Illegale gebouwen storten soms in, maar wie klaagt?

Af en toe storten in India gebouwen in, vaak met dodelijke gevolgen. Een uitvloeisel van corruptie bij inspecties maar ook van een grote vraag naar goedkope woningen onder de armen.

De moeder van Kali Podh ligt stilletjes onder een gewatteerde deken, op een matras op de betonnen vloer van een hal in Lalita Park, een volkswijk in het oosten van de Indiase hoofdstad Delhi. Ze heeft diepe, nog verse littekens op haar voorhoofd. Haar knie kan ze niet bewegen.

Kali (23) woonde met zijn moeder en zijn vader, zijn broers en zussen, en nog een aantal familieleden en kennissen op de bovenste verdieping van een appartementengebouw dat op maandagavond 15 november omstreeks acht uur ’s avonds plotseling als een kaartenhuis ineenzakte. Zeventig mensen stierven. Onder hen twee zussen van Kali. Drie familieleden liggen nog in het ziekenhuis.

Onmiddellijk na de ramp werd al duidelijk wie hiervoor verantwoordelijk was. Dat is Amritpal Singh Sachdeva, een lokale huisjesmelker met een crimineel verleden die de gevangenis van binnen kent. Hij was de eigenaar van het ingestorte pand.

Officieel mocht dat maar vijftien meter hoog zijn en niet meer dan drie verdiepingen tellen. Maar hij had er illegaal twee verdiepingen bovenop laten bouwen, en bovendien had hij een souterrain laten uitgraven. Dat was desastreus.

Een paar honderd meter verderop, aan de overkant van de brede rondweg, beginnen de uiterwaarden van de Yamuna. Toen de rivier door de zomerregens buiten haar oevers trad, sijpelde steeds meer grondwater de kelderverdieping in. De betonnen fundering van het gebouw, toch al van bedenkelijke kwaliteit, begaf het.

Sachdeva (55) weet heus wel dat hij schuldig is. Hij zat op een stoel een paar meter verderop te kletsen met buurtbewoners toen zijn pand zich losscheurde van de belendende gebouwen en naar beneden kwam. Hij sprong op en maakte dat hij weg kwam. De volgende dag werd hij opgepakt. Omstanders begonnen met hun pogingen zoveel mogelijk mensen onder het puin vandaan te halen. Het zou nog bijna twee uur duren voordat de officiële hulpverlening op gang kwam, zegt een buurman.

Maar is Sachdeva de enige schuldige? Sohan Lal, gemeenteraadslid uit Lalita Park, weet wel beter. Natuurlijk is Sachdeva schuldig. Hij was de eigenaar. Maar Lal trekt zelf ook het boetekleed aan: „We zijn allemaal verantwoordelijk. Ik ook. Ik heb verschillende keren geklaagd over illegale bouwsels en illegale huisvesting bij de gemeentelijke autoriteiten. Maar nooit is er actie ondernomen. Daarom had ik misschien moeten aftreden als gemeenteraadslid. Maar dat had niets veranderd in de situatie”.

Het verhaal van de ramp in Lalita Park is het verhaal van corruptie en incompetentie dat vaak verteld kan worden in India. Hoe kon het dat niemand optrad tegen Sachdeva toen hij de bouwvoorschriften met voeten trad?

Eenvoudig omdat hij smeergeld betaalde aan gemeentelijke ambtenaren en politiemensen, zeggen buurtbewoners. En hij was lang niet de enige. Sterker nog: sommige ambtenaren moedigen aannemers en eigenaren zelfs bewust aan om groter te bouwen dan eigenlijk mag, zodat ze meer steekpenningen in hun zak kunnen steken, weet gemeenteraadslid Lal.

Het verhaal van de ramp in Lalita Park is ook het verhaal van de arme immigranten in India die op zoek zijn naar werk in de grote stad en die weinig of geen rechten hebben. Veel bewoners van het ingestorte pand woonden eerst in hutjes aan de oever van de Yamuna. Sommigen kwamen uit Uttar Pradesh, anderen uit West-Bengalen, en weer anderen zijn ooit, illegaal, vanuit Bangladesh de grens overgestoken. Maar dat laatste zal niemand toegeven, zeggen buurtbewoners.

Dankzij huisjesmelkers als Sachdeva konden deze gelukzoekers de afgelopen jaren verhuizen naar illegale panden in Lalita Park. Ze woonden daar met velen bij elkaar in kleine ruimtes. In het smalle, vijf verdiepingen tellende huis van Sachdeva woonden tientallen gezinnen, naar schatting meer dan 150 mensen.

In Lalita Park gold en geldt nog steeds dat iedereen weet en ziet, maar dat niemand klaagt. Kali Podh die aan de zijde van zijn moeder zit, zegt afkomstig te zijn uit een dorpje in West-Bengalen en de kost te verdienen als groenteventer. Zijn familie betaalde maandelijks bijna zestig euro huur. We wisten dat het illegaal was, maar natuurlijk wisten we niet dat het zo gevaarlijk was, zegt hij. „Anders waren we er niet gaan wonen”. Boos op eigenaar Sachdeva is hij niet. „Het is ons lot. Ik denk niet dat hij ons kwaad wilde doen.”

Ook buurman Sanjay Arora (41) is niet boos op Sachdeva. In tegendeel, hij vindt hem een aardige vent en hij denkt dat iedereen in de buurt hem een aardige vent vindt. Acht jaar geleden kocht Arora voor ruim 15.000 euro de onderste verdieping van een pand aan de overkant van de steeg. Sachdeva was de verkoper. Arora denkt dat zijn tweekamerwoning nu al gauw 70.000 euro waard is.

Voor iemand die een klein winkeltje voor schrijfbenodigdheden heeft in het oude centrum van Delhi, is dat een heel bezit, zegt hij.

Dat hij en zijn vrouw en twee kinderen tijdelijk ergens anders moeten wonen, is niet onoverkomelijk, zegt Araro. Hij wijst op een slang die uit een gat in de muur onder zijn verdieping steekt. Net als bij andere panden in de buurt wordt het water weggepompt uit de kelders. Bouwvakkers hebben een gat geslagen in de betonvloer van zijn woning. Daar doorheen worden puin en zand in de kelder gestort. Als de ruimte vol is, mag Araro weer terug in zijn pand. De twee bovenste, illegaal gebouwde verdiepingen zijn al gesloopt.

Araro weet zeker dat het oude leven binnenkort zijn gangetje zal hernemen in Lalita Park. De gemeente heeft inmiddels een onderzoek toegezegd, een aantal functionarissen is op non-actief gesteld. Enkele tientallen panden in de wijk zijn verzegeld. „De gemeente moet nu wel iets doen. De ambtenaren denken aan hun eigen hachje, maar ik denk niet dat er echt iets zal veranderen”, voorspelt Araro.

De afgelopen weken hebben eigenaren en bewoners fel geprotesteerd tegen sloop en het afsluiten van water en stroom naar illegale panden. Voor dat soort klachten zijn politici van oudsher heel gevoelig. Ook gemeenteraadslid Lal gelooft daarom niet in een drastische ommekeer. „Dit is Hindustan (India). Er zal niets veranderen”.

Kali Podh zegt nog niet te weten waar hij moet gaan wonen als hij en de andere gezinnen straks uit de hal moeten waar de gemeente hen tijdelijk heeft ondergebracht. Voor elke dode heeft de overheid 1.680 euro beloofd en voor elke gewonde de helft. Kali zegt dat zijn familie een cheque heeft gekregen ter waarde van ruim vijfduizend euro. Maar die kan pas worden verzilverd als ze een bankrekening hebben. Kali zegt erop te vertrouwen dat ze zich kunnen identificeren en zo’n bankrekening kunnen openen. Terugkeer naar het dorp in West-Bengalen is voor hen geen optie, zegt hij. „Daar is helemaal geen werk”.