Lijkt Amerikaans populisme wel op Nederlands populisme?

Het artikel van Bas Heijne over het nieuwe populisme (Opinie & Debat, 31 december) gaat dieper in op dit verontrustende verschijnsel dan menig ander artikel dat ik erover gelezen heb. Wel roept het enkele vragen op.

Kan er zonder meer, zoals Heijne lijkt te suggereren, een verband worden gelegd tussen het Amerikaanse populisme – waarbij een „verlangen naar oerkrachten in een al te geciviliseerde wereld” een rol speelt – en de Nederlandse variant, die dit verlangen, althans in de vorm van „doodschieten is lekker”, amper zal onderschrijven? Of moet dat verlangen worden vertaald naar een instinctmatig haten van alles wat vreemd is?

Dat brengt me op een tweede vraag. Het nieuwe populisme gaat over identiteit en gemeenschap, schrijft Heijne. Hoe kan ik dat koppelen aan het centraal stellen van „je eigen belevingswereld”, waarbij geen rekening hoeft te worden gehouden met de rest van de wereld? Botst hier niet een individualistische houding met het gemeenschapsdenken?

Tot slot wil ik wijzen op een factor waarover ik zelden lees in dit verband – de rol van de wetenschap. De wetenschappelijke visie op de mens benadrukt onze instinctmatige, natuurlijke aspecten. Terwijl die visie zonder kritisch denken niet zou kunnen bestaan, laat ze geen kans onbenut om ons erop te wijzen dat bewustzijn en vrije wil een illusie zijn. Hoezo „durf te denken”? De wetenschappelijke visie heeft niet zelden ideologische trekken en lijkt, evenals het populisme, te ‘zwelgen’ in de menselijke natuur. Ik ben bang dat het wetenschappelijke mensbeeld evenzeer verraad pleegt aan de Verlichting en dat het het opnieuw betekenis geven aan de abstracte verlichtingsidealen lelijk in de weg kan staan.

Mariette Akkerman

Utrecht