooral veel overlegde, maar nauwelijks de migranten zelf bijstond. Zo was niemand beschikbaar om vier vrouwen van het vliegveld te halen die waren gemarteld in Saoedi-Arabië. Normawati ging wel. „Ik ben toen zo geschrokken. Van een van de vrouwen was de rug helemaal kapot, haar baas had chloor over haar heen gegooid. Een ander had een hoofdwond doordat ze tegen de muur was geslagen. Verder was er een zwaar depressief. En een was verkracht.”

In het ziekenhuis bleken regelmatig zwaar mishandelde vrouwen te belanden, terwijl niemand daarvan wist. Normawati bracht hun verhaal op televisie en voerde actie tegen het uitzenden van vrouwen naar Saoedi-Arabië. Tevergeefs. Het leverde haar bedreigingen op van migrantenmakelaars, die naar het ziekenhuis kwamen om haar in elkaar te slaan.

Inmiddels noemen duizenden arbeidsmigranten haar Bunda, ‘Moeder’. In tien grote plastic kisten zit het papierwerk dat ze al die jaren heeft verzameld. Brieven van ambassades, van uitzendbureaus, van het ministerie van Werkgelegenheid, van parlementariërs, rechtbankstukken. Allemaal nodig om het geld terug te halen waar migranten recht op hebben. Ze laat zes enveloppen zien van mannen die in Zuid-Korea hebben gewerkt. Het uitzendbureau wil de borg van omgerekend 1.300 euro die ze voor vertrek hebben betaald, niet teruggeven. Normawati: „Ik zei bij het uitzendbureau: als je het niet terugbetaalt, breng ik een journalist hiernaartoe die jou een camera op de neus zet.” Binnen drie dagen was het geregeld.

Dreigen werkt volgens Normawati het best. Dreigen dat journalisten bij een directeur van een uitzendbureau langskomen om zijn luxe auto te filmen, „die is betaald met het zweet van onze arbeidsmigranten”. Het werkt niet altijd. Haar grootste mislukking was een zaak waarbij 98 mensen een borgsom van 1.300 euro hadden betaald om naar Taiwan te gaan. Ze hadden zich ervoor in de schulden gestoken, hun rijstveldje of huis verkocht. Maar het uitzendbureau bleek oplichterij. De arbeiders kregen een schamele 80 euro terug van de regering.

Het gaat niet altijd om geld. Elke maand helpt Normawati nabestaanden met het terughalen van de lichamen van vrouwen die tijdens hun verblijf in het buitenland zijn overleden. Ze heeft honderden ‘kleinkinderen’ – van alle vrouwen die terugkomen met dikke buik of een half-Arabische baby. Sommigen zijn verkracht, anderen kregen alleen betaald als ze sliepen met de baas, weer anderen hebben het aangelegd met de chauffeur uit Bangladesh. „Ik help ze, van wie ze ook zwanger zijn. Want ze hebben sowieso een probleem.” Zoals de vrouw die zwanger raakte nadat ze was verkracht en die vreesde dat haar man haar niet zou terugnemen. Normawati belde hem voor ze aankwam, om de situatie uit te leggen. De volgende ochtend kreeg ze telefoon. „Allah zij geprezen, hij zou haar en het kind accepteren.” Normawati vindt dat vertrekkende vrouwen anticonceptie moeten krijgen. Maar uitgerekend vrouwenactivisten verguizen haar om haar standpunt. „Ze zeggen: straks gaan al die arbeidsmigranten aan vrije seks doen. Maar ik zeg: dat is aan hen. Ze moeten zelf kiezen of ze een arbeidsmigrant willen zijn of een prostituee.”

Toegang tot anticonceptiemiddelen is slechts een van de zaken die moeten verbeteren in de manier waarop Indonesië omgaat met haar ‘helden van het buitenlandse geld’, zoals ze worden genoemd. „De regering zou ze echt moeten beschermen”, zegt Normawati. Maar het ministerie van Werkgelegenheid zit volgens haar vol nietsnutten die de hele dag luieren. Door haar klachten werd een medewerker van de ambassade in Koeweit ontslagen die zelf vrouwen met problemen bleek ‘door te verkopen’ aan nieuwe werkgevers.

Indonesië moet ook strenger zijn, zodat alleen vrouwen met een middelbare schooldiploma en enige kennis van de nieuwe taal naar het buitenland kunnen, vindt Normawati. De cursus voor taal en huishoudelijk werk die ze nu volgen, is te kort en te beperkt. Neem Ningsi, die niet wist dat haar salaris elke maand moest worden uitbetaald en niet pas achteraf. Normawati: „Bij de uitzendbureaus leren ze onderdanig te zijn, altijd te luisteren naar de baas. Als je wordt geslagen, moet je niets terugzeggen, krijgen ze te horen. Ze leren niets over hun rechten.”

Dan rinkelt haar oude Nokia, die ze niet wil wegdoen omdat ze hem kreeg van haar ex-man. Telefoon vanuit de gevangenis in Saoedi-Arabië, waar zo’n zeshonderd Indonesiërs vastzitten voor visumproblemen, ‘ontucht’ of erger. De vrouw aan de telefoon vertelt dat ze drie maanden geleden 300 euro aan een medewerker van de Indonesische ambassade heeft betaald om naar huis te kunnen, terwijl dat eigenlijk gratis moet zijn. „Het zijn Indonesiërs, maar ze helpen ons niet”, klinkt het door de telefoon. „Ze worden zelfs boos op ons.”

Soms zitten zulke vrouwen een jaar in de gevangenis, zucht Normawati als ze klaar is met bellen. Terwijl de Filippijnen hun arbeidsmigranten binnen een week uit de gevangenis halen. „Waarom gaat het alleen met Indonesische vrouwen op deze manier?” En ze noteert de naam van de ambassademedewerker.

Elske Schouten is correspondent in Zuidoost-Azië

Lees het portret van de Vlaamse ex-priester Rik Devillé op pagina 20.