Golven van zoet ruikend zeepsop

Frits Abrahams heeft vakantie. Deze week op deze plaats een feuilleton van Roos Ouwehand in vijf delen.

Vlak na Sinterklaas liet de stewardess die boven Judith woont haar Marlies Dekkers-beha achter de wasmachine vallen. Nadat de buurvrouw het loodzware apparaat opzij had gezet, het ondergoed had gered en de machine terug op z’n plaats had geschoven, vergat ze de afvoerslang weer vast te koppelen, met alle rampzalige gevolgen van dien. Zo’n zestig liter water kwam er langs Judiths muren naar beneden. Golven zoet ruikend zeepsop zetten haar gangkast onder water en kropen onder haar parket. Inmiddels waren de wanden weer droog, maar in haar appartement hing nog steeds een schimmellucht en haar vloer was op een aantal plekken uitgezet en kromgetrokken. Zowel de keuken- als de wc-deur kon niet meer dicht.

Bij een houthandel in de buurt (Viks Parket) zocht Judith een nieuwe vloer uit en in de week voor Kerst kwam meneer Viks de maten opnemen. Op de achterkant van een ABN Amro-envelop maakte hij een berekeningetje van wat het zou gaan kosten: afvoer van de oude vloer, nieuw hout leggen en lakken. Toen hij Judith zag slikken bood hij aan dat z’n collega’s en hij het klusje ook zwart konden doen, in een weekend. Dan kon er honderdvijftig euro van de prijs af en het was misschien ook handiger voor haar dan door de week. Hij ging dicht met de Kerst („Effe naar Oostenrijk”), maar het eerste weekend van januari zou hij kunnen. „Jij mot alleen effe zorgen dat je ergens onder de panne ben.” Judith logeerde niet graag bij haar vader en zijn nieuwe vrouw, in hun herenboerderij op het platteland van Groningen. Als ze op bezoek kwam, informeerde haar vader altijd ‘of er nog iets spannends was gebeurd in haar leven’. Een vraag waar ze altijd nee op moest antwoorden. Ze zouden elkaar bovendien zien tijdens het traditionele kerstdiner bij haar zus en Judith was bang dat ze, zo vlak daarna, geen gespreksstof meer over had. Ze besloot van de nood een deugd te maken en boekte twee overnachtingen in een hotel op de Veluwe. Daar zou ze een paar fikse wandelingen maken, gebruikmaken van de ontspanningsfaciliteiten en als ze uitgerust thuiskwam kon de wc deur weer dicht en was alles weer netjes.

Na Oud en Nieuw ruimde ze de voor- en achterkamer leeg. Ze sleepte de eettafel naar het balkon, propte er dozen met spullen onder en dekte de boel af met een douchegordijn. De rest stouwde ze onder haar bed en in het bad. Vrijdag sjouwde ze samen met meneer Viks haar driezitsbank naar de slaapkamer, overhandigde haar sleutel en vertrok.

Door een wisselstoring was de dienstregeling rond Utrecht van slag. Toen Judith eindelijk aankwam bij Hotel Klein Zwitserland begon het al te schemeren. Het gebouw had wel iets van een chalet. Langs de dakgoot hing een gefiguurzaagde rand en de naam van het hotel was op de voorgevel geschilderd in een gotisch lettertype, dat Judith deed denken aan een jeugdvakantie in de Alpen. War is over if you want to hoorde ze John Lennon en Yoko Ono zingen toen ze de hal binnen kwam. Een onttakelde, plastic kerstboom stond in zeven onderdelen op de vloer. Iemand was vloekend bezig een streng lampjes uit de knoop te halen en de receptioniste stond met een plamuurmes de spuitsneeuw van de ramen te steken. Het was duidelijk: de kerstvakantie was voorbij.

Wordt morgen vervolgd