Investeringen in de natuur betalen zich dubbel en dwars terug

Voor sommigen betekent natuur schoonheid en troost, maar er kan ook goed aan worden verdiend. Natuurbeleid is daarom in goede handen bij EZ, betoogt Kees de Ruiter.

Natuur vertegenwoordigt een grote economische waarde. Het natuurbeleid is bij de fusie van het ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit met dat van Economische Zaken dus terecht verbonden aan het economiebeleid. Elke euro die aan natuur wordt besteed, betaalt zich terug. Er zijn vele redenen om te investeren.

Natuur geeft besparingen in de gezondheidszorg. Sanatoria vestigen zich niet voor niets in een natuurlijke omgeving. Patiënten in ziekenhuizen met uitzicht op groene schoonheid worden gemiddeld een dag eerder ontslagen. Beter voorkomen dan genezen! Vertrouwd raken met natuur en landschap kan bij kinderen op latere leeftijd psychische klachtenen zwaarlijvigheid helpen voorkomen. Door natuur dicht bij mensen te brengen, worden kostbare behandelingen minder nodig.

Natuurgebieden binden grote hoeveelheden CO2. Ook filteren ze fijnstof uit de lucht. De reinigende werking van de natuur voor het grondwater is van groot belang voor de drinkwatervoorziening in Nederland. Nazuivering is dan een stuk goedkoper. In delen van ons land waar daarvan gebruik wordt gemaakt, is de prijs van schoon water 30 tot 40 cent lager dan elders.

Natuur houdt de kustverdediging betaalbaar. Ook kan natuur Nederland veilig maken voor klimaatverandering. In de delta kunnen, als ruimte wordt gegeven aan het getij, weer zand en slibdeeltjes worden afgezet, waardoor het land kan meestijgen met de zee. Door zandopspuitingen kunnen nieuwe duinenrijen ontstaan, die de zwakke schakels in onze kust versterken. Dit zijn allemaal maatregelen die goed en op de lange termijn goedkoop zijn en in geen verhouding staan tot de kosten van grote civieltechnische werken.

Natuur leidt tot recreatie en toerisme. De aanwezigheid van natuur is van immense betekenis voor de horeca. Nu al overstijgt de horecaomzet in Zeeland ruimschoots die van de landbouw, maar het gaat niet alleen om de horeca. Via de toeristenbelasting komt veel geld binnen. Bij vrijwel elk natuurgebied staan zakken met geld die er nooit zouden zijn gekomen zonder die natuur. Ook gaat het ook om afgeleide inkomstenbronnen. Wat te denken van campings, speeltuinen, de handel in kaarten, camera’s, verrekijkers en buitensportkleding?Natuur verhoogt de onroerendezaakbelasting. Woningen in of bij natuur zijn aantrekkelijk. Dat komt tot uiting in de WOZ-waarde. Die ligt daar soms 30 procent hoger. Die waarde is weer de basis voor het innen van OZB door de gemeenten. Het gaat hier om forse bedragen. De extra waarde voor de WOZ door natuur bedraagt in de Utrechtse Heuvelrug maar liefst 2,8 miljard euro. Op de Veluwe leidt die kwaliteit van landschap en natuur tot een WOZ-stijging van 4,1 miljard euro.

Natuur is een bron van delfstoffenwinning. Dankzij de winning van zand en klei is in de Gelderse Poort een spectaculair natuurgebied ontstaan dat honderdduizenden bezoekers per jaar trekt. Tegelijkertijd wordt met de winning van deze delfstoffen de rivier meer ruimte geboden, wat van betekenis is voor de veiligheid en klimaatbestendigheid van Nederland. In deze nieuwe natuurgebieden spelen – vaak agrarische – ondernemers handig in op grote aantallen bezoekers. Theetuinen, bed and breakfasts, parkeervoorzieningen en voetveren vliegen als paddenstoelen uit de grond.

Meer bondgenootschappen zijn denkbaar, maar nog steeds is het niet vanzelfsprekend dat de zorg voor natuur wordt gefinancierd uit inkomens- en waardestijging. Het profijtbeginsel zet de deur open naar samenwerking tussen natuurorganisaties, energiebedrijven, drinkwaterproducenten, woningcorporaties, projectontwikkelaars en zorgverzekeraars.

Het hoeft dus niet allemaal van de overheid te komen. Het lastige is alleen dat de mensen die investeren in natuur – het Rijk en provincies – nu op een ander adres wonen dan de mensen die ervan profiteren. Om daar wat aan te doen, zijn nieuwe samenwerkingsverbanden nodig tussen overheid, natuurorganisaties en bedrijfsleven. Behalve door de voortzetting van de Ecologische Hoofdstructuur kan de Rijksoverheid ook hierbij een sleutelrol vervullen.

Dat het natuurbeleid nu bij Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) is ondergebracht, is daarom zo gek nog niet.

Kees de Ruiter is directeur van ARK Natuurontwikkeling.