In januari baltsen flamingo's in Nederland...

Pek van Andel zag in het Lauwersmeer ooit een paar flamingo’s. Zijn het blijvertjes? vroeg hij zich af, en kreeg van een vogelexpert te horen dat ze hier zijn en blijven. Winterkou lijkt de tropische vogels niet te deren.

Nieuwsgierig naar de flamingo’s die ik ooit in het Lauwersmeer zag, vroeg ik Joop Treep (58) uit Beilen, een erudiet autodidact die al veertig jaar flamingo’s bestudeert, over de stand van zaken van die vogels in Nederland.

Hij vertelt: „In de zomer van 1971 werden in de Westerschelde al veertien Chileense flamingo’s gezien, zonder ringen. Dat werd opgenomen in Het Vogeljaar. In de winter van 1978-79 werden er veertig geteld, in de Zeeuwse Delta, ook alle ongeringd. En in het voorjaar van 1982 gingen er zelfs flamingo’s broeden, in het Zwillbrocker Venn, bij Eibergen, vlak over de grens. Het jaar erna kropen de eerste jongen uit hun ei.

„Men dacht dat het ontsnapte exoten waren, die weer zouden verdwijnen. De eerste jongen werden geringd in 1987. De geringde vogels werden later teruggezien bij de oevers van de IJssel, in de nazomer, en in de Zeeuwse delta, in de winter, en uiteindelijk weer in het Zwillbrocker Venn. Men gebruikt inmiddels brede rode ringen met een unieke cijfer-letter- combinatie die door een verrekijker af te lezen zijn.”

Toen in de dertiger jaren in het Zwillbrocker Venn het turfsteken werd gestaakt bleef in het afgeveende gebied water staan. Er kwamen kokmeeuwen broeden, die zoveel uitwerpselen in het water lieten vallen, dat de vissen het begaven. Flamingo’s, die plankton uit het water zeven, hadden daardoor geen voedselconcurrenten, toen ze in dat veenven kwamen. Tot op heden broeden daar flamingo’s en staat tegenover hun broedeiland een kijkhut. Er zijn foto’s waarop te zien is dat de flamingo’s in Nederland al in januari met baltsgedrag beginnen.

Treep vertelt: „Bij ons blijven de vrijlevende flamingo’s nu het hele jaar door. Het is namelijk geen tropische vogel die de winterkou ontvlucht. Wat hij wél nodig heeft is openbijvend voedselrijk water, zoet, brak of zout.

„De flamingo dipt zijn geknikte snavel er ondersteboven in, opent die op een kier, trekt zijn tong in, zuigt zo water aan, sluit dan de bek, en duwt met de tong het water weer naar buiten. Daarbij schraapt zijn tong ettelijke keren per seconde het gezeefde plankton naar binnen. Door zijn stelthoge poten kan de vlamgevleugelde dit ook in dieper water. Verder kan hij grondelen als eenden.”

In Nederland kennen we volgens Treep vier van de zes soorten. Drie nauwverwante: de in Europa inheemse Grote flamingo, de Chileense en de Caraïbische. De vierde is de Kleine flamingo, die ook in Kenia leeft.

In Europa broeden flamingo’s op diverse plaatsen. In de Camargue, in de delta van de Rhône, ligt de broedplek tussen bekkens voor zoutwinning. Flamingo’s zijn er van oudsher bekend. Hun tongetjes waren een Romeinse delicatesse. Ook op Bonaire ligt de broedkolonie midden tussen zoutpannen. De flamingo’s profiteren ook daar van het feit dat er geen mensen bij de zoutbassins mogen komen.

Hun kleur krijgen ze trouwens uit voedsel met carotenen. In dierentuinen waar ze vroeger te weinig carotenen binnenkregen werden ze steeds witter en daardoor herkenden ze elkaar niet meer als een volwassen partner, waardoor eieren uitbleven.

Want in de natuur is een witte flamingo altijd jóng. Zodra men meer carotenen in hun voer deed, werden ze roze en beschouwden ze elkaar wél als volwassene.

Treep heeft, meldt hij, een opmerkelijke waarneming gedaan. „ Ik deed ze en beschreef ze als eerste bij de Chileense flamingo’s. En het is bij maar weinig andere vogelsoorten gedocumenteerd. Twee flamingo’s probeerden al jaren elkaar te bespringen en in 2005 zag ik voor het eerst dat het één van hen lukte.

„ Daarna wisselden ze van rol en paarden ze opnieuw. Zo werd zes maal afwisselend gepaard. In 2007 waren er wel tien flamingo’s van beiderlei kunne zo bezig, ook met wisselende partners. „

Het is een wijdverbreide mythe, aldus Treep, dat flamingo’s levenslange paren vormen. „De werkelijkheid is dat ze bijna jaarlijks van partner wisselen. En ook als ze broeden maken ze slippertjes.”

Morgen gaat in de bibliotheek in Beilen, Kampstraat 2, een expositie over flamingo’s open, tot 30 januari, samengesteld door Joop Treep. Info: www.bibliotheekbeilen.nl.

Waarnemingen zijn welkom op www.flamingosinnederland.info