Magisch record van cricketheld

Rob Schoof over de vijftigste century van de Indiase cricketer Sachin Tendulkar.

Toen hij debuteerde voor de nationale ploeg van India was de Berlijnse Muur nog geen week gevallen. Op het Plein van de Hemelse Vrede in Peking was net een studentenopstand neergeslagen. Dat jaar sloeg de olietanker Exxon Valdez lek voor de kust van Alaska en stortte bij Paramaribo een SLM-toestel met Surinaamse profvoetballers neer. De apartheid bestond nog en Greg Lemond won de 76ste Tour de France, acht tellen voor Laurent Fignon. In Nederland kwam de eerste commerciële televisiezender RTL-Véronique in de lucht. Tennisster Michaëlla Krajicek en voetballer Siem de Jong waren net geboren.

En Mumbai, de geboortestad van Sachin Tendulkar, heette nog Bombay. Hij was zestien jaar, een schooljochie nog, toen hij in november 1989 in Karachi voor de leeuwen werd geworpen – concreet: de Pakistaanse aartsrivaal.

Deze week, 21 jaar en anderhalve maand later, staat het 1,64 meter grote wonderkind nog steeds in het veld: in een testmatch in Zuid-Afrika, zijn 176ste vijfdaagse interland. En nog steeds zetten tientallen miljoenen in India de radio wat harder als The Little Master naar het wicket loopt. Al die jaren draagt hij de onredelijke verwachtingen van meer dan een miljard mensen op zijn schouders. ‘Cricket is my religion, Sachin is my god’ staat elke keer weer op tientallen spandoeken in de stadions.

De tijd en de onmenselijk zware druk krijgen maar geen vat op Sachin Tendulkar, 37 jaar oud inmiddels. In tegendeel: 2010 is het beste jaar uit zijn carrière. In februari werd hij de eerste cricketer die 200 runs scoorde in een eendaagse interland. In testmatches maakte hij dit jaar niet minder dan zeven centuries, scores boven de honderd runs. Vorige week zondag kwam de bekroning van zijn duizelingwekkende loopbaan, met een record dat in de cricketwereld voor onmogelijk was gehouden. De locatie was toepasselijk: in de Zuid-Afrikaanse stad Centurion doorbrak Tendulkar de magische barrière van vijftig centuries in testmatches.

Die prestatie trok aandacht tot ver buiten de cricketwereld. „Ik zou wel eens willen weten hoe hij erin slaagt zo hard te werken, om zo lang aan de top te blijven”, verzuchtte atleet Usain Bolt, de Jamaicaanse olympisch kampioen.

Bijna elk getal achter de naam van Tendulkar herbergt een wereldrecord. Alleen al de tijd die hij als international doorbracht in cricketstadions, waarbij elke beweging werd gadegeslagen door miljoenen. In testmatches stond hij 880 dagen in het veld voor India. Daarnaast speelde hij 442 eendaagse interlands. Samen zijn dat 1.322 wedstrijddagen, ofwel 3,5 jaar zuivere speeltijd.

„Ach, het is maar een getal”, zei Tendulkar over zijn nieuwste record. „Als ik mijn runs ga tellen, stop ik met runs maken.”

Niet alleen zijn ongekende prestaties maken Sachin Tendulkar tot een van de grootste sporters van de moderne tijd. Ondanks alle ophef om hem heen bleef hij zo gewoon als hem werd toegestaan door zijn omgeving. Geen drugs, geen drank, doping of seksschandalen en nooit sprak hij een onvertogen woord tegen een tegenstander, scheidsrechter, of journalist.

Twintig jaar aan de top, bijna op het saaie af. Maar zodra Tendulkar een cricketbat in zijn handen heeft worden toeschouwers stil en tegenstanders onrustig. Met een bijna poëtische gratie slaat hij een cricketbal het veld uit. Geluidloos, puur op timing. Tendulkar slaat, nobody moves. Fielders komen alleen van hun plaats om de bal weer op te halen. „Ik heb God gezien. Hij speelt voor India”, zei de Australische sterspeler Matthew Hayden eens.

Hoe lang hij nog doorgaat, alleen Tendulkar zal het weten. Hij heeft zijn eigen doelstellingen, maar praat er nooit over. Wat nog ontbreekt op zijn erelijst is een wereldtitel in de eendaagse variant van de sport. Over zes weken speelt hij – zo wordt vermoed – zijn laatste WK. De finale is in Mumbai. Al hoeft Sachin Tendulkar aan niemand meer te bewijzen dat hij de grootste batsman is sinds Sir Donald Bradman.